Het blijft een uitdaging: hoe was je nu het best je luiers? Ik ging de voorbije maanden op onderzoek uit…

 

Toen we 7 maanden geleden startten met wasbaar luieren, kocht ik redelijk naïef specifiek wasmiddel voor herbruikbare luiers (Totsbots) en volgde ik de instructies. Op 30 graden wassen zou volgens de verpakking voldoende zijn, maar ik ging toch voor 40 graden. 60 graden zou vast en zeker mijn luiers te snel doen verslijten.

 

 

Een maand later… Ik hoor bij ‘Doekjes en Broekjes’, een ecologische winkel die als één van de enige in Leuven aanbod heeft in herbruikbare luiers, dat luiers toch best op 60 graden worden gewassen. Oké, dan veranderen we dat toch gewoon even.

 

Nog een maand later… Ik lees op de Facebookgroep ‘Wasbare luiers’ hoe belangrijk het is om een aparte voorwas te doen. Op die manier wordt het vuile water weggepompt en start het lange programma met proper water. Ik start dus ook met aparte voorwas en was vanaf nu mijn luiers eerst op een handwasprogramma.
Nu ja, handwasprogramma, misschien toch niet zo slim lees ik een maand later? Best op spoelen en centrifugeren, dan is er meer vuil water uit de luiers zelf.

 

 

En dat Waspoeder van Totsbots… Nog een maand later kom ik een document tegen waarin blijkt dat dit niet goed is? (heel handig document: http://www.theclothdiaperfiles.nl/wasmiddelen/) Hoe absurd is dat, luierwasmiddel dat niet geschikt is voor luiers? Ik besluit gewoon waspoeder uit de Colruyt te kopen en schaf me een grote doos blauwe Biotex aan (het wondermiddel volgens de hierboven genoemde facebookgroep) Enkele schepjes daarvan en mijn was ruikt ineens al een stuk beter!

 

Doseren die poeders… Een maand later verdiep ik mij hierin. Een uitdaging: alles staat genoteerd in ml, maar het is wel poeder, in gram dus? Nu weet ik weer waarom die regel van 3 bij wiskunde dus toch wel zinvol blijkt te zijn. Ik vlij me neer naast mijn wasmachine met mijn weegschaal en begin te rekenen met schepjes en poedertjes. Ik beslis waarvoor ik zal gaan (voorwas: 100 ml biotex, 30 ml waspoeder. Hoofdwas 60 graden: 100 ml wasmoeder en 30 ml biotex).
Wat een rust keert er terug in mijn hoofd. En wat wordt het wassen weer efficiënter. Luiers insteken, scheppen van poeder en wasmachine activeren. Luieren is weer iets gemakkelijker geworden…

 

(… totdat ik op Facebook op een post stoot die aangeeft dat doseren naar zwaar bevuilde was niet moet. Huh?)

 

Hey iedereen en welkom op alweer een herbruikbare luier-blog, in deze blog zal ik het hebben over … nachtluiers.

 

De stap naar nachtluiers

De eerste weken gebruikten we overdag dezelfde luiers als ‘s nachts, dit omwille van de simpele reden dat ik ons meisje toch bij iedere voeding (zowat elke 3 tot 5 uur) verschoonde.

Na een tijdje besloot ik ‘s nachts niet meer te verschonen (behalve kakaluiers natuurlijk) omdat ik merkte dat ons kindje veel makkelijker weer insliep en niet begon te huilen wanneer ze enkel gevoed werd, die slaap kon ik ook heel goed gebruiken 😉.

 

 

Dus, wat deden we ons meisje dan om haar billen ‘s nachts?

Zodra we ons meisje ‘s nacht niet meer verschoonden, deed ik haar voor het slapengaan een meegroeiluier in de kleinste maat aan. Zoals in mijn vorige blogbericht te lezen is, droeg ze de eerste maanden overdag vouwluiers omdat de meegroeiluiers nog veel te groot waren voor haar. Dat dikke pakket stoorde echter niet ‘s nachts en het voorkwam dat we ‘s ochtends haar pyjama, slaapzakje en beddengoed moesten verschonen.

 

In het begin deden we haar nog gewone overbroekjes met PUL aan, hoofdzakelijk uit gemak want ik had de wolbroekjes nog niet goed kunnen lanoliseren. Maar eens ik de wolbroekjes goed klaar had voor gebruik, werden die mijn favoriet.

 

Toen Aagje bijna 6 maand was, schakelde ik over op echte nachtluiers. Rond die periode plaste ze steeds meer, lees ‘grotere plasjes per keer’ want de frequentie nam wel lichtjes af, hierdoor was een gewone meegroeiluier niet meer voldoende om haar de hele nacht lekvrij te houden. Die meegroeiluiers gebruikten we toen ook steeds vaker overdag, omdat ze er ondertussen veel beter in paste en enkel een tetradoek of strikluier zoals voordien te snel verschoond moest worden.

 

Soorten nachtluiers

Over het algemeen zijn nachtluiers voorgevormde luiers die meer kunnen absorberen dan de standaard voorgevormde meegroeiluiers. Zo’n nachtluiers zijn meestal net iets groter dan de meegroeiluiers, maar vooral een stuk dikker en bestaan uit de meest absorberende stoffen (bamboe en/of hennep). Ze bezitten een grotere inlegger (bvb. Anavy XL/Night*) of meer inleggers (bvb. Petit Lulu Maxi/Night*) dan hun “dagvariant” en zowel de inlegger(s) als de luier zelf bestaan vaak uit meer lagen stof.

 

Nachtluiers met pocketopening

Sommige nachtluiers bezitten een pocketopening, zodat de absorptiecapaciteit van deze luiers zeer goed aan te passen is aan de nood van jouw kindje (bvb. Lulu Nature Dodo*). In principe kan je eender welke voorgevormde luier met pocketopening bijboosten tot nachtluier (bvb. Blümchen one size voorgevormde luier*). Ik las ooit ergens dat een goede vuistregel is om een 6-tal absorberende lagen voor overdag en een 10-tal lagen ‘s nachts te gebruiken, hier baseer ik me meestal op wanneer ik dit type nachtluiers klaar maak voor gebruik. Zo gebruik ik overdag bijvoorbeeld een katoenen molton in drie gevouwen en daaronder een 3-laagse bamboebooster, en ‘s nachts steek ik bijvoorbeeld een 2-laagse katoenen booster met een 2-laagse en twee 3-laagse bamboeboosters in de pocketopening.

 

Grote maten en combi’s

Wanneer je luiers op maat gebruikt in plaats van meegroeiluiers, kan de grootste maat eventueel ook als nachtluier dienen (bvb. Totsbots maat 3 en Little Lamb maat 3).

 

Ook zijn bepaalde luiers gemaakt om zowel ‘s nachts als overdag te gebruikt door extra inleggers bij te voegen die je in de luier kan klikken (bvb. Happy Bear voorgevormde luier*).

 

 

Nachtluiers voor grotere kindjes

Hoewel de nachtluiers van Anavy en Petit Lulu ook al voor baby’s vanaf ongeveer 6 maand gebruikt kunnen worden (of jonger als je de luier zonder inlegger gebruikt of er een kleinere inlegger voor aanschaft), zijn er eveneens nachtluiers specifiek voor grotere kindjes vanaf ongeveer 2 jaar en ouder (bvb. Mother-ease Dodo/Bedwetter Pants en Super Undies).

 

Doordat de meeste nachtluiers een stuk dikker zijn dan de gewone voorgevormde luiers (die vaak ook al wat dikker zijn dan wegwerpluiers), is het soms aan te raden een iets grotere pyjama erover aan te doen, zeker als je ‘s nachts een wolbroekje gebruikt.

 

Slanke nachtluiers

Er bestaan ook slankere luiers die gebruikt worden voor de nacht, omdat ze (gedeeltelijk) uit meer absorberende materialen zoals hennep bestaan (bvb. Ella’s House Bum Hugger).

 

Onze favoriet

De (nacht)luiers met een sterretje (*) hebben wij zelf in ons bezit. Hiervan vind ik persoonlijk de Anavy nachtluiers het fijnst. Een reden hiervoor is dat deze luiers iets meer opnemen dan de nachtluiers van Petit Lulu, wat voor ons kindje best nodig is. Ouders wiens kindje minder absorptie nodig heeft, hebben vaak liever de iets slankere luiers van Petit Lulu.

 

Een andere reden is dat deze luier geen (polyester)fleece binnenlaag bevat zoals de nachtluier van Lulu Nature en de Ella’s house luier. Omdat synthetische fleece microplastics afgeeft tijdens het wassen en dus niet erg milieuvriendelijk is, vermijd ik dit liever. Toch gebruiken veel ouders graag fleece voor het droge gevoel enerzijds (dit kan handig zijn voor kindjes die wakker worden van een nat gevoel), en omdat de geur van een hele nacht urine te absorberen hierbij blijkbaar minder sterk zou doordringen anderzijds.

 

Een derde reden dat dit mijn favoriete luiers zijn, is omdat ik vind dat deze luiers de mooiste printjes hebben 😊.

 

 

Naast bovengenoemde luiers zijn er nog een groot aantal andere nachtluiers op de markt. Welke je best gebruikt hangt erg af van de grootte en het plasgedrag van jouw kindje. Persoonlijk zou ik opteren voor een nachtluier uit een bamboe- en/of hennepmix met een laagje katoen bovenaan. En liefst een luier die niet uit één stuk bestaat, maar waarvan je de inleggers kan losmaken om ze eventueel weg te laten (of meer toe te voegen). Zo kan je de luier het best aanpassen aan de nood van jouw kindje én kan de luier sneller drogen dan wanneer deze één dik geheel vormt.

 

Is dat écht nodig zo’n nachtluier?

Wat als je niet zeker bent of je wel nachtluiers wilt gebruiken, als je nachtluiers wat te duur vindt of als je kleintje plots meer plast (of langer doorslaapt) en je geen nachtluiers in huis hebt?

 

Geen zorgen, een gewone voorgevormde luier kan je prima bijboosten om de nacht mee door te komen. Wanneer onze nachtluiers nog aan het droogrek hangen, gebruiken wij meestal een aantal 2- of 3-laagse bamboe boosters van Little Lamb in combinatie met een gewone voorgevormde luier. Zowat elk merk van wasbare luiers maakt ook boosters, dus gebruik je liever katoen, bamboe, hennep, microvezel of een mix … elk type booster kan je in veel Belgische en Nederlandse wasbare luier (web)shops vinden.

 

Denk eraan dat je de snelst absorberende stoffen, katoen en microvezel, bovenop legt en de trager maar meer absorberende stoffen, bamboe en hennep, onderaan steekt. Dit omdat hennep wel zeer veel vocht kan opnemen maar niet zo snel, dus een grote plas kan naast een hennep booster lekken als die de urine niet snel genoeg kan opnemen. Terwijl katoen een grote plas wel heel snel kan opnemen en vervolgens geleidelijk aan doorgeeft aan onderliggende bamboe of hennep boosters.

Opgelet: microvezel zonder speciale toplaag (meestal fleece of stay-dry) mag nooit rechtstreeks tegen je baby’s huidje gebruikt worden!

 

Ideaal is om een snel absorberende stof in de luier te leggen en de trager absorberende stoffen buiten de voorgevormde luier (dus tussen luier en overbroekje) te steken. Op deze manier blijft de luier mooi aansluiten en kunnen de bamboe en/of hennep boosters gedurende de nacht geleidelijk meer urine opnemen en vasthouden.

Ik boost ‘s nachts op deze manier bij, omdat ik al vaak verhalen gelezen heb van ouders die alle boosters in de luier zelf leggen, maar dan worstelen om de luier dicht te krijgen en merken dat ze toch lekjes hebben. Wanneer ze de extra boosters tussen luier en overbroekje steken, kunnen deze boosters meer vocht vasthouden omdat ze niet meer worden “leeggeperst” door een strakke luier eromheen.

 

Omdat ik liefst geen microvezel en polyesterfleece gebruik (vooral o.w.v. de microplastics die ik eerder in deze blog al aanhaalde), leg ik een katoenen tetradoek in de luier zelf en een paar bamboe (of hennep) boosters in het overbroekje.

Dus hoewel het bij sommige veel plassende kindjes toch nodig kan zijn een echte nachtluier te gebruiken, hoef je ze niet per se onmiddellijk aan te schaffen. Veel ouders die bijvoorbeeld enkel prefolds of strikluiers gebruiken, komen prima de nachten door met wat extra boosters.

 

Tip: Geen boosters (meer)? Een oude handdoek of molton matrasbeschermer kan je ook prima in stukken knippen en enkele lagen tot booster samen naaien.

Zorg er wel voor dat je ze goed uitwast als je ze vroeger met wasverzachter waste. Het is overigens sowieso aangeraden om geen wasverzachter te gebruiken bij handdoeken e.d., omdat dit de absorptie vermindert doordat het een laagje op je textiel achterlaat.

 

Supertip: Komen je luiers stug of ruw uit de was door te hard water? Door ze tegen elkaar te wrijven wanneer je ze van het rek haalt, worden ze weer wat zachter. Je kan ze ook een paar minuutjes in de droogkast steken vooraleer je ze weer in de kast steekt, maar dit is net iets minder milieuvriendelijk.

Natuurazijn is trouwens ook een goed alternatief voor wasverzachter, ik gebruik dit bij onze handdoeken en kledij. Let wel op dat je bij overbroekjes, voorgevormde luiers en bamboeluiers geen azijn toevoegt aan de was: PUL, elastiek en bamboe verdragen dit niet goed. Katoenen strikluiers, prefolds, tetradoeken en boosters kun je hier wel lekker zacht mee houden.

 

De herfst is aangebroken, wat betekent dat er meer tijd binnenshuis wordt doorgebracht. Om meer rust in huis te creëren zijn we druk bezig met het opruimen van ons huis, stapje voor stapje. Van onder tot boven wordt alles bekeken. Minimaliseren en leven met minder afval hoort mijns inziens bij elkaar, al lijkt het tegenstrijdig, omdat je veel dingen weg doet en dus afval creëert. Het wegdoen van spullen betekent niet weggooien, maar weggeven of verkopen.  

 

 

Spullen waar we niks mee doen of die voor ons gezin niet meer nuttig zijn geven we grotendeels door aan andere mensen of gaat naar de kringloop. Alleen spullen die echt niet meer te repareren zijn geven we af bij de lokale milieustraat, maar gelukkig valt het enorm mee wat we daadwerkelijk weggooien. De kunst is om er een nieuwe bestemming voor te vinden, je spullen creatief her te gebruiken, of andere mensen er blij mee te maken. Het voelt heel bevrijdend en rustgevend als je van alle overbodige spullen bent verlost.

Een aantal tips om stap voor stap je huisraad te minimaliseren en minder afval te creëren:

 

1. Bekijk elke ruimte in je huis zorgvuldig. Overbodige spullen geef je weg of verkoop je. Spullen die echt niet meer te repareren zijn kun je afgeven bij de lokale milieustraat.

 

2. Spit je kledingkast uit en stel een aantal basissets samen. Na de inventarisatie heb ik 20 basissets samengesteld. Zo pak ik niet elke keer hetzelfde uit de kast en het bespaart me ’s avonds tijd bij het klaarleggen van mijn kleding voor de volgende dag. Ik had ook minder sets kunnen samenstellen, maar dan slijten de kledingstukken sneller en ik wil wel zo lang mogelijk met mijn kleding doen en er toch een beetje gevarieerd uitzien.

 

 

Daarnaast heb ik nog een aantal extra kledingstukken bewaard, zodat ik twee of meerdere dagen met een rok of broek kan doen en dus niet elke dag mijn kleding in de wasmand hoef te leggen. De overige kleding geef je aan familie, vrienden of kun je afgeven bij kledingcontainers voor hergebruik, of maak er iets nieuws van.

 

3. Des te minder afval je in huis haalt, des te minder je weggooit. Verban eenmalig gebruik van plastic uit je huis. Doe je boodschappen zorgvuldig. Bedenk bij elke aankoop of je het daadwerkelijk nodig hebt. Zit er plastic omheen, bekijk dan eerst of er ook een variant zonder plastic te verkrijgen is. Op de markt kun je heel goed je boodschappen kopen zonder plastic verpakking. Koop bulkverpakkingen in plaats van alles apart verpakt. Weiger gratis promomateriaal van winkeliers. Die zijn vaak van plastic gemaakt en slecht van kwaliteit, waardoor het al snel in de prullenbak verdwijnt.

 

4. Wat gooi je nu eigenlijk weg? Houdt een lijst bij van waaruit je afval bestaat en terwijl je die lijst maakt, bedenk dan gelijk welke herbruikbare alternatieven er zijn. Als je vast komt te zitten kun je altijd googlen voor alternatieven.

 

Het is onmogelijk om ineens zero waste te leven. Dat gaat stap voor stap. Niemand is perfect en er zijn dingen die je wel en die je niet kan veranderen. Het gaat erom dat je plezier hebt in het gehele proces en de rust ervaart die je ervoor terug krijgt.

 

Duurzamer leven. Op heel veel verschillende manieren kun je bewuste keuzes maken om je leven duurzamer in te richten. Naast het verminderen van plastic afval en bewust zijn van mijn energie verbruik is er een ander groot punt waarmee ik een stuk groener in het leven sta en dat is de manier waarop ik eet. Zo probeer ik groenten en fruit uit het seizoen te eten, te kiezen voor voedsel zonder verpakking (of wanneer dat niet mogelijk is de meest duurzame optie zoals karton of glas te nemen) en ik eet veganistisch.

 

 

Sinds begin 2017 eet ik volledig veganistisch. Dit houdt in dat ik geen dierlijke producten meer eet en dit bevalt mij goed. Wanneer ik tegen andere mensen vertel dat ik vegan ben, is een van de reacties die ik vaak krijg ‘Wow dan mag je toch bijna niets meer eten? Dat zou ik nooit kunnen!’. Ergens begrijp ik die reactie wel, ik dacht er namelijk vroeger hetzelfde over. Ik kon mij niet voorstellen dat ik ooit helemaal veganistisch zou gaan eten. Achteraf gezien, ben ik zo blij met deze keuze! En er is een wereld voor mij open gegaan aan nieuwe soorten groenten, kruiden en andere smaakmakers.

 

Veganistisch eten is een duurzame keuze. Om 1 kilo rundvlees te produceren, is er 15.000 liter water nodig! Daarnaast heeft een plantaardig voedingspatroon veel gezondheidsvoordelen. Ik heb uiteindelijk bewust de keuze gemaakt om volledig als veganist door het leven te gaan. Als je benieuwd bent naar mijn verhaal, kun je die hier lezen. Voor veel mensen is dat een stap te ver en dat kan ik ook heel goed begrijpen.

 

Zelf ben ik van mening dat alle beetjes helpen. Als jij bijvoorbeeld iedere dag vlees eet, maar vanaf nu op bijvoorbeeld maandag dat stukje (zeg ongeveer 100 gram) vlees bij het avondeten weglaat (Meatless Monday), scheelt dat toch 1500 liter water persoon per week. Dat is 78000 liter per persoon per jaar!

 

 

Ook al voelt het soms zinloos, toch kun jij als individu het verschil maken. Iedere keer als je een product koopt, zeg je daar eigen mee: ik steun het bedrijf hierachter. Wanneer steeds meer mensen een keer per week minder vlees gaan kopen, zullen de bedrijven dat gaan merken. Vraag en aanbod speelt een grote rol, dus wanneer er minder verkocht wordt, zullen de bedrijven alternatieven gaan zoeken die meer zullen verkopen.

 

De laatste jaren is veganisme steeds bekender geworden is het aantal veganisten in Nederland enorm gegroeid. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Veganisme (NVV) telde Nederland in 2014 ongeveer 45.000 veganisten en in 2018 zijn dit er inmiddels meer dan 100.000. Hoewel 100.000 van de 17 miljoen mensen misschien niet veel lijkt, zie je wel degelijk veranderingen in de supermarkten. Bijna wekelijks komen er nieuwe vegan producten op de markt. Je kunt steeds meer alternatieven voor vlees vinden, soms lijkt het zelfs of je gewoon een stukje vlees eet. Op die manier hoef je de smaak (mocht je dat heel lekker vinden) niet te missen en maak je tegelijkertijd een duurzame en diervriendelijke keuze. Win-win zou ik zeggen!

 

Als je nu denkt, oké ik wil best eens per week dat stukje vlees laten staan, maar wat kan ik dan eten? Dan geef ik je een paar tips om je wat op weg te helpen.

 

Internet is je beste vriend!

Het heeft mij ook enorm geholpen om er achter te komen welke producten plantaardig zijn en wat lekkere alternatieven zijn. Zoek eens bij de website van je supermarkt op ‘vegan’. Of google vegan recept of veganistisch recept. Wat ik ook wel eens doe is als ik een recept met een bepaald product wil maken, bijvoorbeeld pasta, dan zoek ik op vegan pasta recept. Zo kun je nog gerichter zoeken en kom je vast iets tegen wat je lekker vindt!

 

Denk niet te moeilijk.

Is lasagne jouw lievelingsgerecht? Zoek dan eens op vegan lasagne en vaak kun je heel gemakkelijk je recept ‘veganizen’.

 

Wees lief voor jezelf.

Kijk waar jij je goed bij voelt en voel je niet schuldig als je een keer geen duurzame keuze maakt. Die andere keer heb je dat wel gedaan en daar mag je trots op zijn! Door het positief te houden, blijft het leuk en kun je er ook echt van genieten! En daarnaast is de kans groter dat je vaker een duurzame keuze maakt als het iets leuks blijft. Zoals ik al eerder zei; alle beetjes helpen!

Sinds ik moeder ben, poets ik wat af. Wat heb je toch ineens veel schoon te maken als je een kleintje hebt! Of hij nu pasgeboren is, of rondrent door de kamer, alles wordt spontaan vies. Geeft niets hoor, het is ook een hele kunst om de boel een beetje netjes te houden. Maar om nu voor elk vlekje iets nieuws te moeten pakken en naderhand meteen weer weg te gooien, is niet echt duurzaam. Er zijn genoeg producten die je zou kunnen hergebruiken zolang je kindje ze nodig heeft. En eventueel daarna nog voor een volgend kindje. Deze zes producten hergebruik ik keer op keer, simpelweg door ze niet in de prullenbak te gooien maar in de wasmachine!

 

Wasbare snoetenpoetsers

Laten we met de makkelijkste beginnen: snoetenpoetsers! Waarom ouders massaal wegwerpdoekjes inslaan om kindergezichtjes en handjes schoon te maken, is mij echt een raadsel. Goed, voor onderweg kan het praktisch zijn. Maar zelfs dan werkt een washandje eigenlijk net zo goed. Geen chemicaliën in het mondje van je kind, maar gewoon een doekje met water. Ik gebruik zelf hydrofielwashandjes om mijn kinderen schoon te maken na het eten. Gewoon even uitspoelen en aan het einde van de dag in de wasmand.

Wasbare luiers

Er wordt hier op GRN United al veel over geschreven: wasbare luiers. Helemaal niet ouderwets, maar vooral heel bewust en vrolijk! Ik gebruik zelf ook wasbare luiers. 2,5 jaar geleden heb ik ze aangeschaft voor mijn eerste kindje, en nu gebruik ik ze voor mijn tweede kindje nog steeds. Andere inspirators hebben hier al uitgebreid beschreven hoe ze werken, en over mijn methode kun je lezen op mijn eigen website, maar dat ze duurzaam zijn in gebruik, staat als een paal boven water.

Wasbare billendoekjes

Zelfs als je wasbare luiers te ver vindt gaan, kun je je luierroutine verduurzamen met wasbare billendoekjes. Ze worden kant-en-klaar verkocht, maar je kunt ook (zoals ik) een stapel hydrofielwashandjes of doekjes aanschaffen en die gewoon natmaken in een bakje water. Eventueel een paar druppeltjes olie toevoegen om het vegen wat gemakkelijker te maken of een lekker geurtje toe te voegen, en klaar is kees. Schone babybillen, zonder afval!

 

 

Wasbare zoogcompressen

Of je nu borstvoeding gaat geven of niet, zoogcompressen ga je nodig hebben. Je borsten gaan namelijk sowieso melk aanmaken, en die melk wil eruit. Soms op behoorlijk onhandige momenten, en daarom stoppen nieuwe mama’s zoogcompressen in hun bh. Om de moedermelk op te vangen dus. Nu worden er zoogcompressen verkocht die werken zoals maandverband, verbandjes die je met een plakstrip vast kunt kleven om na gebruik weg te gooien. Maar ze bestaan ook als wasbare producten!

Zelf heb ik twee keer lang borstvoeding gegeven (mijn oudste 16 maanden en mijn jongste van 14 maanden nu nog), en heb ik ook lang zoogcompressen nodig gehad. Ik lekte heel lang melk, ik denk wel 10 maanden bij beide kinderen. Wat heb ik een afval bespaard door vanaf het begin wasbare compressen te gebruiken!

Wasbare zakdoeken

Om af te sluiten nog twee producten die niet direct kind-gerelateerd zijn, maar die je wel extra vaak gebruikt als je kinderen hebt. Ten eerste: zakdoeken! Bij ons waren tot een paar maanden geleden de tissues niet aan te slepen. Iedere snottebel werd weggeveegd met een tissue, en ook iedere druppel kwijl en iedere traan. Totdat ik ineens bedacht dat dit een stuk duurzamer kon door gewoon een zakdoek in mijn broekzak te stoppen. Sindsdien heb ik amper tissues hoeven kopen. Als je iedere dag een schone zakdoek bij je steekt en een reservezakdoek achter de hand houdt, zit je over het algemeen echt wel goed. Dat scheelt een hoop afval!

Wasbare schoonmaakdoekjes

Kleine kinderen hebben er niet alleen moeite mee zichzelf schoon te houden, maar ook alle plekken waar ze komen. Kinderstoelen vol met jam, tafelbladen bedekt met geheime kleverige substanties, bekers drinken op de grond. En mama maar poetsen. Met veel liefde hoor (niet altijd even veel, maar toch…), maar als het zo vaak moet, dan graag wel op een duurzame manier. Dus zonder kant-en-klare vochtige schoonmaakdoekjes in plastic verpakkingen, maar gewoon met een ouderwetse vaatdoek of schoonmaakdoek. Die maak je nat onder de kraan en verrijk je eventueel met schoonmaakmiddel. En dat laatste is vaak niet eens nodig.

Echt, ik vraag me wel eens af wat er mis is met een doekje met (warm) water. Waarom allerlei producten blijven kopen waarop chemische rotzooi zit, die na een paar minuten alweer in de prullenbak belanden? Terwijl water op een doekje toch ook gewoon prima werkt? En die extra was, ach, die heb je toch wel. Want eten, spugen en poepen gaat nooit vlekkeloos. Dan kunnen die paar extra doekjes er ook wel bij. Met veel liefde.

“Hoe doe je dat toch? “ vraagt een vriendin me.

“ Twee banen, een gezin, al die dieren en dan probeer je ook nog de wereld te redden.

Waarom maak je het jezelf zo moeilijk? Zo blijft er toch helemaal geen tijd meer over voor jou?”

 

 

Als ik diezelfde dag ‘s avonds om 23.30 uur op de bank plof, denk ik weer aan haar woorden. Ik ben de dag ervoor om 00.45 uur opgestaan om te gaan werken, kwam om 16. 00 uur thuis, nam een snelle douche, bracht gezellig tijd door met mijn gezin, las mijn dochter een verhaaltje voor en bracht haar naar bed. Daarna verzorgde ik de dieren en wandelde met alle honden. Stopte een was in de machine en beantwoordde emails. 

 

Tegen 22.30 uur heb ik een paar bestellingen ingepakt en zoek ik de (werk)kleren voor de volgende dag bij elkaar. Ondertussen bedenk ik onderwerpen voor nieuwe blogs en peins ik over het nieuws van die dag. Over een paar uur gaat mijn wekker weer en sta ik samen met andere trotse moeders te kijken hoe onze kinderen plezier hebben op hun Streetdance-les. Nee, veel tijd heb ik niet. De dagen zijn voor mij eigenlijk altijd te kort.

 

 

Maar mis ik tijd voor mijzelf? Nee. 

De tijd met mijn gezin is van mij, zo ook de tijd die ik met mijn dieren ben en de tijd die ik werk in en aan mijn eigen bedrijf. En de tijd die ik besteed aan het werken aan een betere wereld. En dat laatste is wat mijn vriendin eerder die dag bedoelde.

 

Maar het is juist dát wat mij (extra) energie geeft. 

Aan het denken aan de toekomst en in welke staat we de aarde willen achterlaten voor onze kinderen en onze kleinkinderen. En wat we daar met zijn allen aan kunnen doen.  Ikzelf doe dat door mensen te inspireren en te informeren. Door de goede dingen te laten zien maar ook de harde waarheid. Dat is geen opgave, dat is een manier van leven die bij mij past. Of beter …het is mijn leven. Dit ben ik. Groen en cruelty free leven is alles behalve een opgave, het is een verrijking. En iedereen kan op zijn of haar eigen manier zo’n leven creëren.

 

Ik hoop jullie te kunnen laten zien dat deze manier van denken, van leven, niet alleen goed is voor de toekomst maar zeker ook voor nu. Het geeft mijzelf en iedereen om me heen een geweldige positieve boost bijvoorbeeld.

 

En jij kunt dat ook! 

En misschien, gewoon door kleine stapjes te nemen, hoor je op een dag iemand tegen je zeggen: “Waarom maak je het jezelf zo moeilijk?” En dan lach je en zeg je: “ Het is niet moeilijk. Dit ben ik.”

Mijn eerste stap om te ontspullen begint in de badkamer. Na vijftig miskopen vind je vaak pas de producten die goed passen bij jouw haar, huid of stijl. Dat is dan ook de reden voor mijn 5 overvolle toilettassen..

 

Stap één – Selectie van Essentials

Eerst leg ik de focus op het verminderen van spullen die ik nooit gebruik. Heb ik het al meer dan drie  maanden niet gebruikt? Blijkbaar is het niet zo belangrijk! Lippenstiften die mij niet staan geef ik aan bekenden, ongebruikte haarproducten ook, oude gezichtscrèmes gebruik ik voor mijn voeten (TIP voor ruwe voeten: dikke laag crème, sokken aan en een nachtje slapen. Voila! Satijnzachte voetjes!).

 

Ik vond in een toilettas een stuk of 20 kleine proefbuisjes parfum. Tijd om deze te gebruiken. Het voordeel daarvan is dat ik elke dag anders ruik. Door het ontbreken van een etiket ruik ik echter de ene dag lekkerder dan de andere…

 

Ik probeer zo veel mogelijk van de ‘weg-doen-stapel’ nuttig te gebruiken, of weg te geven zodat het niet in de prullenbak beland. Zonde als ze voor niets geproduceerd zijn!

 

 

Stap twee – Verduurzamen

Stap twee bestaat uit het zoeken van duurzamere alternatieven voor mijn dagelijkse producten. Waar ik het hardst doorheen ga is shampoo en douchegel. Qua verpakkingen een drama voor het milieu. Vorig jaar probeerde ik al een vaste shampoo-bar van ‘Lush’ (www.lush.nl), maar dit leverde vaak een half gewassen haardos op omdat de zeep niet makkelijk gelijk door het haar te verdelen is. Misschien een kwestie van vaak doen, maar voor mij op dat moment nog geen succes. De voordelen: weinig verpakkingsmateriaal, ruikt heerlijk en je doet er heel erg lang mee. Nadelen: even wennen in gebruik.

 

Momenteel probeer ik de shampoo van het Deense Biologische merk ‘Urtekram’ (www.urtekram.nl). Ook heel erg fijn, maar wel weer verpakt in plastic (al is er bewust gekozen voor recyclebaar plastic). De voordelen: makkelijk in gebruik en de verpakking is recyclebaar. Ook parfum vrij te verkrijgen. Nadelen: verpakking… Misschien dan toch maar weer richting Lush?

 

Tijdens mijn opruimwoede vond ik ook een aantal oude olijfzeepjes. Voor eeuwig houdbaar, dus zonde om niet te gebruiken ter vervanging van douchegel. Dit heeft mij ondertussen al minimaal drie flessen douchegel bespaart in enkele maanden tijd!

 

Wattenschijfjes heb ik vervangen door de microvezeldoekjes voor het gezicht van het merk “New Eco” (heb er twee en gooi ze bij de 60° was die ik toch één keer per week draai). Ik heb nog drie halve pakken wattenschijfjes (want logica?); die bewaar ik voor als ik een keer logés heb.

 

 

Als alternatief op tampons en maandverband probeer ik aankomende maanden de Lunette menstruatiecup uit (www.lunette.com). Het is zeker even wennen, maar het is nog te vroeg om conclusies te trekken (so far so good). Daarnaast heb ik een ‘ouderwets’ scheermes (Safety Razor) gekocht ter vervanging van mijn oude plastic wegwerpmesjes. Ik heb gekozen voor het merk ‘Merkur Solingen’, met als enige reden dat dit lekker degelijk klonk. Je vervangt hierbij enkel een heel dun ijzeren plaatje waar je zeker een paar maanden mee doet. Het scheermesje zelf is gemaakt van chroom, dus zou een leven lang mee moeten gaan. Het grote verschil met moderne mesjes is dat je alles ‘met beleid’ moet doen. Dus niet even snel onder de douche, maar gewoon met een bakje water zoals ze dat vroeger deden. Scheren met haast is geen goed idee. Ondanks dit alles ben ik blij met mijn scheermesje. Al is het alleen maar omdat het mesje mij uiteindelijk veel geld en plastic bespaart.

 

 

Hebben jullie nog tips voor een duurzame(re) oplossing voor deodorant, tandpasta, dagcrèmes (voor hyper gevoelige huid), gezichtsreiniging of ander product? Alle tips zijn welkom!

 

Klappen in het vliegtuig tijdens de landing deden we toen we nog veel geld betaalden voor een ticket. We een krantje mee kregen van de stewardess en met 50 man naar één tv moesten kijken die het vaak niet deed. We uit verveling dan maar een pakje sigaretten weg paften aan boord en dus blij waren als de kist weer aan de grond stond en we naar buiten mochten. Vandaag betaal ik nog minder dan een retourtje Parijs met het OV, heb ik Wifi, frisse nicotine vrije airco, een vegan maaltijd en mijn eigen boardcomputer. Toch klap ik bij de landing.

 

Ik houd van onze planeet. Vooral van warmte, rust en natuur. Het liefst een combinatie van die drie in de meest pure vorm. En dus ga ik een paar keer per jaar op zoek naar zo´n plek op aarde. Ook al woon ik op een mooi eiland onder Rotterdam. Complete rust en prachtige natuur is er hier in overvloed. De warmte die ik zoek niet. Dus stap ik in het vliegtuig.

 

De dikke zonnestralen die onze planeet verwoesten zijn ook fijn

Ik houd van die dikke zonnestralen die op je huid branden, die factor 50 vereisen en je kippenvel bezorgen. Van die stralen die de aarde zo hard opwarmen dat je ook ´s avonds laat geen vest nodig hebt. Van die stralen die de wereld een andere kleur geven en mensen in de relax modus dwingen omdat het voor stress te warm is. Die stralen die nu ook onze planeet verwoesten. De aarde is in crisis en ik zo langzamerhand ook. Ik vlieg voor de laatste keer naar huis. Dus klap ik als we landen.

 

 

Mijn bomenquota om CO2 te compenseren heeft te veel nullen

Hardop zeggen dat ik zo enorm genoten heb van de aanhoudende droogte en warmte van onze Hollandse zomer durf ik eigenlijk niet. Maar genieten doe ik wel. Ook al weet ik dat klimaatverandering verder gaat dan een lange zomer BBQen en mijn regenjas aan de kapstok laten hangen. Hardop zeggen dat ik ooit drie jaar stewardess ben geweest bij de KLM en geen enkele boom terug heb geplant, durf ik eigenlijk ook niet. En genieten deed ik toen ook. Maar nu weet ik dat we per persoon 10.000 bomen moeten terug planten voor een retourtje Bali om al die CO2 weer op te vangen. Mijn bomenquota is ontelbaar geworden. Dus klap ik als we landen en niet omdat ik zo trots ben op de piloot, maar omdat ik voorlopig bewust afscheid neem van de vliegwereld.

 

We ruilen het vliegtuig in voor de fiets

Op de luchthaven zie ik al die mensen als mieren in een mierenhoop naar hun gate rennen. Ik zie het tegenovergestelde van warmte, rust en natuur. Ik zie stress, drukte en overal koffers op de band. Koffers vol met spullen ver hier vandaan die zo leuk zijn om mee naar huis te nemen, maar eigenlijk niemand op zit te wachten. Ik zie vliegtuigen achter elkaar aan taxiën alsof het een file op de A2 is. Ik doe net alsof het hier niet leuk is en praat mezelf moed in. En over 5 jaar zijn er vast elektrische vliegtuigen of vliegtuigen op waterstof houd ik me voor. Toch ben ik blij dat ik klapte tijdens de landing. En niet omdat ik trots ben op de piloot, maar op al die mensen die het vliegtuig een tijdje inruilen voor de fiets, trein of elektrische auto. Ik klap voor de natuur.

Dit winter komt er weer aan, maar helaas is daar nog niet heel erg veel van te merken met deze klimaatveranderingen. Ik merk het zeker aan de moestuin, want ik heb bijna alles kunnen oogsten op wat wortelgroenten na, dus het wordt echt kaal. Het grote werk voor dit jaar zit er dus weer op. Mocht je toch nog kriebels hebben om bezig te zijn met het opkweken van plantjes in de winter, dan kan je binnen ook leuke projectjes starten.  Wat dacht je van het opkweken van gember?

 

 

Het is heel makkelijk en ik kan er een heel lang verhaal van maken, maar dat doe ik niet. Hieronder vind je in stappen uitgelegd wat je kunt doen om gember uit de winkel op te laten groeien tot een plantje, zodat je er later ook nog eens gember van kunt oogsten. De grootste tip is: heb vooral geduld. Het kan namelijk best wel even duren.

 

  • Koop een stuk gember in de winkel. Mocht dit stuk te groot zijn, dan kun je deze ook nog in een aantal stukken breken.
  • Neem een bakje met water en leg de stukjes gember in het water. Leg ze ongeveer voor de helft onder water.
  • Zet het schaaltje met het water en de gember op een lichte plek. Bij mij stonden ze op de vensterbank in de keuken. Zo had ik er goed zicht op.
  • Ververs het water om de 4 dagen, zodat het niet groen wordt.
  • Geen paniek als er een beetje schimmel ontstaat in het water of op de gember, want dit kan geen kwaad.
  • Na een week of 4 komen er kleine scheutjes tevoorschijn. Dit zijn de scheuten waar later het plantje uit gaat groeien.
  • Neem een ruim potje en vul deze met gewone potgrond.

 

 

  • Leg de gember erop en druk zachtjes aan, kijk wel uit dat de scheutjes niet breken
  • Dek de gemberstukjes af met een klein beetje potgrond.
  • Geef water en zet het op een warme plek.

 

Na een paar weken zullen de eerste scheuten boven de potgrond uit komen. Als het plantje groot genoeg is geworden en een steel heeft van ongeveer 10 cm, dan kun je hem overpotten naar een grote pot met nieuwe potgrond. Deze kun je dan in het nieuwe seizoen buiten op een zonnige plek uitplanten.

 

 

Dit is een leuk projecten om gewoon eens te proberen. Hetzelfde geldt voor het opkweken van plantjes uit pitten zoals die van een avocado, citroen en mango.😊 Vergeet niet: heb geduld en geef niet op. Succes allemaal.