Een ode aan de IJ-Hallen

Onder Amsterdamse kringloopliefhebbers is het al bijna twee decennia lang een fenomeen: De IJ-hallen. Elke maand struinen duizenden mensen met karretjes en hutkoffers langs de honderden kraampjes op zoek naar hun eigen parels. Hoewel ik er al jaren bijna maandelijks kom, is het elke keer weer een belevenis. Het is een markt waar geen enkele andere aan kan tippen. Ik zal je vertellen waarom…

 

Vintáááge

‘Wa’s dat nou voor telefoon ouwe?’ zegt een gozer tegen de man achter het kraam waar het toestel op ligt ‘Daar heb Jezus nog mee geappt, man!’ Ik loop over het terrein van de IJ-Hallen op het NDSM-terrein. Op deze voormalige scheepswerf in Amsterdam-Noord vindt sinds bijna twintig jaar (volgend jaar jubileum) elke maand een van de grootste vlooienmarkten van Europa plaats. En als ik zeg vlooienmarkt, dan bedoel ik ook vlooienmarkt. Hier geen kramen met honderdtwintig verschillende telefoonhoesjes, restpartijen joggingbroeken of Amsterdam-mutsen. Op de zelfgemaakte knuffels van de immer aanwezige groep handwerkende dames na heeft alles wat hier hangt of ligt al eens een eigenaar gehad. Oftewel: onvervalste vintáááge!

 

Doorlopen en scannen!

Vanmiddag stapte ik rond kwart over twaalf op het pontje richting de NDSM. Normaal gesproken veel te laat voor mijn doen, maar omdat het augustus is -en dus vakantietijd- staan er een stuk minder kramen dan de gewoonlijke zevenhonderdvijftig.Voor de mensen die er nooit geweest zijn en nu een voorstelling van dit aantal proberen te maken: de grootte van de markt is absurd. Bij een eerste bezoek slaan zowat de stoppen door. Vooral wanneer je netjes bij elk kraam stopt en uitgebreid de tijd neemt om te kijken wat voor snuisterijen er precies op liggen. Dat gaat niet, geen tijd voor. Wil je de complete markt gehad hebben, dan is het dóórlopen en scannen. Tussen oktober en april, wanneer de markt binnen in de hal gehouden wordt (er werd eerst gebruik gemaakt van twee hallen, maar van een is het dak lek), kan je het rustiger aan doen. Er staan dan ‘slechts’ vijfhonderd kramen.

 

Bérgen en bérgen

Meubels, gezelschapsspellen, servies, munten, fietsen, boeken, sieraden, make-up of een fles zonnebrandmelk uit de jaren tachtig. In principe kan je hier alles vinden. Toch steekt één productgroep er met kop-en-schouders bovenuit en dat is kleding. Als je hier rondloopt  begrijp je precies waarom men in de Kalverstraat soms letterlijk niet voor of achteruit kan. Het zal je dan ook niet verbazen, dat het vooral dames in de leeftijd van twintig tot pakweg vijfenvijftig zijn die hier van achter de bergen textiel tevoorschijn piepen. Door het huren van

een kraam à vijfendertig euro per dag hopen ze nog iets aan hun beugedragen Zaraatjes en H&Metjes te kunnen verdienen. Een financiële klapper zullen de meesten niet maken, gezien er door de enorme concurrentie vaak niet meer dan twee à drie euro voor een kledingstuk  geboden wordt. Naar mijn mening is het de meeste dames ook niet echt om het geld te doen. Een dagje op de IJ-Hallen staan is voor velen gewoon lekker kleppen met vrienden, geinen met klanten en vooral…. kijken naar mensen!

 

 

Magisch

Want ook al heb je niks met tweedehands spul: op de IJ-Hallen kijk je je ogen uit.Ten eerste naar het volk, want werkelijk iedereen loopt hier. Zowat alle leeftijden, subculturen, sociale- en culturele achtergronden zijn hier vertegenwoordigd.Verder maken de industriële omgeving, de wijdse blik over het IJ, onverwachte elementen op het terrein zoals een oud trammetje en een hijskraan (waar je zelfs in kan overnachten!) het tot een plek die zijn gelijke niet heeft.Vooral als het zonnetje schijnt, is het een plaatje. Als dan ook nog, zoals vanmiddag, een marktkramer zijn draagbare radio wat harder zet en het halve gangpad met Fleetwoord Mac begint mee te neuriën, is de magie compleet.

 

Heerlijk ongezond en overzichtelijk

Ondertussen heb ik al een uur of drie in de benen zitten en heb ik driekwart van de markt gehad. Ik heb nog een uur tot hij om half vijf sluit. De lichte weekendtas die ik kruislings op mijn lijf draag, raakt steeds voller. Ook om me heen zie ik dames steeds meer moeite hebben met het voorttrekken van hun boodschappenkarretjes. Als ik de eindstreep wil halen (en dat wil ik!), moet ik even verstandig zijn en neerploffen met een bak koffie. En ach…..wat maakt het uit: ik neem er poffertjes bij. Mocht je iets gezonds of hipsterachtigs willen om je motor weer op gang te brengen, dan kom je hier van een kouwe kermis thuis. Het is hier friet, snacks, koffie, warme choco, fris, punt. Eerlijk gezegd vind ik dat ook wel eens een verademing in een tijd waarin overal altijd álles verkrijgbaar is. Lekker overzichtelijk. Net als vroeger.

 

 

Eindspurt

Nadat ik voor de spiegel op de toiletten de poedersuiker van mijn neus geveegd heb (echte dus), vervolg ik mijn tocht. Zo langzamerhand word ik steeds vaker door kraamhouders persoonlijk aangesproken met veelal dezelfde tekst. Dat alles vanaf nu slechts een euro kost. Een meneer prijst één voor één de producten op zijn kraam aan, in het bijzonder een wijnflesstop. Als ik hem zeg dat zo’n fles meestal wel op komt, oppert hij dat de dop er ook na elke bijschenking opgezet kan worden. Na mijn opmerking dat de meeste flessen tegenwoordig een schroefdop hebben, geeft hij het op en mag ik verder lopen. Ik heb namelijk haast, want het is ondertussen bijna sluitingstijd.Terwijl veel mensen hun onverkochte zakken kleding richting het inzamelpunt brengen (alles gaat naar een goed doel), geven veel mensen tijdens het inpakken ook spulletjes gratis weg. Anderen stoppen alles weer terug in de auto voor een volgende editie. Ik loop nog een laatste rondje besluit dan dat het mooi geweest is. Met een tas vol schatten, wandel ik weer naar het pontje dat al op me ligt te wachten. IJ-Hallen: je was weer fantastisch! Tot volgende maand.

 

Ken jij je eigen footprint al?
Onze zoektocht naar een duurzamer gezinsleven
NO COMMENTS

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.