De fanatiek duurzame collega

Begin je met duurzamer leven, dan ga je steeds een stapje verder. Thuis, en vooral als je alleen woont, kan je het natuurlijk zo bont maken als je wil met het zelf fabriceren van je eigen schoonmaakmiddelen, de wc doorspoelen met douchewater en het verzamelen van elk klein flubbertje plastic. Maar ja, als je op je werk bent, moet je je compulsies af en toe en beetje in bedwang houden. Of niet?

 

De duurzame microbe

Bij Toren C of voorheen The Office, zag ik haar (het is vaak een vrouw) nog niet voorbij komen, maar ik vermoed dat er in menig kantoortuin en personeelskantine wel eentje verscholen zit: de fanatiek duurzame collega. Die collega die immer ongevraagd vegan recepten met je deelt, die graag quasi nonchalant doch demonstratief haar van huis gebrachte mok naast jouw papieren bekertje op de vergadertafel neer plant of die je na het printen altijd met een knipoog vraagt of je het toch wel dubbelzijdig en in Arial hebt gedaan. Die collega die dolgraag het milieu er bovenop wil helpen en ook haar uiterste best doet haar omgeving met deze microbe te besmetten. Die collega ben ik. Of ja, de light versie dan, want zelf denk ik natuurlijk dat ik een stuk minder irritant ben voor mijn medewerknemers. Dénk ik. Dácht ik…

 

Het Boek

Hoewel hierboven situaties geschetst staan van het kantoorleven, werk ik zelf niet achter een bureau, maar in een klein winkeltje. In dat winkeltje staan mijn collega’s en ik altijd alleen. ‘Gelukkig voor hen,’ denk je misschien. Op zich een logische gedachte, want als ik niet in de winkel ben, kan ik mijn collega’s ook niet bestoken met mijn zero waste en recycle-tips. Helaas voor hen is er Het Boek. Het Boek is in principe bedoeld ter overdracht van werkzaamheden, maar ikzelf gebruik het dus graag om er allerhande tips en aanwijzingen in neer te pennen die mijns inziens bijdragen aan een ‘meer duurzame bedrijfsvoering’. Op dat wat ik neerschrijf, wordt meestal ook wel gereageerd. Vaak in de vorm van ‘ok!’ of ‘joe!’

 

 

Handig als pedaalemmerzakken

Of het nu gaat over het dubbelzijdig beschrijven van notitieblaadjes, het hergebruiken van prijskaartjes, ons keramiek inpakken in kranten in plaats van bubbelplastic of het zo min mogelijk meegeven van papieren tasjes: alle ideeën ventileer ik via het boek. Omdat alles valt of staat met een positieve, doch niet te opdringerige toon, doe ik mijn best om in de schriftelijke correspondentie vrolijk, luchtig en enthousiasmerend te communiceren. Als in ‘hey dames! Als de sjaals van de week binnenkomen, willen jullie de verpakkingen dan a.u.b. aan de bovenkant openknippen en bewaren? Ik gebruik deze zakken namelijk voor onze én mijn eigen pedaalemmer thuis: super handige dingen! X’. Zoiets.

 

Groene wind door het bedrijf

Nu vinden mijn collega’s duurzaamheid best belangrijk en willen ze in het meeste graag meegaan. Plastic verpakkingsmateriaal verzamelen, eco-schoonmaakmiddelen kopen als ze op zijn. Zelfs wachten met het buitengooien van de vuilniszak tot hij nokkievol zit (het is voornamelijk ‘droog’ vuil), vormt geen probleem. En ook mijn bazin vindt het ok om zich qua inkoop nog wat meer te richten op het duurzamere segment. Ja, op zich had ik wel het idee dat de groene wind die ik door het bedrijfje liet waaien, niemand tegen de haren instreek en dat iedereen er lekker op meegolfde. Tot het winter werd en de verwarming aanging.

 

Het is kóud!!

Onze verwarming werkt met een timer waardoor hij een uur voor opening aanslaat. Nu kwam ik geregeld ’s ochtends binnen, terwijl de radiator achter de kassa volledig open stond. Gezien ik het normaal gesproken eerder warm heb dan koud en zo’n loeiende verwarming de poolkappen in mijn verbeelding nóg harder deed smelten, zette ik hem altijd meteen op de laagste stand. En daar bleef hij op. ‘Ladies,’ las ik een tijdje later in het boek ‘willen jullie de verwarming alsjeblieft niet meer uitzetten? Het is koúd als ik ’s ochtends binnenkom!’ ‘Hij staat niet uit, hoor’ krabbelde ik er wijsneuzerig naast ‘hij staat alleen laag.’ Ok, laag als in bijna uit.

 

‘Lekker dat elektrische kacheltje aan je voeten!’

Nu zit de winkel in een heel oud pandje met hoge plafonds en her-en-der vooroorlogse ramen. Tel daarbij op dat de deur zo’n twintig keer per uur open gaat en…ok, ik begrijp dat het soms ietwat frisjes kan zijn. Toch kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de verwarming hoger te zetten bij het verlaten van het winkel. Ondertussen zag ik tot mijn grote schrik dat mijn bazin ook nog een eléktrisch kacheltje had neergezet. ‘Voor extra warmte’ zoals in Het Boek te lezen was. Het liefst had ik het kacheltje ver verstopt achter de tassen in de stellingkast, maar mijn collega’s hadden hem in no time in gebruik genomen en waren er zeer mee in hun nopjes. Of zoals ze schreven: ’Heerlijk dat elektrische kacheltje! Lekker warm aan je voeten.’ Oei oei…dit deed het groene beleid geen goed.

 

Met sloffen achter de kassa

Tijdens een aantal dagen in januari waarin het kwik richting het nulpunt zakte, moest ik toch zelf zeggen dat ik het af en toe best een beetje killig begon te vinden. Als ik moest werken, trok ik ’s ochtends steevast mijn dikste trui aan. Eén keer waren mijn voeten zo koud dat ik mijn tenen nauwelijks nog kon bewegen. Hoewel het elektrische kacheltje naast mijn voeten onder de toonbank stond, vertikte ik hem aan te zetten. Ik pakte een paar gigantische wollen sloffen uit de winkel, trok ze aan en ging zo achter de kassa zitten. Het was een rustige tijd, dus was toch geen kip. Volgens de buurvrouw aan de overkant stond het trouwens nog leuk ook. De radiator durfde ik af en toe wel even een paar tandjes hoger te zetten. Maar niet helemaal open. Dan liep ik maar een paar keer extra het trappetje op en af.

 

Keerpunt

Het keerpunt kwam toen ik een paar dagen later Het Boek opensloeg. Een noodkreet van mijn collega. Of we alsjeblíeft, alsjeblieft de verwarming open konden zetten als we het pand verlieten. Helemaal! Ok, besefte ik: vanaf nu ben ik officieel die irritante, fanatiek duurzame collega. Of ik dat wilde blijven. Nee, natuurlijk niet. Ik wilde niet verblind door die groene waas voor mijn ogen een pain in het ass zijn voor mijn collega’s, godbetert ook nog vriendinnen! Ik zette de verwarming hoger en en liet hem zo staan. Ook toen ik met mijn kiezen op elkaar de deur uitliep. Maar niet zonder nog even een krabbel in Het Boek gezet te hebben: ‘willen jullie hem dan laag zetten als ík de volgende dag moet werken? Thx!’

Vegan en op reis - Kardemom, knoflook en curry
Verjaardagen en duurzaamheid, gaat dat samen?
1 COMMENT
  • Loes februari 23, 2019

    Als klant is er niets zo vervelend als een belachelijk warme winkel terwijl het buiten koud is. Snap dat het voor het personeel fijn is maar als klant ben ik er niet blij mee. Ik ben namelijk gekleed op de kou buiten. Nu kan ik door een lage bloeddruk extra slecht tegen die temperatuurschommelingen maar het is toch te idioot voor woorden dat ik bij binnenkomst eerst mijn jas uit moet doen voordat ik kan winkelen?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.