Thuis peper kweken in 8 stappen

Pepers kun je echt prima zelf thuis kweken. Het is helemaal niet zo moeilijk en het staat ook nog eens gezellig van die rode vruchten op je vensterbank. In 8 simpele stappen leg ik je uit hoe jij jouw eigen pepers kweekt. Februari is de ideale maand om te beginnen. Dus ga lekker aan de slag!

 

Ik ben geen enorme peper-eter (mijn vriend gelukkig wel), maar omdat je peper prima kunt drogen of invriezen, heb ik toch elk jaar weer een paar peperplanten op de vensterbank in mijn slaapkamer staan. Daar is het licht en in de zomer warm genoeg. Daar houden peperplanten van.

 

Zo kweek jij jouw eigen peper:

 

1. Zaden kopen

Je kunt 2 dingen doen: peperzaden kopen in het tuincentrum of online bij een kweker, of je haalt gewoon zaadjes uit een peper van de supermarkt of groenteboer. Elk jaar in februari, vlak voordat ik ga zaaien (je kunt zaaien van februari tot en met ongeveer april), koop ik bij mijn groenteboer 1 peper om de zaadjes uit te winnen. Kost niets!

 

Ik ben dol op de peper van mijn Iraanse groenteboer. Lekker groot en niet al te heet.

 

2. Licht en warm plekje zoeken

Pepers houden van veel licht en warmte. Zaai je ze in een te donkere kamer, dan worden het iele, slappe zaailingen die het waarschijnlijk niet lang volhouden. Is het te koud, dan komen de zaden überhaupt niet uit. Pepers hebben een kiemtemperatuur van rond de 22-24 graden.

 

Zo heb ik een onverwarmde slaapkamer met veel licht en een donkere woonkamer die uiteraard wel warm is. Ik heb er dus voor gekozen om ze in de slaapkamer op te kweken in een warme kweekbak. Ik had er ook voor kunnen kiezen om ze in de woonkamer te zetten met een groeilamp. Kijk dus even wat voor jou handig is. Het fijnst is een lichte én verwarmde kamer. Dan kun je volstaan met potjes met daaroverheen bijvoorbeeld plastic huishoudfolie of een glasplaat voor extra warmte. Een onverwarmd kweekbakje met deksel is ook prima.

 

3. De grond in

Ik gebruik zelf altijd zaai- en stekgrond voor mijn pepers. Je hoeft de zaden niet diep in de aarde te stoppen. Een halve centimeter is prima. Je kunt meerdere zaadjes per potje van 9cm doen of kleine potjes kopen en daar elk 1 zaadje in doen. Maakt allemaal niet zoveel uit. Besproei de zaadjes regelmatig met water, zorg dat de grond niet uitdroogt. Geef het potje af en toe wat frisse lucht door de ‘deksel’ van plastic of glas eraf te halen.

Het kan wel 3 tot weken duren voordat de pepers opkomen.

 

Tot pepers zijn opgekomen, maakt de hoeveelheid licht niet uit, maar zodra ze opkomen, moet je ze meteen op een lichte plek zetten.

4. Verspenen en verpotten

Als de plantjes naast de eerste 2 kiemblaadjes twee gewone blaadjes hebben, kun je ze verspenen: ieder apart in een groter potje zetten. Bijvoorbeeld een potje van 9cm. Ik gebruik daar meestal ook nog de zaai- en stekgrond voor. Als ze nog groter zijn en meerdere blaadjes hebben, verhuizen ze naar een grotere pot met daarin speciale moestuinmix of gewone potgrond. Elk plantje krijgt dan een eigen pot van minimaal 15 centimeter doorsnee of je kunt 2 of 3 planten bij elkaar zetten in een grotere pot. Ik vind dat laatste zelf altijd wel leuk staan. Dan ziet het er mooi vol uit.

 

 

5. Mest geven

In de meeste potgrond zit voeding voor zo’n 6 weken. Moestuinmix geeft vaak langer voeding af en is beter afgestemd op het kweken van groenten. Kijk van tevoren goed op de verpakking voor hoe lang er voeding in zit. Omdat pepers redelijke snoepkonten zijn, hebben ze zodra de voeding op is wat mest nodig. Zelf kies ik vaak voor koemestkorrels. Nadeel: je kamer ruikt tijdelijk naar een koeienstal;-) Heb je daar geen zin in, dan kun je ook kiezen voor vloeibare voeding. Ik vind het zelf vooral belangrijk dat het organische en geen kunstmest is. Maar dat is uiteraard aan jou.

 

 

6. Bloemen

Afhankelijk van wanneer je hebt gezaaid, gaan de pepers ergens rond april of later bloeien en krijgen ze kleine witte bloemetjes. Als ze uitgebloeid zijn, ontstaat er vanuit de uitgebloeide bloem een minipepertje. Ik vind dat zelf altijd het allerleukste moment. Na een paar weken is de peper volwassen. En groen…

 

Pepers rijpen ook na als je ze eraf haalt als ze nog groen zijn.

 

7. Heel veel geduld hebben

Je kunt groene pepers op zich ook eten, maar ze zijn dan officieel nog niet rijp. Ik wacht dus altijd tot ze mooi rood worden. Dat kan behoorlijk lang duren, dus geduld heb je wel nodig. Een prachtig gezicht als het eerste deel van de peper langzaam rood begint te kleuren. Zodra de peper felrood is, kun je hem oogsten.

 

 

8. Oogsten maar

Oogsten doe ik zelf altijd door de peper met een klein stukje steel eraan voorzichtig af te knippen. Je kunt ze dan best een tijdje op een koele, droge plek bewaren. Het is ook leuk om ze te drogen aan een touwtje dat je bijvoorbeeld in de keuken hangt. Invriezen kan ook prima, al zijn ze bij het ontdooien dan wel slapper. Maar voor de meeste gerechten maakt dat weinig uit. Heb je een overschot aan pepers en wil je ze niet invriezen of laten drogen? Dan kun je er ook sambal van maken.

 

Een perfecte peper. Mjum.

 

Veel plezier met jouw eigen pepers!

Vegan en op reis - Kardemom, knoflook en curry
Moestuin zaden kiezen
NO COMMENTS

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.