Tijdens mijn reis door Zweden en Finland heb ik heel wat verfrissende inzichten gekregen op het gebied van duurzaamheid. Er zijn zo veel dingen die je gemakkelijk kunt veranderen in je leven die een positieve impact hebben op jezelf en het milieu! Bijvoorbeeld shampoo. Een product dat bijna iedereen heel veel gebruikt. Het komt in plastic flessen, er zitten vaak micoplastics in die in ons water terecht komen, je gebruikt er makkelijk te veel van waardoor het sneller opgaat, en het bestaat vaak uit allerlei synthetische middelen.

 

Tegenwoordig zijn shampoobars een trend, de zeepblokjes wassen je haar, komen zonder (plastic) verpakking en gaan lang mee. Ideaal zou je zeggen. Maar er is een keerzijde. In veel shampoobars zit SLS (Sodium Lauryl Sulfate), dit zorgt ervoor dat de shampoo schuimt en reinigt. Maar deze stof is zo agressief dat het makkelijk als schoonmaakmiddel gebruikt kan worden. Het beschadigt de hoofdhuid en verwijdert alle natuurlijke olien en vetten, waardoor hoofd en haar heel erg kunnen uitdrogen. Daarnaast komen de ingrediënten vaak van ver, zijn ze niet (allemaal) biologisch, zijn er alsnog synthetische middelen toegevoegd en zit er palmolie in. (Dit is allemaal van toepassing op bijvoorbeeld de populaire Lush shampoobars). Toch niet zo milieuvriendelijk en handig als gedacht.

 

 

Maar er zijn nog zoveel andere alternatieven! Probeer je haar bijvoorbeeld eens te wassen met ei. Het klinkt misschien vies, maar voor mij werkt het boven verwachting goed! Het enige wat je nodig hebt is een ei, die je vervolgens losklopt in een schaaltje. Tijdens het douchen maak je je haar nat, stop je de douche en masseer je het ei mengsel goed op je hoofdhuid en langs je haarpunten. Zorg dat alles bedekt wordt en spoel uit met lauwwarm water. 100% natuurlijk, zeer geschikt voor bijvoorbeeld vet haar. Het eiwit heeft een versterkende werking en het eigeel voedt en verzacht het haar.

 

 

Je kunt het ei ook mengen met wat olijfolie, honing of andere natuurlijke producten. Hieronder wat verschillende manieren hoe je shampoo, conditioner en haarmaskers kunt maken.

– Voor normaal haar: 1 losgeklopt ei (voor kort tot half lang haar, voor heel lang haar kun je 2 eieren gebruiken)
– Voor droog haar: alleen het eigeel
– Voor vet haar: alleen het eiwit

 

En hier kun je  een (of meerdere) van onderstaande  aan toevoegen:

– 2 el olijfolie – maakt je haar zacht en werkt als conditioner
– 2 el appelcider azijn – om het sterker te maken
– 2 el yoghurt – tegen pluis en werkt als conditioner
– 1 el rijpe geprakte avocado of banaan – bevordert haargroei
– 1 el vloeibare honing – hydrateert het haar

 

Laat het goedje eens per maand 20 tot 30 minuten intrekken om het te gebruiken als haarmasker. Dit geeft nog meer effect.

 

Gebruik jij al een duurzame shampoo? En met welk product heb jij de beste ervaring? Laat het weten in de comments 🙂

 

Iedereen heeft zijn eigen beauty routine, zo simpel of uitgebreid als maar kan, misschien ben je jezelf niet eens bewust van een specifieke routine. Zelf heb ik geen hele uitgebreide beauty routine, in de ochtend heb ik vaak geen tijd om uitgebreid make-up te doen, en ik vind dit vaak ook niet nodig dus vaak blijft het bij mijn tanden poetsen met een bamboe tandenborstel en tandpoeder, mijn zelfgemaakte deodorant op te doen, eens in de paar dagen mijn haar kammen, en soms een nat washandje over mijn gezicht halen. In het weekend doe ik nog wel eens dagcrème op en gebruik ik een stenen gezichtsroller om de bloedcirculatie in mijn gezicht te stimuleren.

 

Verder douche ik of ga ik in bad en gebruik dan een shampoo bar (eens in de 2-3 dagen) met een spoeling van appelazijn en water als conditioner, en een stuk zeep om mijn lichaam mee te wassen. Heel soms doe ik een keer make-up op als ik een avondje uit ga, of iets leuks ga doen, en haal dit er nadien dan af met wat make-up remover die nog stamt uit de tijd van voor mijn zero waste levensstijl die ik gebruik in combinatie met een zelfgemaakt herbruikbaar wattenschijfje.

 

 

Deze routine is voor mij tegenwoordig ontzettend gewoon, en eerlijk gezegd ook niet heel anders dan voordat ik zero waste ging leven. Ik heb alleen de producten die ik gebruikte vervangen voor duurzamere opties, en gekeken naar wat ik echt nodig had.

 

Hoe kun je zelf een beauty routine creëren die duurzaam is, en zo min mogelijk afval met zich meebrengt? Graag deel ik mijn tips met je om er mooi, verzorgt, en schoon bij te lopen zonder dat dit een al te negatief effect heeft op onze mooie planeet.

 

Bamboe tandenborstel

Waarschijnlijk heb je het wel vaker voorbij zien komen, maar een bamboe tandenborstel is een duurzamere optie dan een plastic tandenborstel. De haren zijn vaak van bpa-vrij plastic, maar ze zijn ook te vinden met varkensharen, in dat geval zijn ze volledig composteerbaar. Niet alleen is bamboe een snel groeiend materiaal, het is ook nog eens antibacterieel waardoor het ook beter is voor je gezondheid. In plastic zitten vaak schadelijke stoffen die niet goed zijn voor ons lichaam, dit is voor mij al reden genoeg geen plastic tandenborstel in mijn mond te steken.

 

 

Safety razor

Dit is een metalen scheermes wat jaren geleden al werd gebruikt, en waar ik zelf inmiddels enorm fan van ben. Op mijn persoonlijke blog kun je een uitgebreide review vinden over mijn safety razor en hoe ik deze gebruik. Maar naast dat dit mes er mooi uitziet, fijn scheert, en duurzaam is, is het ook een stuk goedkoper om hiermee te scheren omdat de scheermesjes ontzettend goedkoop zijn.

 

Vaste zeep

Een stuk zeep voor je lijf, een shampoobar, een scrub zeep, een scheerzeep, een stuk zeep voor je gezicht, je kunt losse stukken zeep tegenwoordig voor allerlei doeleinden vinden, zowel online als in de winkel. Je vind ze onder andere in de dille en kamille, natuurwinkels, maar ook gewoon in bijvoorbeeld de Kruidvat. Zelf gebruik ik momenteel een stuk zeep van Weleda wat enkel in een kartonnetje verpakt komt.

 

Maak zelf verzorgingsproducten

Je kunt tandpasta, deodorant, maar ook gezichtstoner, gezichtsmaskers, make-up en nog veel meer makkelijk zelf maken. Dit scheelt vaak in de kosten en een hoop dingen zijn met spullen te maken die je misschien al wel in huis hebt. Online zijn op Pinterest en Youtube ontzettend veel recepten en tutorials te vinden. Op mijn persoonlijke blog heb ik ook een recept voor baking soda vrije spray deodorant staan. Mocht dit nou toch niet helemaal je ding zijn, dan kun je online of in een winkel met natuurlijke verzorgingsproducten vaak ook verzorgingsproducten vinden die in metaal, papier, of glas verpakt zijn.

 

Gebruik alleen wat je nodig hebt

Heel leuk die voorraad van 20 deodoranten en 15 shampoo flessen, maar ga je deze ook echt op maken? Grote kans dat je na drie flessen merkt dat je haar de shampoo niet zo fijn meer vind, of je na twee bussen deo je de geur niet meer fijn vind. Koop dan ook alleen wat je nodig hebt, sla geen grote voorraden in. Zelf heb ik hier soms ook nog moeite mee, ik heb dan ook altijd een aantal stukken zeep op voorraad, maar bij lange na niet meer zoveel als ik vroeger had. En als je een product ziet wat je interessant lijkt vraag jezelf dan af of je het ook echt nodig hebt. Ik heb zelf bijvoorbeeld momenteel een stuk scheerzeep in gebruik, maar als deze op is ga ik waarschijnlijk een gewoon stuk zeep voor dit doeleinde gebruiken, omdat dat ook prima werkt.

 

Maak op wat je hebt

Voordat je nu al je verzorgingsproducten de deur uit gooit omdat je graag wil overstappen op duurzame producten denk sta stil bij wat voor impact dit heeft. Dit is namelijk een stuk vervuilender dan wanneer je de producten die je nu toch in huis hebt eerst op maakt. Of weg geeft aan iemand waarvan je weet dat die ze anders toch zou aanschaffen. Als je nog producten hebt liggen waar microplastics in zitten verwerkt (vaak in scrubs, en tandpasta) dan raad ik aan deze of weg te gooien, of terug te sturen naar de maker. Dit omdat deze plastics als je de producten blijft gebruiken in het water terecht komen, niet gefilterd kunnen worden en dan schade aanrichten in onze natuur.

Onlangs las ik het boek ‘Digitaal Minimalisme – Doelbewust omgaan met digitale overvloed’ van Cal Newport, die de minimalistische denkwijze toepasbaar maakt op onze digitale levens. Immers, deze digitale middelen kosten ons steeds meer tijd en aandacht en dat gaat ten koste van andere, misschien wel belangrijkere, zaken. Om erachter te komen of die aanname klopt én om m’n smartphoneverslaving te lijf te gaan, ging ik een maand digitaal opruimen. Hoe dat ging en wat ik ervan leerde lees je hier.

 

Foto: John Tuesday

 

Even een korte recap van de aanleiding: Newport stelt dat onze huidige relatie met digitale middelen zoals social media niet helemaal de relatie is waar we ooit om hebben gevraagd. Er sluipen dagelijks vele tientallen notificaties, statusupdates en foto’s onze levens in. Eén ding met aandacht doen is iets wat we zijn verleerd, we staan altijd ‘aan’ en zijn continu verbonden. De eerste ernstige gevolgen van de opkomst van dit tijdperk beginnen zichtbaar te worden: zo voelen jongeren die veel tijd doorbrengen op sociale media zich eenzamer dan ooit, neemt ons concentratievermogen zienderogen af en hebben we steeds meer sociale angsten, met als resultaat dat we ons nóg vaker terugtrekken in de digitale wereld.

 

Proces van digitaal opruimen

Om hieruit los te komen stelt Newport een ‘proces van digitaal opruimen’ voor, bestaande uit drie stappen:

 

  1. Reserveer een periode van dertig dagen waarin je afziet van alle optionele technologieën in je leven. Een technologie is optioneel tenzij je tijdelijk afwezigheid het dagelijkse verloop van je werk- of privéleven zou schaden of aanzienlijk zou verstoren.
  2. Tijdens de periode van dertig dagen onderzoek en herontdek je bezigheden en gedragingen die voldoening en betekenis geven.
  3. Aan het eind van deze periode begin je met een schone lei en breng je de optionele technologie weer terug in je leven. Bepaal van elke technologie die je herintroduceert welke waarde deze heeft in je leven en hoe je de technologie specifiek gaat gebruiken om de ware te maximaliseren.

 

 

De CO2 uitstoot van internet

Het gaat over het stellen van een essentiële vraag: helpt deze vorm van technologie mij bij mijn belangrijkste waarden in het leven? Duurzaam leven is voor mij zo’n belangrijke waarde, daarom ging ik als eerste stap op zoek naar de link tussen mijn digitale leven en duurzaamheid. En om eerlijk te zijn: ik schrok met kapot! Wat blijkt? Internetten is super slecht voor het milieu. Zelfs zo slecht dat in 2020 de CO2 uitstoot van internet groter is dan die van de luchtvaartindustrie. Wait whut?

 

Iedere seconde die je online doorbrengt zorgt voor 20 milligram CO2 uitstoot. Nog niet in shock? Bedenk dan dat meer dan 3 miljard mensen het internet gemiddeld 21 uur (!) per week online gebruiken. Deze statistieken waren voor mij dé reden om mijn digitale opruimen nog een stuk serieuzer te nemen: immers, door digitaal te minderen zou ik niet alleen mezelf helpen om beter gefocust te blijven en meer rust te nemen, maar ik zou gelijktijdig ook mijn ecologische footprint verkleinen. Daar ging ik dus: alle apps op m’n telefoon moesten het veld ruimen, op vier na (bellen, klok, whatsapp en sms), en daar ging ik: vol optimisme m’n dertig dagen in.

 

 

Duurzame weken in schermtijd, minder in zelfliefde

Om je een lang, deprimerend verhaal te besparen vat ik de dertig dagen even voor je samen in enkele woorden: het was dramatisch. Ik verdwaalde (want geen Google Maps), ik kwam te laat op m’n werk (want geen NS app) en vergat afspraken (want geen notificatie van meetings meer op m’n telefoon). Kortom, het waren hele duurzame weken in schermtijd, maar iets minder duurzame weken in zelfliefde. Ik voelde me gestrest en alles behalve rustig.

 

Inmiddels weet ik het zeker: ik ben absoluut te streng voor mezelf geweest. Ik begon aan deze drie stappen met de gedachte dat ik graag wilde leren over mijn digitale gedrag, maar eigenlijk heb ik bijna elke vorm van digitaal gedrag geëlimineerd. Ik ben erin doorgeslagen. Kortom, het was een leerzame ervaring, maar niet op de manier waarop ik het had verwacht. Ik heb vooral geleerd dat ik wat milder mag zijn. Dat het ‘een beetje beter doen’ ook al heel goed is, simpelweg omdat het vol te houden is. Door m’n extreme aanpak ben ik nu namelijk weer terug bij af: m’n schermtijd is weer zoals deze was en zo mogelijk ben ik nog blijer met m’n telefoon dan ik al was. Niet helemaal wat ik voor ogen had… Tips anyone?

Een paar weken geleden werd ik benaderd door De Correspondent over een nieuw hoopvol boek over klimaatverandering. Het is geschreven door klimaatjournalist Jelmer Mommers, hij onderzoekt alles rondom klimaatverandering: Hoe groot het probleem werkelijk is, hoe erg het wordt, maar vooral ook: wat we eraan kunnen doen. Hij schreef “Hoe gaan we dit uitleggen – Onze toekomst op een steeds warmere aarde”. Met dit boek wil hij de nuance en hoop terugbrengen in het klimaatdebat. Dat klonk veelbelovend dus je begrijpt, zodra ik het boek binnen kreeg ben ik direct gaan lezen.

 

 

Bronnen, bronnen en nog eens bronnen

Duidelijk is dat de vele feiten over het klimaatprobleem die Jelmer opnoemt niet zomaar zijn opgepikt in de wandelgangen, want wat direct opvalt is dat het boek van begin tot eind doordrongen is van honderden bronnen met betrekking tot klimaatverandering. Er zijn enorm veel journalistieke- en wetenschappelijke onderzoeken gebruikt om dit boek tot stand te brengen. Ook is Jelmer als klimaatjournalist zelf bij rechtszaken en protesten geweest, en zijn journalistieke onderzoek naar Shell ging de wereld over. Hierdoor bestaat dit boek niet enkel uit globale schattingen en verwachtingen. De feiten en mogelijke scenario’s komen voort uit gedegen onderzoek en kennis van zaken. Nog niet eerder heb ik zo’n op feiten berust boek gelezen over het klimaatprobleem. Al die weetjes zijn erg interessant om te lezen.

 

Wist je bijvoorbeeld dat?

 

  • De Nederlandse pensioenfondsen een vermogen van zo’n 40 miljard euro belegd hebben in fossiele bedrijven?

 

  • Meer dan 50% van Nederland overstromingsgevoelig is?

 

  • We tussen 2030 en 2050 de grens van 1,5 graad opwarming al gaan overschrijden als we voor die tijd niet radicaal van koers veranderen?

 

 

 

Mogelijke toekomstbeelden

Jelmer schetst twee toekomstscenario’s voor 2050 (om de hoek dus!), die eigenlijk twee uitersten van elkaar zijn. Eentje waarbij we boven de 2 graden opwarming gaan én een waarbij we eronder blijven. Als je je al wat verdiept hebt in de klimaatcrisis dan weet je; van het scenario dat we boven de 2 graden uitkomen word je niet gelukkig. Van Europese grensmuren om klimaatvluchtelingen buiten te houden tot extreme hitte, na de eerste hoofdstukken heb je erg behoefte aan positiviteit en denk je; hoe komt dit ooit nog goed?

 

The Great Turn

Gelukkig staat ‘Hoe gaan we dit uitleggen’ ook vol met antwoorden. Belangrijk: Wat kun je zelf doen? Wat wordt er al gedaan door klimaatactivisten en -advocaten en waarom is dit zo belangrijk? Welke positieve ontwikkelingen zijn er momenteel al aan de gang? Zo is er een revolutie van zonnepanelen gaande die alle verwachtingen overstijgt, en investeert China als een razende in duurzame energie. Het belangrijkste: de technieken voor een duurzame revolutie zijn er al, ze worden alleen nog lang niet voldoende toegepast. Dus.. hoe zorgen we voor de nodige schaalvergroting en versnelling? Hoe zorgen we zo snel mogelijk voor The Great Turn?

 

Een overtuigend verhaal

“Hoe gaan we dit uitleggen” beschrijft de noodzaak om nú actie te ondernemen. De urgentie is hoog,  maar de middelen zijn er… Het is fijn om te lezen wat er momenteel al gedaan wordt door klimaatadvocaten en -activisten. Ook wordt beschreven wat we allemaal zelf kunnen doen en hoe we elkaar daarmee zullen inspireren. Kortom; Jelmer laat in zijn boek zien dat we alles in huis hebben om het tij de komende decennia te keren.

 

Maar wat mist er nog? Hoe zorgen we ervoor dat we radicaal van koers gaan veranderen? Volgens Jelmer mist er een overtuigend verhaal. Een verhaal dat laat zien dat we er alleen maar beter van worden als we gaan investeren in duurzame energie en radicaal van koers veranderen. Een verhaal dat mensen enthousiast maakt voor een nieuwe toekomst. Wil je meer weten van dat positieve verhaal? Dan is dit boek een steengoed begin.

 

Over moeder aarde maakt nog lang niet iedereen zich heel druk. De impact van ‘goed doen’ voelt vaak als een druppel op een gloeiende plaat. Hoeveel zin heeft het om niet in het vliegtuig te stappen als iedereen om je heen het wel doet? En waarom zou je plastic op rapen als er nog steeds mensen zijn die het gewoon uit het raam flikkeren van hun auto. De auto die jij best wilt laten staan. Maar hoeveel zin heeft dat als de buurman voor elk bezoekje aan de snackbar zijn auto pakt? Dag ga jij natuurlijk niet elke dag een uur eerder op staan om met het OV op tijd op je werk te komen. Dan ga je niet in de zeikende regen lopen om een bus te halen. En dan ga je zeker niet met beslagen ramen opgepropt tussen 50 puberende scholieren staan. Want je buurman stapt toch gewoon elke dag in zijn auto. En je overbuurvrouw en achterbuurjongen ook. Je kan de wereld niet in je eentje verbeteren. Je bent gekke Henkie niet. Je draait je nog een keer om.

 

 

Gekke vegan Henkie heeft wel een moestuin

Je buurman is heel lief, lui en een beetje te dik. Hij laat zich vanuit zijn auto vrij snel onderuit zakken in zijn grote stoel voor het raam en steekt dan zijn 15e sigaret op van die dag. Hij is vaste klant bij de plaatselijke snackbar waar hij met de auto dagelijks een vette hamburger met friet haalt. Je komt hem tegen en zwaait terwijl je hijgend bij de voordeur aan komt met je hardloopschoenen van fruitleer aan. Je geeft de plantjes in je moestuin water en in de keuken begin je aan het uitpakken van je boodschappennetjes van biologisch katoen. Je maakt een verse groentesoep en een vegan maaltijdsalade en geniet. Vreemd. Je lieve, te dikke, luie, rokende buurman weerhoudt jou er dus niet van gezond te eten, niet te roken en een beetje te bewegen. Ook al doet hij dat allemaal niet. Ben jij dan toch gekke Henkie? Je denkt na en kauwt nog een keer extra op een wortel.

 

Spullen leen je van de buurman

Wonderlijk? Als het dus onszelf betreft, komen we wel in actie zonder naar de ander te kijken. En dat is goed nieuws. Heel goed nieuws. Door de impact op je eigen lichaam te verkleinen, doe je dus ook iets met je footprint. Lief zijn voor jezelf is dus lief zijn voor moeder aarde. Ik maak een vreugdedansje en verdiep me in mijn footprint. In de ‘De Verborgen Impact’ van Babette Porcelijn, lees ik dat het kopen van ‘spullen’ de grootste impact heeft op moeder aarde, niet heel lief dus. Op de voet gevolgd door vlees eten, auto rijden en wonen. Dus is het beter om zo min mogelijk spullen te kopen. Meer bewaren, repareren, huren of hergebruiken als je iets nodig hebt. Of lenen. Gewoon van je lieve luie auto rijdende buurman.

 

 

Skip parabenen en microbeads

Lenen wordt een beetje lastig met de producten die je gebruikt om jezelf en je keuken te poetsen. Een deo uit een potje onder je oksel smeren en je tanden poetsen met dental tabs is beter voor je lichaam dan de gebruikelijke parabenenrotzooi vol met microbeads. Het ziet er ook nog eens mooi uit qua eco design en moeder natuur is je dankbaar. Je spoelt geen chemische rotzooi door je doucheputje dat in China in een knalgele plastic fles is gestopt en hierheen is gevlogen. Dat zelfde geldt voor die grappige soapbar in je keuken die de allesreiniger vervangt waar de voegen van uit je muur springen. Hoef je de lieve buurman ook niet steeds om hulp te vragen als er weer gekit moet worden.

 

Lief voor de koeien is lief voor jezelf

Op nummer twee in de top 10 van ‘De Verborgen Impact’ staat vlees eten. Het maken van een simpele hamburger die de buurman bij de snackbar haalt, kost 2.000 liter water. En enorm veel landbouwgrond en dus bomen.  En hoe lief koeien ook zijn, ze zijn met te veel nu. Ze laten scheten en boeren en deze methaangassen zijn enorm belastend voor onze aarde. Meer plantaardig eten is de oplossing. Dat is lief voor de koeien, lief voor jezelf  en lief voor je moeder. Het verlaagt je bloeddruk en vermindert je kans op hart- en vaatziekten. Ik neem me voor de buurman van de zomer meer courgettes uit mijn moestuin te geven.

 

Gekke Henkie is lief

Dus ook al heeft je buurman 3 auto’s, het helpt echt als jij die van jou laat staan. Door op de fiets te springen ga je bewegen. Je ademt frisse lucht in en ontspant. Door de trein te pakken, ren je nog eens over een perron en ontmoet je leuke mensen. Goed voor je, zou de buurman ook eens moeten doen. Wees lief voor jezelf, je buurman en voor je moeder. Wees gekke Henkie.

Als we zijn uitgekeken op de kleding die in onze kast hangt, dan willen we graag wat nieuws kopen. Iets waar we ons weer nieuw en fris in voelen. Een update van je kledingkast. Eerlijk is eerlijk, dat vinden we allemaal heerlijk. Toch? Helaas heeft zo’n nieuw kledingstuk een keerzijde. Het heeft namelijk een negatieve impact op het milieu. Maar, hoe kan je dan je kledingkast updaten, zonder het milieu onnodig te schaden? Ik geef je 5 tips.

 

 

Tip 1: Breng kleding naar de kleermaker

 

Heb je kledingstukken die je eigenlijk nog wel leuk vind, maar die je bijvoorbeeld eigenlijk te lang of te wijd vindt? Breng ze dan naar de kleermaker! Laat een jurkje inkorten tot een leuke top, laat die uitgelubberde spijkerbroek weer innemen of laat de mouwen van een shirt afhalen. Op deze manier kan je je kleding laten aanpassen naar jouw wensen. Zo heb ik laatst een baggy jeans laten innemen tot een strakker model en heb ik de broekspijpen van een flared jeans (die toch té flared was naar mijn smaak) laten innemen tot een smaller model. Nu ben ik er weer helemaal blij mee!

 

Tip 2: Organiseer een kledingruil

 

Heb je zin in iets nieuws? Organiseer dan een kledingruil. Laat je vriendinnen ook hun kleding meenemen waar ze op uitgekeken zijn en kies bij elkaar mooie dingen uit. Trek een fles wijn open en maak er een dolle dag van.

Wil je weten hoe je een kledingruil moet organiseren? Lees dan mijn artikel hierover op mijn blog Het Groene Accent.

 

 

Tip 3: Geef je kleding weg

 

Het levert jouw kledingkast misschien niks nieuws op, maar het ruimt wel lekker op. Soms zorgt ruimte creëren in je eigen kledingkast voor extra inspiratie. Het geeft weer rust in je hoofd en maakt nieuwe combinaties maken daardoor makkelijker. Te veel keuze kan je namelijk ook in de weg staan en je laten denken dat je niks leuks hebt, terwijl dat wel zo is. Én het is leuk om iemand anders er blij mee te maken.

 

Tip 4: Draag je kleding anders

 

Soms kan het helpen om anders naar een kledingstuk te kijken. Heb je een tuniek of blouse die je niet meer draagt? Knoop ‘m eens op tot een korter model. Wat vind je er dan van? Zo had ik laatst een basis shirt met lange mouwen, een hele lage rug en juist een hoge voorkant. Ik merkte dat ik die nooit meer droeg, omdat ik die lage rug eigenlijk niet leuk vond. Tegelijkertijd was ik juist opzoek naar een basic shirt met een iets lagere hals. Ik heb toen het label uit dat shirt met die lage rug gepeuterd en draag ‘m nu achterstevoren. Precies wat ik zocht!

 

Tip 5: Koop tweedehands kleding

 

Als je écht iets nieuws wil kopen, koop dan tweedehands kleding. Ga bijvoorbeeld naar een winkel waar kleding door mensen uit de buurt wordt ingebracht. Daar vind je meestal kleding van goede merken en van nog goede kwaliteit. Zo heb je iets nieuws, zonder de schadelijke impact.

 

Zo zie je maar, je hoeft niet altijd iets nieuws te kopen om je kledingkast een boost te geven. Kijk op een andere manier naar wat je al hebt of neem een kijkje in de kast van een ander. Zo gepiept!

Je eigen bieslook kunnen oogsten en mooie paarse bieslookbloemen die schitteren in je moestuin, wie wilt dat nou niet? Persoonlijk vind ik dit een van de mooiste bloemen in mijn tuin, maar hoe zorg je er nou voor dat je volgend jaar weer een mooie bos bieslook in je moestuin hebt?

 

Bieslook is een winterharde vaste plant. Dit betekent dat je na het zaaien vele jaren plezier kunt hebben van een mooie bos bieslook. Mijn favoriete kruiden in de moestuin. Meerdere keren per week knip ik een aantal sprietjes van de plant af om te gebruiken in een salade of op mijn boterham. Het is veel duurzamer om een bieslookplant in je achtertuin te hebben, dan iedere keer een doosje bieslooksprietjes te kopen bij een supermarkt.

 

 

De bieslookplant produceert ook bloemen, heel veel prachtige paarse bloemen. Wist je dat je deze kunt eten? Lekker door de salade of laten trekken in azijn. Je kunt de bloemen ook oogsten om vervolgens zaadjes te winnen voor het volgende seizoen. Zo houdt je een constante voorraad aan bieslookzaadjes, maar hoe doe je dat? Nou, dat is eigenlijk heel erg simpel!

 

Laat een aantal bieslookbloemen gewoon lekker zitten totdat ze uitgebloeid zijn. Op dit moment knip je een aantal bloemen met steel van de plant af en maak deze aan elkaar met een stukje touw. Zoek een oud plastic flesje waar je de bovenkant vanaf knipt. Hang de bieslookbloemen op de kop en zet het plastic flesje eronder. Nu is het gewoon wachten totdat de bloemen verder uitdrogen en de zaadjes loslaten. Zet het potje ergens in een hoekje en na een paar weken is de bodem van het plastic flesje gevuld met kleine zwarte zaadjes!

 

 

Deze zaadjes kun je vervolgens het volgende seizoen weer zaaien voor nieuwe bieslook(bloemen), succes!