Op dit moment ben ik ruim 25 weken zwanger van mijn tweede kindje en wanneer is nu een betere tijd om te beginnen met minimaliseren op spullen, dan wanneer je een kindje verwacht. Am I right moeders? Nee? Nee.. dat is lastig inderdaad.  

 

Toch denk ik dat veel (nieuwe) moeders hier wel mee bezig zijn. Sommigen vanwege idealistische overwegingen, velen willen natuurlijk ook gewoon besparen op de kosten. Als je om idealistische redenen weinig spullen in huis wilt en/of spullen met een zo klein mogelijke impact op het milieu, dan is het extra moeilijk, want dan moet je dit je omgeving ook nog eens uitleggen. Ik deel jullie mijn tips voor beide!

 

TIP 1: Wat heb je daadwerkelijk nodig?

Vooral koppels die voor het eerst ouder worden, verkijken zich hier nog wel eens op. Ik zie mensen die voor het eerst ouder worden vaak stapels hydrofielen doeken, en vooral babykleding in huis halen. Een fout die wij de eerste keer ook maakten is: laarsjes/sneakers in de kleinste maatjes. Nooit gedragen. Ze lopen het eerste jaar (meestal) nog niet eens! Ook wat betreft de kleine maatjes kinderkleding hebben we veel weer ongebruikt in een doos terug kunnen stoppen. Voor je het weet is je baby er alweer uitgegroeid en heb je geen kans gehad om het aan te trekken. En als je kindje in januari wordt geboren heb je dus geen t-shirts met korte mouwen nodig in maat 56 (Ja die fout hebben we gemaakt).

 

TIP 2: Koop meubels voor de babykamer tweedehands

Voor sommigen misschien een beetje een open deur, maar hij kan toch niet ontbreken. Er zijn zo-veel leuke spullen te vinden op Marktplaats of in 1 van de vele Facebookgroepen! Het is goedkoper dan de spullen nieuw kopen én de impact op het milieu is veel lager. Zo hebben wij voor ons eerste kindje een hele mooie Leander wieg gescoord op Markplaats (zo goed als nieuw) en hebben we verder ook zijn ledikant en commode gekocht via Marktplaats.

 

TIP 3: Neem gebruikte spullen van familie en vrienden aan

Natuurlijk is het ontzettend leuk als je zwanger bent om zelf allerlei schattige babyspulletjes te kopen, wie vindt dat nou niet één van de leukste dingen om te kopen! Wel hebben mensen in je omgeving vaak ook al vanalles in huis liggen wat ze je graag lenen. Neem dit aan! Wat maakt het uit dat je pasgeboren jongetje in een roze slaapzak ligt. Hem zal het in elk geval niks interesseren en geloof me, het staat nog steeds schattig 🙂

 

 

TIP 4: Spread the rumor: “Geef ons niet teveel!”

Oké, nu wordt het lastig. Oma’s, tante’s, vriendinnen, achterneefjes, iedereen vindt het leuk om babyspullen te kopen. En meestal vindt iedereen het ook leuk om een cadeau aan iemand te geven. Tel die twee bij elkaar op en je ontvangt waarschijnlijk een shitload aan babyspullen tijdens je zwangerschap (en daarna, maar dat is voor een andere keer). Sommige spullen zijn prachtig, anderen vind je eigenlijk niet zo mooi, weer anderen heb je al of zijn in de verkeerde maat, verkeerd seizoen.

 

Probeer op een tactische manier aan je familie, vrienden en kennissen door te geven dat je niet al te veel spullen in huis wilt halen, omdat (hier jouw reden). Wij kunnen nu bijvoorbeeld aangeven dat we veel spullen al hebben, maar we vertellen ook dat we graag wat duurzamer willen leven. Je kunt wel alternatieven voorstellen, zoals vragen om ze mee te laten betalen met een groter cadeau, iets wat je misschien anders toch zelf had gekocht. En voor de eventuele babyshower is het misschien leuk om iets met zijn allen te gaan doen en dat iedereen daar aan meebetaald, en/of samen één groter cadeau geeft.

 

TIP 5: De mogelijkheden van het geboortekaartje

Deze sluit eigenlijk aan op tip 4. Een handige tip die ik eens heb gelezen is om op het geboortekaartje in een paar zinnen aan te geven dat je liever geen kraamcadeau’s ontvangt. Zo kun je bijvoorbeeld aangeven dat jouw kindje alles al heeft wat zijn hartje begeert, maar dat er andere kindjes zijn die weinig tot niets hebben. Plaats hierbij een goed doel waar zij een kleine gift aan kunnen doen als cadeau, prachtig toch!

 

Bonus tip: Schrijf er een passief-agressieve blog over en deel deze met je familie en vrienden 😉

 

‘Welke broekjes zijn geschikt voor over de wasbare luiers?’ Is geen gekke vraag. Want heb je eenmaal je oogappel in een supercute luiertje gehesen; blijkt zo’n bol bibsje niet zomaar in elk broekje te passen. Het ene luiersysteem is het andere niet natuurlijk; maar als je tweedelige luiers gebruikt nemen die luiers best wat ruimte in óm de billetjes heen. Bij de Milovia’s die ik gebruik valt het eigenlijk wel mee. Ze staan er bekend om dat ze slank vallen. Maar had ik al verteld dat de peuter een breed ventje is? Al snel een maat breder dan hij lang is en met luier aan dus totaal uit broeken-verhouding te noemen.

 

Ieder kindje heeft natuurlijk zijn of haar eigen figuurtje. Tel erbij op de dikte van de luier en ziedaar; een slank kind dat past in zn eigen maat, of een kind dat qua broekjes een maatje groter prima past met de pijpjes omgeslagen. Of je krijgt de broek niet over de luiers heen, zoals bij Joah het geval is. Maeve past overigens meestal prima in haar eigen lengtemaat, maar draagt toch vaak een legging; die rekken al snel mee.

 

Goed; je moet je kind dus iets meer aan doen dan enkel een luier en ook voor onze bolgebilde ukkies zijn er duurzame merken op de markt. Maar daar wilde ik eigenlijk niet beginnen. Want voor mij is dat zelf ook pas één van de laatste opties. Huh? Juist…

 

 

Tweedehands kleding

De kleding die er al is, waar ook echt veel van is en stuk voor stuk grondstoffen, verfstoffen en CO2 heeft gekost om er te komen. Hergebruik van bestaande kleding scheelt. In het eerste jaar alleen al wisselen baby’s een paar keer van garderobe. Kleine maatjes slijten weinig en is er een ruim aanbod; koop of verkoop via marktplaats en (plaatselijke) verkoopsites of bezoek een kinderkledingbeurs of kringloop.

 

Ik heb zelf heel veel kleding tweedehands gekregen en ook weer doorgegeven. We hebben het getroffen met oudere (achter)nichtjes en neefjes. Sommige kledingstukken die de jongste nu draagt zijn al 12 jaar oud en ik verbaas me soms hoe mooi ze er nog uit zien. Grote delen van de kledingkasten van mijn kinderen hebben mij geen geld gekost. Maar betalen voor een kledingstuk geeft het wel waarde, waardoor je er automatisch zuiniger mee omgaat.

 

Harembroekjes passen vaak goed over de luierbillen. Met leggings heb je ook niet snel problemen. Joggingbroekjes en stretchjeans lukken ook vaak. Maar let op dat de kleding niet te strak om de luier komt te zitten. Want strakke kleding kan druklekkage veroorzaken.

 

Zelf maken

Voor mij een ‘no-brainer’. Ik heb mogelijk een kronkel wat dat betreft. Ik verklap maar dat ik opgeleid ben aan de kunstacademie. Dus denk ik eerst ‘kan ik het zelf maken’ voordat überhaupt de optie ‘kan ik het ergens kopen’ in mijn hoofd opkomt. Niet handig; I know, het kost veel tijd.

 

 

Vooral de broekjes van Joah maak ik zelf omdat hij niet past in de broekjes die hij kreeg. Hij groeit nu zo’n beetje uit de laatste maat van het fijne Oliver pants patroon (http://emmaenmona.blogspot.com/p/gratis-patroon-oliver-babybroek.html) dus nu ben ik aan het experimenteren met het Dex pants harembroekje (https://missessippie.wordpress.com/gratis-naaipatroon-dex-pants). Want dat is het mooie aan zelf maken; je kan ze een maatje breder maken en de lengte aanhouden van een kortere maat of juist een centimetertje bij de hoogte van de kont aan tekenen. Onder andere Brindille and Twig heeft betaalpatronen voor leuke broekjes.

 

Dat kost ook grondstoffen ja. Daarom kies ik stoffen met het oeko-tex of GOTS label. Of ik recycle oude kleding. Een oude trui met versleten naden van mijn man werd zo nog een seizoen gedragen als broekje en een te klein geworden truitje werd een onderdeel van een broekje. Toegegeven; dat was vooral omdat ik het printje zo leuk vond.

 

Van een echt wollen trui van de kringloop zou je overigens ook een wolbroekje kunnen naaien voor over een voorgevormde luier. Om maar even een zijsprongetje te maken. En restjes? Dat wordt de voering voor een zak, een onderbroek, wasbare billendoekjes, wasbaar maandverband, bijenwasdoek en ga zo maar door. De kleine snippers wordt soms mee geknutseld, maar gaan verder in de textielbak om isolatie te worden.

 

Kopen

Dus je wilt mooi om de billen en goed voor de wereld.. Dan kom je al snel uit bij merken zoals Maxomorra, Duns en NOeser. Er zijn ook veel mama’s die broekjes naaien en deze via facebook of etsy verkopen. En gelukkig voeren ook steeds meer winkelketens een duurzame lijn en kun je daar ook met een steeds geruster hart rondsnuffelen. Als je twijfelt, dan kun je ook kijken of www.rankabrand.nl  het merk heeft beoordeeld.

 

En als je nog leuke duurzame merken kent waar die luierkontjes in passen, dan kun je hier onder reageren!

 

Groetjes, Lydia

 

Van 20 t/m 27 oktober stond Utrecht in het teken van Duurzaamheid tijdens de ‘Duurzame Week’. Naast de vele workshops, evenementen en exposities werden er ook lezingen en filmvoorstellingen georganiseerd. Voor GRN United bezochten we Climate Innovation Experience van EIT Climate-KIC en de 360 graden film ‘Climate Planet’. Voor een ieder die nu geen idee heeft waar wij het over hebben; no worries, dat hadden wij ook niet toen wij ons inschreven!

 

Over Climate-KIC

Climate-KIC is een EU-initiatief op het gebied van klimaatinnovatie. Door samen te werken met bedrijven, academische instellingen en de publieke sector hoopt Climate -KIC de klimaatsverandering het hoofd te bieden en (voor zover nog mogelijk) terug te dringen. Zij steunen innovatieve startups, verzorgen educatieprojecten voor studenten en stimuleren samenwerkingsverbanden op het gebied van kennis en innovatie.

 

Climate Innovation Experience – de highlights

Onze ‘Climate Innovation Experience (CIE)’ begon met een quiz die alle deelnemers met elkaar verbond op een groot ‘Buzzmaster-scherm’. Via dit scherm konden ook enkele vragen gesteld worden aan de sprekers. Sprekers waren o.a. directeur van EIT Climate-KIC Benelux (Tom Bakkum), directeur CSR Achmea (Liesbeth van der Kruit), enkele startup ondernemers en (voor ons de meest spraakmakende) milieuactivist Maurits Groen.

 

Zijn naam deed het al vermoeden; Maurits Groen pleit al jaren voor duurzaamheid en stond niet zonder reden in 2015 op de eerste plaats in de Duurzame 100 van het Dagblad Trouw. Hoe het allemaal begon? Tijdens zijn loopbaan als hoofdredacteur van het blad milieudefensie ontving Maurits een 22 pagina’s lang artikel, dat zijn leven veranderde. Ik geloof niet dat hij details over dit stuk heeft doorgegeven, maar als iemand  weet welk stuk dit geweest is horen we dat natuurlijk graag!

 

“Toen Al Gore in 2006 met ‘An inconvenient truth’ de wereld probeerde te veranderen wilde niemand in Nederland zijn film uitbrengen of vertonen” vertelt Maurits. “Uiteindelijk kreeg ik het voor elkaar dat Al Gore’s film o.a. in het Amsterdamse Theater Tuschinski groots in première ging.”

 

 

Maurits benadrukt tijdens zijn speech het belang van kleine veranderingen in het grote geheel. Maar ook de urgentie om daar NU mee te beginnen. De tijd waarin we onze ogen kunnen sluiten voor wat er om ons heen gebeurt is voorbij. Maar wat valt er aan te doen?? En hoe overtuig je mensen die hun ogen liever sluiten voor de problematiek? “Mensen die nog steeds denken dat de aarde plat is kun je beter negeren. Zolang we zelf actie ondernemen zal de rest uiteindelijk volgen.” zegt Maurits. “Veel mensen denken ook dat ze veel moeten ‘opgeven’ om duurzaam te kunnen leven. Maar dit is compleet de verkeerde mindset. De kosten van onze levensstijl worden nu overgedragen aan een andere generatie, of in sommige gevallen, een andere plek! Ik weet zeker dat we niets hoeven op te geven. Het moet ‘anders’. Maar ik geloof dat dit uiteindelijk alleen zal bijdragen aan een groter comfort in de toekomst.”

 

Daarnaast is er volgens Maurits op grotere schaal ook winst te behalen door o.a.:

 

  1. Verminderen van het gebruik van Koelinstallaties/ airco

Slachthuizen, Chemische bedrijven, voedselbedrijven en supermarkten beschikken over koelinstallaties die essentieel zijn om het bedrijfsproces optimaal te laten verlopen. De koelinstallaties bevatten vaak een koelmiddel dat schadelijk is voor de ozonlaag, of dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde.

 

  1. Voorkomen van voedselverspilling

1/3e van al het geproduceerde voedsel wordt weggegooid in Nederland.

 

  1. Educatie van meisjes

Hoger opgeleide vrouwen hebben gemiddeld genomen minder kinderen. Minder mensen, minder milieu-impact.

 

Leestip van Maurits:

 

  • The Great Disruption – Paul Gilding (ENG) / Helden Uit Noodzaak – Paul Gilding (NL)
    Over hoe onze generatie dankzij de ecologische en economische crisis de wereld gaat redden

 

Climate Planet

De 360 graden film Climate Planet toont de geschiedenis van de aarde, de effecten die wij daar als mensheid op hebben gehad en wat ons te wachten staat in de aankomende jaren. Wij vonden de film mooi gemaakt en de oorzaken en gevolgen van klimaatsverandering werden erg goed uitgelegd (redelijk Jip en Janneke niveau).  Zeker een aanrader voor iedereen die zichzelf (of zijn/haar kinderen) wil onderwijzen op het gebied van klimaatverandering.

 

Van 6 oktober tot 3 november staat de Climate Planet wereldbol nog op het Jaarbeursplein. Hierin is een tentoonstelling te zien en kan de 360 graden film ‘Climate Planet’ worden bekeken.

Heel kort gezegd: nee! Als je wilt weten waarom, lees dan gauw verder.

 

 

Steeds vaker vertellen mensen mij dat ze minderen met vlees, dan denk ik ‘geweldig’! Regelmatig vertellen ze er dan achteraan dat ze vaker kiezen voor vis… Dan denk: “ok, here we go'” en dan vertel ik het volgende verhaal.

 

Dat minder of geen vlees eten gezond is, dat is duidelijk. Er is wetenschappelijke consensus over de link tussen overmatige vleesconsumptie en darmkanker, diabetes type 2, beroerte en longkanker. Gelukkig zijn steeds meer mensen hiervan op de hoogte. Vis is een ander verhaal: het heeft een gezond imago. En dat komt door Omega 3. Dit vetzuur heeft positieve gezondheidseffecten. Het zorgt voor een betere balans van vetten in je lichaam, waardoor je aderen minder snel dichtslibben, om het even eenvoudig te zeggen. Het verkleint zodoende de kans op hart- en vaatziekten. Daarnaast is Omega 3 goed voor de hersenen.

 

Maar vis eten heeft z’n minpunten.

Zo bevatten wilde vissen ongezonde stoffen aangezien de zeeën en oceanen vervuild zijn door zware metalen, dioxines, PCB’s en resten bestrijdingsmiddel. Vissen krijgen dit binnen, het wordt opgeslagen in hun vetcellen en vervolgens krijgen wij het binnen – wanneer we vis eten. Kweekvis is niet veel beter, want hier is sprake van antibiotica-gebruik en daarnaast ophoping van ongezonde stoffen als de kweekvis wordt gevoerd met vismeel of visolie (wat vaak het geval is). De Gezondheidsraad raadt aan om niet meer dan 1 keer per week vis te eten.

 

Bovendien zijn er andere redenen om geen vis te eten. Kweekzalmen kunnen bijvoorbeeld zo depressief worden dat ze het loodje leggen. Ze kunnen het leven in de overvolle kweekbaden niet meer aan en stoppen met eten. Depressieve zalm: is dat iets wat je in je lichaam wilt stoppen? Daarnaast is er steeds meer bewijs dat vissen intelligente en gevoelige wezens zijn, kijk maar naar deze filmpjes over een vis die graag geaaid wordt, een vis die de stok terugbrengt, deze vis die een kunstwerk maakt en deze buurvissen die ruzie maken (het zijn soms net mensen). Als je je dan nog eens bedenkt dat ze op gruwelijke wijze sterven (ze kunnen op land nog een half uur in leven blijven en worden vaak dus levend gevild), dan kan je het toch niet over je hart verkrijgen om deze beestjes nog te eten?

 

Daarnaast zijn vissen hard nodig voor gezonde oceanen. De oceanen voorzien ons van zuurstof, zij zijn dus net als de bossen enorm belangrijk voor de mens, puur voor de lucht die we inademen. De oceanen hebben het al zwaar met klimaatverandering en vervuiling. Hierdoor verzuurt het water en sterven koraalriffen en ander zeeleven af. Onze visserij is ook enorm destructief. Sleepnetten verwoesten de zeebodem en zorgen voor bijvangst. Bij garnalen is het zelfs zo dat er voor elke kilo garnalen tot wel tien kilo bijvangst is. Naast dat de zeedieren eronder lijden, maken we onze eigen ecosystemen dus kapot.

 

En nu? Geen paniek! Het antwoord is eenvoudiger dan je denkt: vissen halen zelf hun vetzuren uit plantaardige bronnen: algen! Wij kunnen ook Omega 3 uit algenolie halen. Bovendien kan je elke dag een eetlepel gebroken lijnzaad eten (bijvoorbeeld door havermout, door een smoothie of bij de avondmaaltijd) of je kan bijvoorbeeld lijnzaadolie door salade doen in plaats van olijfolie. Ook in chiazaad en hennepzaad zit Omega 3, alleen is lijnzaad vaak een goedkopere optie.

Wat lekkere visvrije recepten, zodat je niets hoeft te missen qua smaak en structuur:

 

 

Visvrije sushi:

Ingrediënten voor 2-4 personen: sushi kit; blok tofu (400 gram); 2 el olijfolie; 1/2 komkommer; 1 wortel; 1 gekookte biet; 1 avocado; 4 radijsjes; andere groentes naar keuze (bijvoorbeeld paprika).

 

Het handige van sushi is dat je de sushirollen van tevoren kan maken en in de koelkast kan leggen (besprenkel dan wel de avocado met citroen zodat deze niet bruin wordt). Je kan de rollen in stukken snijden wanneer het etenstijd is.

 

1) Kook de sushirijst volgens de verpakking. 2) Snijd de komkommer, wortel, radijsjes, rode biet en avocado in dunne reepjes zodat ze in de sushirollen passen. 3) Laat de tofu uitlekken, snijd in plakken en vervolgens in driehoekjes. Bak de tofu met wat kurkuma, peper en zout in een hete pan met de olijfolie tot de tofu goudbruin en licht krokant wordt. 4) Verdeel de sushirijst over een norivel, hou daarbij een rand vrij (zie foto) zodat deze ‘vastgeplakt’ kan worden aan de rol. 5) Leg de gewenste ingrediënten op de rijst in een strook aan het begin van het norivel en rol de nori op met het matje (zie ook de handleiding in de sushi kit). 6) De overgebleven, onbedekte rand maak je nat met een beetje water en plak je vast aan de rol. 7) Ga zo door tot je norivellen op zijn. De sushirollen kan je in de koelkast leggen tot etenstijd, of je kan ze natuurlijk gelijk snijden en serveren. 8) Snijd de rollen in gelijke stukken en leg die mooi op een groot plat bord, serveer daarnaast de sojasaus, gember en wasabi in kleine kommetjes. 9) Geniet!

 

Kikkerwtensalade die op tonijnsalade lijkt:

Ingrediënten voor 4 personen: 200 gram kikkererwten; 1 norivel; 1 eetlepel olijfolie; 2 eetlepels veganaise; 1 theelepel mosterd; sap van 1 limoen; 1 eetlepel kappertjes; 1 teentje knoflook; 1 theelepel bieslook; Zout & cayennepeper naar smaak

 

1) Doe de kikkererwten in een kom en prak ze met een aardappelstamper (of een vork) plat. Ze hoeven niet helemaal fijn, het is het lekkerst als er nog een bite aan zit. 2) Knip het norivel helemaal fijn (of doe het in de keukenmachine) en roer door de kikkererwten. Roer olijfolie, veganaise (bijvoorbeeld Mayolijn van Remia), mosterd en limoensap erdoor. 3) Snijd de kappertjes met een mes, pers de knoflook uit en voeg samen toe aan het kikkererwtenmengsel. Breng op smaak met bieslook, zout en cayennepeper. 4) Serveer op een broodje met sla, schijfjes augurk en tomaat. Ook lekker om er nog zeekraal op te doen (bij de grotere supermarkten verkrijgbaar).

 

Tip: bij de biologische winkel en toko vind je nog veel meer soorten zeewier, elk met hun eigen smaak. Probeer eens verschillende uit om je favoriet te ontdekken en je eigen visvervangende maaltijd te creëren!

 

Dit recept is van de VeganChallenge.nl.

 

Bloemkool ‘kibbeling’:

Ingrediënten voor 4 personen:

 

1 gemiddeld tot groot formaat bloemkool

 

Voor het beslag: 270 gram bloem; 375 ml water; 1 tl paprikapoeder, knoflookpoeder; 2 tl gemalen zwarte peper, zout, oregano, salie; 3 tl chilipoeder

 

Voor het paneren: 130 gram broodkruimels of paneermeel; 95 gram bloem; 1 tl paprikapoeder, knoflookpoeder; 2 tl gemalen zwarte peper, zout, oregano, salie; 3 tl chilipoeder; frituurolie en frituurpan

 

1) Snijd de bloemkool in roosjes. 2) Mix alle beslag-ingrediënten door elkaar. 3) Mix de ingrediënten voor het paneren door elkaar. 4) Doop de bloemkool roosjes in het beslag, zorg dat ze helemaal bedekt zijn met het beslag. Rol ze vervolgens in de kruimels, tot ze helemaal bedekt zijn. 5) Frituur de ‘kibbeling’ op een temperatuur rond de 180 ℃ tot ze knapperig, stevig en goudbruin zijn. 6) Voor een echte kibbeling-saus roer je 1 dl mayo (bijvoorbeeld Mayolijn van Remia) met een halve ui en 1 eetlepel kappertjes, beide fijngesneden. Voeg er peper, dragon en peterselie aan toe en voila. Lekker met bijvoorbeeld aardappelpuree.

 

Tip: geen frituurpan? Geen probleem. Bak de ‘kibbeling’ in een kleine pan met een ruime hoeveelheid olie en rol ze voldoende om, om alle kanten krokant te bakken.

Dit recept is van de Vegan Challenge.

 

Daar sta ik dan, bibberend onder de douche, na het sporten. Heerlijk hoor, buiten sporten, maar in de winter raak je toch altijd behoorlijk verkleumd. Als mijn lijf wat aan de temperatuur gewend is, draai ik de douche weer een graadje warmer. Langzaam opwarmend droom ik een beetje weg. Had ik mij nu al ingezeept of niet? Ik weet het niet meer en dus doe ik het voor de zekerheid nog een keer. En nu ik toch wat op begin te warmen, kan ik ook wel even een haarmaskertje in doen. Terwijl ik wacht tot dit goed ingetrokken is, draai ik de douche nog snel een graad warmer. Als ik dan helemaal klaar ben, zeg ik tegen mijzelf dat ik eronder uit moet. Maar de warme douche verlaten, in ruil voor de koude badkamer, dat lukt meestal niet meteen. Dus voor ik de douche echt uit draai, ben ik denk ik toch zomaar weer een minuutje verder. Als ik uit de douche stap, neem ik het mij opnieuw weer voor, morgen doe ik het echt beter!

 

Een douchebeurt heeft meer impact dan gedacht

Maar wat is nou ‘beter’? Lange tijd heb ik gedacht dat het alleen om die kortere douche tijd ging. En dan vooral omdat de waterrekening anders zo hoog wordt. Pas de laatste jaren ben ik gaan beseffen dat er nog veel meer achter zit, en nog steeds doe ik nieuwe ontdekkingen.

Ik hoef je vast niet meer te vertellen dat je door korter te douchen water en energie kunt besparen en dat dit beter is voor onze planeet.

 

 

Pas het afgelopen jaar ben ik gaan leren over microbeads en andere chemicaliën in verzorgingsproducten. Voor degene die microbeads nog niet kennen, dit zijn hele kleine plastic bolletjes. Doordat verzorgingsproducten (met microbeads en andere chemicaliën) in aanraking komen met je huid, komt een gedeelte in je bloedbaan. Een ander gedeelte verdwijnt door het riool, maar daarmee is het probleem helaas niet opgelost. Deze microbeads zijn zo klein, dat ze vaak niet door de zuiveringsinstallatie verwijderd kunnen worden. Met andere woorden, deze komen in het milieu terecht.

 

In eerste instantie was ik ervan overtuigd dat dit voor mij wel zou mee vallen. Als je het mijn omgeving zal vragen, dan zal vrijwel iedereen het bevestigen. Ik ben niet zo’n make-up meisje. Ik ga regelmatig de deur uit zonder make-up (omdat ik het vergeet, of uit pure luiheid) en toen ik nog op voetbal zat was ik altijd de eerste die gedouched en weer omgekleed was. Maar toen ik eens rond ging kijken in mijn badkamer, bleek het toch niet zo mee te vallen.

 

Mijn eigen invloed

3 producten om mijn haren te wassen (shampoo, conditioner en een maskertje), dan heb ik nog spul om erin te doen om te zorgen dat mijn krullen wat beter blijven zitten of spul om te zorgen dat het juist wat stijler blijft. Juist ja, je telt het goed. 5 producten voor mijn haren en dat voor iemand die haar haren 90% van de tijd in een staart heeft… Tel daar dan toch iets van een mascara, parfum en deo bij op en het aantal verzorgingsproducten tikt toch wel aan. En dan te bedenken dat ik hoogstwaarschijnlijk relatief weinig producten gebruik. Dat moet toch allemaal anders kunnen? Zo kwam er nog een aandachtspuntje op mijn lijstje met dingen waarin ik duurzamer wil gaan leven. Een lijstje dat langzaamaan blijft groeien, want laten we eerlijk zijn, hoe meer je er mee bezig bent, hoe meer nieuwe duurzame ontdekkingen je doet en nog meer wilt verbeteren.

 

De weg naar onze agenda

Als ik met mijn zus ben, komt dit onderwerp regelmatig aan bod. Hoe doe jij dit en hoe pak jij dan dat aan? Het afgelopen jaar doken we hier samen in en probeerden we meer over duurzaamheid te leren. Maar zoals bij iedereen, ook onze dagen zijn vol en druk, dus we hebben hier niet altijd zin in en tijd voor. Dit probleem moeten anderen toch ook herkennen! Heb jij ook de behoefte meer met duurzaamheid te doen maar vind je het lastig dit in de praktijk te brengen? Met deze vraag in ons achterhoofd is het idee van onze agenda ontstaan. We willen proberen iedereen hier mee te helpen, met kleine concrete stappen. Want met zijn allen maken we echt een verschil.

 

 

En wat is er nou concreter dan iedere week één (of een paar) tips, om toe te passen? Dit vind je terug in onze agenda! Een agenda met 12 thema’s, elke maand één. Per thema een aantal concrete tips, die over de weken van die maand verdeeld zijn. Op deze manier denken wij dat iedereen, zonder dat het je veel tijd en energie kost, het leven wat duurzamer in kan richten.

 

Inmiddels zijn we een half jaar verder en is de agenda uitgebracht! Wij zijn ongelofelijk trots en blij met het resultaat. Maar ons echte doel, mensen helpen een duurzamer leven te krijgen, hebben we natuurlijk nog niet bereikt. Daarvoor hebben we jou nodig. Ga jij met ons komend jaar de uitdaging aan om je leven duurzamer in te richten? Kijk dan nu voor onze agenda op www.worldsisters.nl.

 

De herfst is aangebroken en dat betekent paddenstoelen, bladeren in alle kleuren en natuurlijk pompoenen! Iedereen kent natuurlijk wel de bekende oranje pompoen. Wist je dat er ook gele, groene, zwarte en witte pompoenen zijn?

Aangezien ik dit jaar geen ruimte en tijd heb gehad om zelf pompoenen te kweken, heb ik een bezoekje gebracht aan de lokale boerderijwinkel. Een hele binnenplaats vol met allerlei soorten pompoenen. Van de kleine schattige pompoenen tot grote joekels van wel 300 kilo! Na even rond gekeken te hebben, besloot ik om te gaan voor 1 standaard oranje pompoen en een leuke verzameling van diverse kleine pompoenen.

Maar wat kun je nou allemaal doen met een pompoen?

      

 

Het simpelste wat je kunt doen, is pompoenen gebruiken als decoratie. Aangezien pompoenen voorkomen in zo ontzettend veel vormen, kleuren en maten is het ontzettend leuk om een herfsttafel of -schaal te maken. Bijvoorbeeld met wat kaarsjes, dennenappels, bladeren en een aantal pompoenen. Of gewoon alleen maar pompoenen, gewoon omdat ze zo leuk zijn!

 

 

De grote oranje pompoen is een echte Halloween pompoen geworden. Heel cliché, maar zo leuk om te doen. Begin met het tekenen van een gezicht of andere vorm die je graag wilt uitsnijden. Snijdt vervolgens eerst de deksel eraf en maak de pompoen leeg. Je zou ook een rondje aan de achterkant van de pompoen open kunnen snijden in plaats van de deksel als je pompoen niet zo groot is. Spoel de pompoen na met water en een beetje azijn, voor de houdbaarheid van de pompoen. Laat de pompoen goed drogen en snijdt vervolgens het gezicht of de vorm die je getekend hebt voorzichtig uit. Maak in de deksel een klein gaatje als schoorsteen. Zet een kaarsje erin en klaar!

 

    

 

 

Een andere leuke optie is het maken van een vogelvoerbak. Ook hierbij kun je je creativiteit helemaal de vrije loop laten. Snijdt bijvoorbeeld de bovenkant eraf en vul de pompoen met de pitten die erin zitten en zonnebloempitten. Dat vinden de vogels heerlijk! Of hol de pompoen horizontaal uit, zodat de vogels vanuit beide kanten binnen kunnen vliegen.

 

 

Nadat je de vogels gevoerd hebt, moet je natuurlijk ook aan jezelf denken. Pompoen kun je in heel veel verschillende recepten verwerken, zoals bijvoorbeeld in een pompoensoep, een curry met pompoen of een pompoenquiche. Zelf vind ik het lekker om pompoen te roosteren in de oven of de airfryer. Heel simpel en zo ontzettend lekker!

 

Recept geroosterde pompoen

Verwarm de oven of airfryer voor op 200 graden. Was de pompoen en snijdt deze doormidden. Schraap het middelste vruchtvlees samen met de pitten eruit. Snijdt de pompoen vervolgens in stukken. Dit kan bijvoorbeeld in blokjes of in halve maantjes. Doe de gesneden pompoenstukken samen in een kom met wat olijfolie en wat kruiden. Ik ga alleen voor zout, maar je zou dit ook kunnen doen met Provençaalse kruiden, chilipoeder of ras el hanout. Leg de stukken pompoen op een vel bakpapier in de oven of in het mandje van de airfryer. Rooster de pompoen 25 minuten in de oven of 12 minuten in de airfryer en eten maar!

Gooi de pompoenpitten niet weg! Je kunt deze namelijk ook roosteren en door de salade doen of lekker van snacken.

 

Hoe heb je volgend jaar je eigen pompoen?

De beste zaaiperiode voor pompoenen in rond eind april tot half mei. Zaai de pompoenzaden binnen voor. De zaden kiemen bij 25 graden na ongeveer zes dagen. Plaats de jonge pompoenplantjes na IJsheiligen buiten en zorg ervoor dat ze van tevoren in een pot kunnen afharden. Op deze manier kunnen ze wennen aan de buitentemperatuur. Rechtstreeks buiten zaaien kan ook, maar doe dit wel pas na IJsheiligen.

 

 

Hoe gebruik jij pompoenen, als versiering of ga je er lekker mee aan de slag in de keuken? Laat het ons weten!

 

Minimalisme gaat over het leven van een betekenisvol leven. Het kent in feite twee stappen: (1) stel vast wat jij belangrijk vindt en (2) elimineer de rest. Dit klinkt in theorie vrij overzichtelijk, maar in nu ik het toe probeer te passen in mijn dagelijkse leven loop ik regelmatig tegen wat pittige dilemma’s aan. Op GRN United is het deze maand ‘duurzame mode’ maand en dat zette me aan het denken over één van m’n meer recente dilemma’s: de inhoud van mijn kledingkast. Mijn kledingkast is door mijn recente inspanningen om te ontspullen al flink geslonken, maar minimalistisch of duurzaam valt het nog niet bepaald te noemen. De centrale vraag: wat is het alternatief?

 

 

Het simpele -en flauwe- antwoord dat vriendlief hierop gaf is uiterst straightforward: ‘’Doe de helft van je kledingkast in een vuilniszak en doneer het aan een goed doel, doei kleding, hallo ruimte.’’ Echter, dat vindt mijn (modieuze) minimalistenhart iets te spannend. Ik vind het namelijk wel belangrijk dat ik voldoende verschillende setjes kleding over te houden die ik zowel zakelijk als privé graag wil dragen. Ook merk ik dat ik moeite heb met het loslaten van kleding die ‘nog niet afgeschreven’ is. De kledingstukken die me niet meer passen of die versleten zijn heb ik onlangs al gedoneerd voor hergebruik of recycling en zoals ik het zie zijn de items die nu nog in m’n kast hangen nog netjes, passend en van prima kwaliteit.   

 

Toch zijn dit niet genoeg redenen om het onderwerp ‘kledingkast’ dan maar van m’n minimalistische wensenlijstje te schrappen. Eén van de redenen dat ik minimalisme zo interessant vind, is dat het me focus geeft. Die focus word ik blij van. Als ik voor m’n kledingkast sta voel ik me niet blij. Dat komt omdat er geen focus is. Mijn kledingkast is een allegaartje: de afzonderlijke items vind ik mooi, maar ze passen lang niet allemaal even goed bij elkaar en ondanks de hoeveelheid items heb ik toch vaak het gevoel dat ik niks heb om aan te trekken. Steeds vaker lees ik over de ‘capsule wardrobe’, die dit soort issues verleden tijd zou maken. De grote vraag is: wat is het nu eigenlijk?

 

 

Capsule wardrobe

Het blijkt dat er allerlei definities van een capsule wardrobe in omloop zijn, maar ze hebben allemaal gemeen dat je ongeveer dertig kledingstukken bezig die goed bij elkaar passen, zodat ze onderling goed te combineren zijn. Sommige mensen wisselen (een deel van) die dertig items per seizoen om voor andere seizoensgebonden items. Hun kast bevat dus telkens ongeveer dertig items, terwijl ze eventuele extra (seizoensgebonden) kleding bewaren buiten het zicht.

 

Vooral dat laatste, het bewaren, bevalt me wel op dit punt. Ik ben groot voorstander van loslaten, maar het is natuurlijk niet bepaald duurzaam om elk seizoen opnieuw een jas te kopen omdat je de jas van vorig jaar weg hebt gedaan. Duurzame mode betekent voor mij niet alleen het kopen van duurzame merken, het betekent vooral het niet kopen van items. Het meest duurzame kledingstuk is immers het niet-geproduceerde kledingstuk. Met deze gedachte in het achterhoofd ga ik dus aan de slag: ik ga het gewoon doen, zo’n capsule wardrobe!

 

Na een uur voor m’n kast te hebben doorgebracht, wat kleding op stapeltjes gelegd te hebben en vervolgens weer terug te hangen in de kast, constateer ik dat ik niet echt weet waar ik moet beginnen. Hoe bepaal je nu welke items ‘goed genoeg’ zijn voor in de wardrobe? En hoeveel shirts heb je eigenlijk nodig ten opzichte van broeken? En wat nu als het weer ineens omslaat? Gelukkig biedt het Internet de uitkomst: er blijken allerlei bloggers te zijn (kijk bijvoorbeeld eens op de website van Growthinkers of Naoki) die de overstap al hebben gemaakt naar een compactere kledingkast.

 

Project 333

Eén specifiek voorbeeld dat me erg aansprak was dat van Project 333. Dit is een project dat is opgezet door Courtney Carver, die klaar was met een leven vol stress en haar volle kledingkast. Ze koos 33 items uit haar kast en droeg drie maanden enkel deze kledingstukken. Haar ervaringen gingen viral en inmiddels staat Youtube vol met filmpjes van haar volgers. De filmpjes maken me enthousiast én bieden vaak concrete handvaten om aan de slag te gaan. Mijn richtlijn om aan de slag te gaan voor m’n najaarscollectie: vijf paar schoenen, zes broeken, twee rokken, zeven shirts of tops, drie blouses, vier jurken, twee jassen en vier colberts/vesten. Doe je mee?

Vegan eten is hip en hot, en erg populair bij vrouwen in de 20. Nu ben ik zelf ook een vrouw in de 20, maar wel met twee kleine kindjes. En dat maakt mijn situatie toch een beetje uitzonderlijk. Want hoe krijg ik mijn kinderen aan het plantaardige eten, en hoe lukt het mij om de kipnuggets en smeerkaas buiten de deur te houden? Voor iedere ouder die graag zijn of haar kindjes (vaker) plantaardig zou willen laten eten, zijn hier mijn tips hoe je je baby aan de bonen krijgt, en je peuter aan de peulvruchten!

 

 

Nu ben ik echt niet ontzettend succesvol (maar wees eerlijk, welke ouder is dat wel..?), maar het is me toch vaak genoeg gelukt om mijn kindjes lekker plantaardig eten voor te schotelen. Er komt hier geen vlees in huis, en andere dierlijke producten maar zelden (en die zijn dan voor manlief), maar lekker eten willen we natuurlijk wel. En onze kinderen een gezonde relatie met eten bijbrengen proberen we uiteraard ook. Dit lukt niet altijd zo goed als ik zou willen, the struggle is real, maar af en toe boek ik toch een succesje en zit ik zielsgelukkig aan tafel. En over die momentjes, waarop het mij lukt om mijn baby en peuter gezond plantaardig te laten eten, deel ik graag mijn ervaringen en tips. Want plantaardig eten is niet onsmakelijk of moeilijk, en ook met kinderen juist heel goed mogelijk!

 

Verschillende strategieën

Wat bij mijn baby (of eigenlijk net dreumes, maar dat bekt niet zo lekker met bonen…) wel goed werkt, werkt helemáál niet bij mijn peuter. En andersom. Ik heb dus verschillende strategieën om mijn kinderen aan het eten te krijgen. Toegegeven, bij mijn baby ben ik een stuk succesvoller. Maar toch, zelfs bij mijn peuter lukt het af en toe. En dat is een hele prestatie, want mijn oudste dochtertje is een moeilijke eter. En aangezien het zelfs bij haar lukt, zou iedereen denk ik iets aan deze tips kunnen hebben.

 

 

Keep them real

Bij mijn jongste babydochter werkt het het beste om de bonen, kikkererwten of linzen gewoon aan te bieden zoals ze zijn. Als losse balletjes dus. Ze vindt het op dit moment heerlijk om zelf te eten, en ze pakt alles enthousiast in haar knuistjes om te voelen, te knijpen en te vermorzelen. En vervolgens te proeven natuurlijk. Ik houd de bonen zo neutraal mogelijk van smaak, want dat vinden jonge kinderen meestal het lekkerst. Dan gaat de ene kikkererwt na de andere vaak zo naar binnen.

 

Of juist niet

Bij mijn oudste peuterdochter moet ik het echter niet proberen om de peulvruchten te laten zoals ze zijn. Zodra iets een enigszins gezond uiterlijk heeft, wil ze er namelijk niets meer van weten. Ik moet de boel dus camoufleren, en dan maak ik een schijntje kans dat het naar binnen gaat. De absolute favoriet, die meestal werkt? Verander de peulvruchten (en andere groenten, hoppakee!) in burgers! Leg op een broodje, versier met wat augurk, tomaat en avocado, en ze schuift de boel zo naar binnen. Het kost nog wat hulp, wat getoeter (“Daar komt de auto!”) en een heel toneelspel, maar het lukt wel!

Ook een succesvolle aanpak, bij beide meiden, is om de bonen te veranderen in een spread. Zelfgemaakte hummus, gemaakt van kikkererwten, tuinerwten of witte bonen, en dan met een aantrekkelijk smaakje. Gemakkelijk om op de boterham te smeren, maar ook leuk om soepstengels of toastjes in te dippen, of af en toe een stukje komkommer. Dippen en smeren is altijd een feestje bij kleine kinderen, dus daar profiteer ik graag van!

 

De stiekeme favoriet

Oh, wat trouwens bij allebei werkt, maar misschien niet zo verantwoord is? Serveren met wat appelmoes… Werkt als een tierelier, maar dat heb je natuurlijk niet van mij.

 

Almere Centrum heeft een bijzondere primeur. Vandaag opent namelijk de eerste fysieke luierwinkel van Nederland: BambooBaby! In de luierwinkel zullen zowel wasbare – als andere duurzame luiers worden verkocht.

 

Foto: BambooBaby

 

Win je Winkel

Eigenares Caroline Beelen is de gelukkige winnares van de wedstrijd ‘Win je Winkel’. Zij krijgt de winkel van bijna 100m2 beschikbaar gesteld voor een periode van drie maanden met een optie op nog eens drie maanden. Als de formule succesvol blijkt, krijgt ze een winkelpand elders in de straat aangeboden en kunnen nieuwe initiatieven zich melden.

 

Duurzamer

Het idee voor BambooBaby ontstond toen ze zelf zwanger was van haar eerste kind.

 

Caroline: “Al tijdens de zwangerschap ging ik op zoek naar wasbare luiers, maar dat bleek niet eenvoudig. Dat is gek, want wasbare luiers zijn een stuk duurzamer. Het gebruik inclusief het wassen geeft minder CO2 uitstoot, er is nauwelijks restafval en voor de productie is geen bomenkap nodig. Bovendien heb je bij het gebruik van wasbare luiers niet te maken met chloor, plastic, kleurstoffen en parfums op tere babybilletjes. Ik besloot zelf een webshop te beginnen en dat bleek een gat in de markt. Ik kan niet wachten ook een echte winkel te hebben. En waar kun je beter een winkel voor jonge ouders beginnen dan in een jonge en innovatieve stad als Almere? Ik heb er enorm veel zin in en hoop veel enthousiaste klanten te kunnen verwelkomen!”

 

Luierpakketten

Om de opening van haar winkel te vieren deelt Caroline in de periode na de opening luierpakketten uit aan alle baby’s die op 20 oktober worden geboren in Almere. Jonge ouders die hiervoor in aanmerking willen komen kunnen terecht op de Facebookpagina van Almere Centrum.