De lente staat bijna voor de deur en de voorbereidingen voor het nieuwe moestuinseizoen zijn in volle gang. Het is nog te vroeg om aan de slag te gaan met alle zaden die je in huis gehaald hebt, maar je kunt wel al beginnen met het verzamelen van alle benodigdheden. Je zou gebruik kunnen maken van kant-en-klare kweekpotjes die te koop zijn in tuincentra, maar dit kost grondstoffen, geld en ze zijn hoogstwaarschijnlijk verpakt in plastic. In deze blog 7 manieren om zelf kweekpotjes te maken van hergebruikte materialen.

 

kweekpotjes

 

1. WC-rolletjes

Knip de onderkant van de Wc-rolletjes in en vouw dit naar binnen. Op deze manier maak je een potje dat je kunt vullen met wat aarde en zaadjes. Zijn de plantjes opgekomen en wil je ze buiten plaatsen? Dan zou je eventueel het plantje met potje in de tuin kunnen zetten.

 

 

2. Eierdozen

Zelf gebruik ik mijn eierdozen vooral om eitjes van mijn drie kippen weg te geven aan familie en vrienden. Ik vraag hun altijd of ik de eierdoos na afloop weer terug mag en of ze andere eierdozen niet weg willen gooien. Dit betekent dat ik een hele grote voorraad heb aan eierdozen. Ze dienen ook prima als kweekpotje: vul de gaten met aarde en stop daar een zaadje in. Wanneer de zaadjes ontkiemd zijn, kun je deze met het bakje in de moestuin planten. De kweekbakjes van de eierdoos zijn biologisch afbreekbaar.

 

3. Eierschalen

Het is geen gemakkelijk kweekpotje, maar het ziet er wel erg leuk uit (vooral tijdens Pasen). Breek het ei niet doormidden, maar haal alleen het kopje eraf.  De eierschalen zijn biologisch afbreekbaar dus zo kunnen de zaailingen eenvoudig overgezet worden naar de moestuin.

 

4. Krantenpapier potjes

Met een aantal oude kranten kun je heel gemakkelijk zelf kweekpotjes maken. Heb je zelf geen kranten? Dan zijn er vast mensen in je omgeving waarvan je een aantal kranten mag hebben. Met behulp van een potjesmaker en stroken van ongeveer 15 cm vouw je zo heel gemakkelijk leuke krantenpapier potjes in elkaar. De zaailingen kunnen eenvoudig overgezet worden naar de moestuin.

 

kweekpotjes

 

5. Glazen potjes

Glazen potten heb je waarschijnlijk in overvloed. Ik bewaar altijd alle glazen potten die ik overhoud, omdat je deze voor allerlei doelen kunt gebruiken. Kies voor lage glazen potjes om je zaden in te kweken, zodat je de zaailing er nog gemakkelijk uit kunt halen wanneer je deze over wilt zetten naar de moestuin.

 

 

6. Plastic flessen

Knip de onderkant van een plastic fles, vul deze met aarde en klaar is je kweekpotje! Plaats de onderste helft in de bovenste helft voor een slim watersysteem. Wanneer je zaailing groot genoeg is en het tijd is om te verplaatsen, haal je deze uit de plastic fles.

 

7. Drankkartons

Drankkartons kun je verzamelen bij het PMD-afval, of je maakt er een leuk kweekpotje van. Je kunt zelf kiezen of je gaat voor een diep of breed kweekpotje. Wanneer je zaailing groot genoeg is en het tijd is om te verplaatsen, haal je deze uit het drankkarton.

 

Weet jij nog meer leuke, creatieve en duurzame manieren om kweekpotjes te maken? Laat het ons weten!

De parel van Azië: Sri Lanka. Dát is waar we ons nu bevinden en het is voor ons beiden de eerste keer in dit prachtige land.

 

Wij beginnen onze reis in Kandy om vandaar uit de prachtige treinreis naar Ella te maken. In de trein worden vegetable samosa’s aangeboden. Deze zijn meestal vegan, erg goedkoop en lekker. Ze worden ook overal op straat verkocht: erg handig als snack op het strand of als een snel ontbijt.

 

 

Het is best even wennen hier, en dat geldt ook zeker voor het eten. India en Sri Lanka staan erom bekend dat ze hun eten goed en sterk kruiden. Zo hey, dat hebben wij gemerkt. De currykruiden komen letterlijk onze oksels uit, en dat het hier 35 graden is helpt natuurlijk ook niet. Hier kan geen vegan deodorant tegenop (ook geen gewone nemen wij aan). Het enige dat hiertegen helpt is direct na het douchen een vers stukje limoen in de oksels te wrijven. Echt! Wij zullen nooit meer deo kopen nu we dit ontdekt hebben.

 

Scouten naar vegan food in Sri Lanka

Je moet in Sri Lanka wat beter je best doen om de boodschap over te brengen. En als die boodschap vegan is kost het vaak extra veel moeite. Wees goed voorbereid en houd Sinhalese vertalingen van je wensen gereed. Download Google Translate voor offline gebruik, of zorg voor een vegan paspoort. Dit zal veel stress en ergernis besparen. Mensen zeggen namelijk nooit nee, maar altijd ja. Ook wanneer ze je niet begrijpen.

 

Buiten de dahl curries om die we keer op keer krijgen aangeboden, is het in Sri Lanka wat moeilijk zoeken naar vegan eten. We vinden in Kandy het Soya Centre, een familiebedrijf die al vanaf de late jaren tachtig vegan snacks en softijs maakt op basis van soya. Wij nemen hier ‘van alles één’ wat neerkomt op een uitpuilende tas vol snacks waar je buikpijn van krijgt. Maar het was lekker, en het dubbel en dwars waard.

 

 

Onze favoriete Sri Lankaanse gerecht is de kokos sambal, of pol sambol, zoals het hier heet. Je eet het met roti, maar het is ook lekker op toast of met witte rijst.

 

Maak je eigen pol sambol

Pol sambol is klaar in een handomdraai. Ik stel me voor dat het ook heel lekker zal zijn als een soort bruschetta, op geroosterde plakjes stokbrood. Je hebt 7 ingrediënten nodig, waarvan je de meeste waarschijnlijk al thuis in de keukenkastjes hebt liggen.

 

300g vers geraspte kokos (gedroogd mag ook, maar doe er dan een eetlepel water bij voor een beetje cohesie)
2-4 theelepel chilipoeder
1 medium rode ui, fijngesneden
3-5 knoflookteentjes, zeer fijngesneden
2 limoentjes
1/2 theelepel zout
eventueel een snufje suiker

 

Pol Sambol

 

Houd wat van de chilipoeder, knoflook, de suiker en één limoen achter om de sambol achteraf naar jouw smaak te perfectioneren; de rest pleur je bij elkaar in grote kom. Goed kneden met de vingers totdat er een egale mix is ontstaan, en dan verfijnen met de restjes knof, lime, chili en suiker.

 

Let wel op wanneer je dit bestelt, want het originele recept bevat hele fijne stukjes gepekelde tonijn uit de Malediven. Altijd even navragen dus of er vis in zit. Wij hadden meestal geluk en was de pol sambol ‘vegan by default’.

 

Eten op budget

Na Ella gaan we naar het zuiden, om via de verschillende surfdorpjes langzaamaan weer richting Colombo Airport te reizen. In het slaperige kustplaatsje Polhena vinden we het Mayura hotel. Hier halen we dagelijks wel 2x per dag wat te eten. Gewoon aanwijzen wat je wilt en het wordt in je bakje geschept. Een derde tot de helft van de geprepareerde gerechten is vegan WOEHOEW!. Een flinke maaltijd kost 150 Sri Lankaanse roepie – omgerekend 0,73 euro. Yeah baby katjingggga!

 

 

Op een gegeven moment hebben we wel genoeg van al die kruidige gerechten, en snakken we naar een ‘simpel gerecht’. We maken 2 keer pasta pomodoro, want in de grotere supermarkten vind je met gemak de ingrediënten voor een westerse maaltijd, mocht je daar zin in krijgen.

 

 

Al met al kun je wederom prima uit de vegan voeten in Sri Lanka, en voor een hele schappelijke prijs. Sterker nog, we zijn keihard ingelopen op de verliezen die we gemaakt hebben in Maleisië.

 

Sri Lanka, wat was je mooi

We hebben genoten van de superlieve mensen en de prachtige stranden, de adembenemende kliffen en de suïcidale streek- en stadsbussen. Dat laatste, daar willen we je nog voor waarschuwen. Als je op een scooter rijdt en je hoort een keiharde 27-tonige kermisclaxon achter je, ga dan zoveel mogelijk aan de kant want er komt zo een allekleurenMadMaxvoertuig langs scheuren die inhaalt op stukken waar dit echt niet zo verstandig is, dus pas op dat je niet van de weg wordt gereden. Zélf in zo’n bus zitten is nog veel spannender, maar het is een hele ervaring, en eentje die je niet mag overslaan wanneer je hier bent!

 

Tot zover ons food verslagje van Sri Lanka. Next stop: Thailand. We gaan naar het eiland toe dat door “Happy Cow” is uitgeroepen tot vegan eiland van de wereld: Koh Phangan! Can’t wait!

 

LEES MEER OVER DE REIS VAN JOEY&SHERILYN:

VEGAN EN OP REIS – EVEN KENNISMAKEN

VEGAN EN OP REIS – 2 INDO’S IN INDO

VEGAN EN OP REIS – DE WERELDKEUKEN VAN KUALA LUMPUR

VEGAN EN OP REIS – KARDEMOM, KNOFLOOK EN CURRY

 

 

Begin je met duurzamer leven, dan ga je steeds een stapje verder. Thuis, en vooral als je alleen woont, kan je het natuurlijk zo bont maken als je wil met het zelf fabriceren van je eigen schoonmaakmiddelen, de wc doorspoelen met douchewater en het verzamelen van elk klein flubbertje plastic. Maar ja, als je op je werk bent, moet je je compulsies af en toe en beetje in bedwang houden. Of niet?

 

De duurzame microbe

Bij Toren C of voorheen The Office, zag ik haar (het is vaak een vrouw) nog niet voorbij komen, maar ik vermoed dat er in menig kantoortuin en personeelskantine wel eentje verscholen zit: de fanatiek duurzame collega. Die collega die immer ongevraagd vegan recepten met je deelt, die graag quasi nonchalant doch demonstratief haar van huis gebrachte mok naast jouw papieren bekertje op de vergadertafel neer plant of die je na het printen altijd met een knipoog vraagt of je het toch wel dubbelzijdig en in Arial hebt gedaan. Die collega die dolgraag het milieu er bovenop wil helpen en ook haar uiterste best doet haar omgeving met deze microbe te besmetten. Die collega ben ik. Of ja, de light versie dan, want zelf denk ik natuurlijk dat ik een stuk minder irritant ben voor mijn medewerknemers. Dénk ik. Dácht ik…

 

Het Boek

Hoewel hierboven situaties geschetst staan van het kantoorleven, werk ik zelf niet achter een bureau, maar in een klein winkeltje. In dat winkeltje staan mijn collega’s en ik altijd alleen. ‘Gelukkig voor hen,’ denk je misschien. Op zich een logische gedachte, want als ik niet in de winkel ben, kan ik mijn collega’s ook niet bestoken met mijn zero waste en recycle-tips. Helaas voor hen is er Het Boek. Het Boek is in principe bedoeld ter overdracht van werkzaamheden, maar ikzelf gebruik het dus graag om er allerhande tips en aanwijzingen in neer te pennen die mijns inziens bijdragen aan een ‘meer duurzame bedrijfsvoering’. Op dat wat ik neerschrijf, wordt meestal ook wel gereageerd. Vaak in de vorm van ‘ok!’ of ‘joe!’

 

 

Handig als pedaalemmerzakken

Of het nu gaat over het dubbelzijdig beschrijven van notitieblaadjes, het hergebruiken van prijskaartjes, ons keramiek inpakken in kranten in plaats van bubbelplastic of het zo min mogelijk meegeven van papieren tasjes: alle ideeën ventileer ik via het boek. Omdat alles valt of staat met een positieve, doch niet te opdringerige toon, doe ik mijn best om in de schriftelijke correspondentie vrolijk, luchtig en enthousiasmerend te communiceren. Als in ‘hey dames! Als de sjaals van de week binnenkomen, willen jullie de verpakkingen dan a.u.b. aan de bovenkant openknippen en bewaren? Ik gebruik deze zakken namelijk voor onze én mijn eigen pedaalemmer thuis: super handige dingen! X’. Zoiets.

 

Groene wind door het bedrijf

Nu vinden mijn collega’s duurzaamheid best belangrijk en willen ze in het meeste graag meegaan. Plastic verpakkingsmateriaal verzamelen, eco-schoonmaakmiddelen kopen als ze op zijn. Zelfs wachten met het buitengooien van de vuilniszak tot hij nokkievol zit (het is voornamelijk ‘droog’ vuil), vormt geen probleem. En ook mijn bazin vindt het ok om zich qua inkoop nog wat meer te richten op het duurzamere segment. Ja, op zich had ik wel het idee dat de groene wind die ik door het bedrijfje liet waaien, niemand tegen de haren instreek en dat iedereen er lekker op meegolfde. Tot het winter werd en de verwarming aanging.

 

Het is kóud!!

Onze verwarming werkt met een timer waardoor hij een uur voor opening aanslaat. Nu kwam ik geregeld ’s ochtends binnen, terwijl de radiator achter de kassa volledig open stond. Gezien ik het normaal gesproken eerder warm heb dan koud en zo’n loeiende verwarming de poolkappen in mijn verbeelding nóg harder deed smelten, zette ik hem altijd meteen op de laagste stand. En daar bleef hij op. ‘Ladies,’ las ik een tijdje later in het boek ‘willen jullie de verwarming alsjeblieft niet meer uitzetten? Het is koúd als ik ’s ochtends binnenkom!’ ‘Hij staat niet uit, hoor’ krabbelde ik er wijsneuzerig naast ‘hij staat alleen laag.’ Ok, laag als in bijna uit.

 

‘Lekker dat elektrische kacheltje aan je voeten!’

Nu zit de winkel in een heel oud pandje met hoge plafonds en her-en-der vooroorlogse ramen. Tel daarbij op dat de deur zo’n twintig keer per uur open gaat en…ok, ik begrijp dat het soms ietwat frisjes kan zijn. Toch kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de verwarming hoger te zetten bij het verlaten van het winkel. Ondertussen zag ik tot mijn grote schrik dat mijn bazin ook nog een eléktrisch kacheltje had neergezet. ‘Voor extra warmte’ zoals in Het Boek te lezen was. Het liefst had ik het kacheltje ver verstopt achter de tassen in de stellingkast, maar mijn collega’s hadden hem in no time in gebruik genomen en waren er zeer mee in hun nopjes. Of zoals ze schreven: ’Heerlijk dat elektrische kacheltje! Lekker warm aan je voeten.’ Oei oei…dit deed het groene beleid geen goed.

 

Met sloffen achter de kassa

Tijdens een aantal dagen in januari waarin het kwik richting het nulpunt zakte, moest ik toch zelf zeggen dat ik het af en toe best een beetje killig begon te vinden. Als ik moest werken, trok ik ’s ochtends steevast mijn dikste trui aan. Eén keer waren mijn voeten zo koud dat ik mijn tenen nauwelijks nog kon bewegen. Hoewel het elektrische kacheltje naast mijn voeten onder de toonbank stond, vertikte ik hem aan te zetten. Ik pakte een paar gigantische wollen sloffen uit de winkel, trok ze aan en ging zo achter de kassa zitten. Het was een rustige tijd, dus was toch geen kip. Volgens de buurvrouw aan de overkant stond het trouwens nog leuk ook. De radiator durfde ik af en toe wel even een paar tandjes hoger te zetten. Maar niet helemaal open. Dan liep ik maar een paar keer extra het trappetje op en af.

 

Keerpunt

Het keerpunt kwam toen ik een paar dagen later Het Boek opensloeg. Een noodkreet van mijn collega. Of we alsjeblíeft, alsjeblieft de verwarming open konden zetten als we het pand verlieten. Helemaal! Ok, besefte ik: vanaf nu ben ik officieel die irritante, fanatiek duurzame collega. Of ik dat wilde blijven. Nee, natuurlijk niet. Ik wilde niet verblind door die groene waas voor mijn ogen een pain in het ass zijn voor mijn collega’s, godbetert ook nog vriendinnen! Ik zette de verwarming hoger en en liet hem zo staan. Ook toen ik met mijn kiezen op elkaar de deur uitliep. Maar niet zonder nog even een krabbel in Het Boek gezet te hebben: ‘willen jullie hem dan laag zetten als ík de volgende dag moet werken? Thx!’

Pepers kun je echt prima zelf thuis kweken. Het is helemaal niet zo moeilijk en het staat ook nog eens gezellig van die rode vruchten op je vensterbank. In 8 simpele stappen leg ik je uit hoe jij jouw eigen pepers kweekt. Februari is de ideale maand om te beginnen. Dus ga lekker aan de slag!

 

Ik ben geen enorme peper-eter (mijn vriend gelukkig wel), maar omdat je peper prima kunt drogen of invriezen, heb ik toch elk jaar weer een paar peperplanten op de vensterbank in mijn slaapkamer staan. Daar is het licht en in de zomer warm genoeg. Daar houden peperplanten van.

 

Zo kweek jij jouw eigen peper:

 

1. Zaden kopen

Je kunt 2 dingen doen: peperzaden kopen in het tuincentrum of online bij een kweker, of je haalt gewoon zaadjes uit een peper van de supermarkt of groenteboer. Elk jaar in februari, vlak voordat ik ga zaaien (je kunt zaaien van februari tot en met ongeveer april), koop ik bij mijn groenteboer 1 peper om de zaadjes uit te winnen. Kost niets!

 

Ik ben dol op de peper van mijn Iraanse groenteboer. Lekker groot en niet al te heet.

 

2. Licht en warm plekje zoeken

Pepers houden van veel licht en warmte. Zaai je ze in een te donkere kamer, dan worden het iele, slappe zaailingen die het waarschijnlijk niet lang volhouden. Is het te koud, dan komen de zaden überhaupt niet uit. Pepers hebben een kiemtemperatuur van rond de 22-24 graden.

 

Zo heb ik een onverwarmde slaapkamer met veel licht en een donkere woonkamer die uiteraard wel warm is. Ik heb er dus voor gekozen om ze in de slaapkamer op te kweken in een warme kweekbak. Ik had er ook voor kunnen kiezen om ze in de woonkamer te zetten met een groeilamp. Kijk dus even wat voor jou handig is. Het fijnst is een lichte én verwarmde kamer. Dan kun je volstaan met potjes met daaroverheen bijvoorbeeld plastic huishoudfolie of een glasplaat voor extra warmte. Een onverwarmd kweekbakje met deksel is ook prima.

 

3. De grond in

Ik gebruik zelf altijd zaai- en stekgrond voor mijn pepers. Je hoeft de zaden niet diep in de aarde te stoppen. Een halve centimeter is prima. Je kunt meerdere zaadjes per potje van 9cm doen of kleine potjes kopen en daar elk 1 zaadje in doen. Maakt allemaal niet zoveel uit. Besproei de zaadjes regelmatig met water, zorg dat de grond niet uitdroogt. Geef het potje af en toe wat frisse lucht door de ‘deksel’ van plastic of glas eraf te halen.

Het kan wel 3 tot weken duren voordat de pepers opkomen.

 

Tot pepers zijn opgekomen, maakt de hoeveelheid licht niet uit, maar zodra ze opkomen, moet je ze meteen op een lichte plek zetten.

4. Verspenen en verpotten

Als de plantjes naast de eerste 2 kiemblaadjes twee gewone blaadjes hebben, kun je ze verspenen: ieder apart in een groter potje zetten. Bijvoorbeeld een potje van 9cm. Ik gebruik daar meestal ook nog de zaai- en stekgrond voor. Als ze nog groter zijn en meerdere blaadjes hebben, verhuizen ze naar een grotere pot met daarin speciale moestuinmix of gewone potgrond. Elk plantje krijgt dan een eigen pot van minimaal 15 centimeter doorsnee of je kunt 2 of 3 planten bij elkaar zetten in een grotere pot. Ik vind dat laatste zelf altijd wel leuk staan. Dan ziet het er mooi vol uit.

 

 

5. Mest geven

In de meeste potgrond zit voeding voor zo’n 6 weken. Moestuinmix geeft vaak langer voeding af en is beter afgestemd op het kweken van groenten. Kijk van tevoren goed op de verpakking voor hoe lang er voeding in zit. Omdat pepers redelijke snoepkonten zijn, hebben ze zodra de voeding op is wat mest nodig. Zelf kies ik vaak voor koemestkorrels. Nadeel: je kamer ruikt tijdelijk naar een koeienstal;-) Heb je daar geen zin in, dan kun je ook kiezen voor vloeibare voeding. Ik vind het zelf vooral belangrijk dat het organische en geen kunstmest is. Maar dat is uiteraard aan jou.

 

 

6. Bloemen

Afhankelijk van wanneer je hebt gezaaid, gaan de pepers ergens rond april of later bloeien en krijgen ze kleine witte bloemetjes. Als ze uitgebloeid zijn, ontstaat er vanuit de uitgebloeide bloem een minipepertje. Ik vind dat zelf altijd het allerleukste moment. Na een paar weken is de peper volwassen. En groen…

 

Pepers rijpen ook na als je ze eraf haalt als ze nog groen zijn.

 

7. Heel veel geduld hebben

Je kunt groene pepers op zich ook eten, maar ze zijn dan officieel nog niet rijp. Ik wacht dus altijd tot ze mooi rood worden. Dat kan behoorlijk lang duren, dus geduld heb je wel nodig. Een prachtig gezicht als het eerste deel van de peper langzaam rood begint te kleuren. Zodra de peper felrood is, kun je hem oogsten.

 

 

8. Oogsten maar

Oogsten doe ik zelf altijd door de peper met een klein stukje steel eraan voorzichtig af te knippen. Je kunt ze dan best een tijdje op een koele, droge plek bewaren. Het is ook leuk om ze te drogen aan een touwtje dat je bijvoorbeeld in de keuken hangt. Invriezen kan ook prima, al zijn ze bij het ontdooien dan wel slapper. Maar voor de meeste gerechten maakt dat weinig uit. Heb je een overschot aan pepers en wil je ze niet invriezen of laten drogen? Dan kun je er ook sambal van maken.

 

Een perfecte peper. Mjum.

 

Veel plezier met jouw eigen pepers!

Hey allemaal, fijn dat jullie weer meelezen.

 

Afgelopen maand heb ik het veel te druk gehad om een blog te schrijven, daarom is deze wat uitgebreider om het goed te maken 😉.

 

In mijn drie laatste blogs heb ik het al gehad over overbroekjes, nachtluiers en newborn luiers (waaronder ook vouwluiers zoals hydrofielen, prefolds en strikluiers). Deze blog zal onder andere gaan over voorgevormde luiers, pocketluiers en alles-in-één luiers.

 

Een algemeen overzicht

Laten we beginnen bij de basics: wanneer je voor wasbare luiers kiest, zal je al snel merken dat er heel veel verschillende types zijn. Zo heb je luiers die qua gebruik erg lijken op wegwerpluiers, namelijk de alles-in-één (‘all-in-one’; AIO) en in zeker mate ook de pocketluiers. Daarnaast heb je wat men veelal het tweedelig systeem noemt, zijnde een absorberende luier met daarover een waterafstotend overbroekje. De luier zelf kan een tetradoek, prefold of strikluier zijn, zoals ik al kort besproken heb in mijn derde blog, of een voorgevormde luier. Daarnaast heb je ook nog het snap-in-one systeem waarbij je de absorberende stof vastklikt in het overbroekje, dit valt een beetje tussen het all-in-one en tweedelig systeem in.

 

Bij al deze types luiers heb je zowel luiers die sluiten met klittenband als luiers die sluiten met drukknoopjes. De voor- en nadelen van beide sluitingssystemen zijn exact hetzelfde als ik eerder besproken heb in mijn vorige blog ‘Over overbroekjes’. Namelijk de goede aanpasbaarheid van klittenband, maar vaak wel snellere slijtage. En het onderhoudsgemak van drukknoopjes, die je kindje bovendien meestal niet zelf kan opendoen.

 

Daarnaast bestaan al deze luiertypes, net zoals overbroekjes, zowel in een meegroei-versie (‘one size’) als in aparte maten.

 

Meegroeiluiers

 

Meegroeiluiers kun je meestal kort na de geboorte tot aan de zindelijkheid van je kindje gebruiken, simpelweg door de grootte aan te passen d.m.v. drukknoopjes en/of elastieken. De meerderheid van deze luiers bezit vooraan meerdere rijen drukknoopjes, waarmee de hoogte van de luier aan de buik aangepast kan worden, de beenomtrek past hierdoor ook aan. Een aantal herbruikbare luiers, zoals onder andere de Omni en Echo van SoftBums en de wolbroekjes ‘Wonderfluff’ van Stoffwindelei, zijn in maat aanpasbaar d.m.v. elastieken in de luier die bij aanspannen de beenopening verkleinen. Het grote voordeel van meegroeiluiers, is dat je een kleinere investering moet doen om heel de luierperiode door te komen. Bij vrij kleine pasgeborenen en prematuurtjes, zijn deze ‘one size fits all’ luiers vaak nog iets te ruim. En bij erg grote of stevige kindjes of kindjes die later dan de gemiddelde peuter zindelijk zijn, zijn deze luiers voor het einde van de luierperiode soms al te klein.

 

Luiers op maat

 

Luiers in aparte maten daarentegen gaan dus niet heel de luierperiode mee, maar passen je kindje slechts tot het een bepaald gewicht heeft bereikt (zeer vergelijkbaar met hoe wegwerpluiers per maat te koop zijn). Het grote voordeel hiervan is dat je luiers voor echt hele kleine baby’s of prematuurtjes kan kopen en ook voor de grotere en zwaardere peuters (er bestaan zelfs herbruikbare luiers voor kinderen en volwassenen die al eens een ongelukje hebben). Ook kan het gemakkelijk zijn als je meerdere kindjes van verschillende leeftijd in de luiers hebt, dat ze elk hun eigen maat luiers dragen en je de luier dus niet steeds van maat hoeft aan te passen naargelang welk kindje je aan het verschonen bent. Sommige luiers die per maat te koop zijn, zouden ook net iets mooier passen dan hun meegroei-variant. Zo heb ik bijvoorbeeld al vaker gelezen dat de pocketluiers van Little Lamb die op maat zijn, net iets beter passen en meer lekvrij zijn dan hun one size pocketluier.

 

Tegenwoordig hebben bijna alle luiermerken zowel meegroeiluiers als luiers per maat. Zo passen maat 2 luiers van TotsBots en van Little Lamb van 4 tot 16 kg resp. 9 tot 17 kg, wat eigenlijk bijna gelijk is aan de meegroeiluiers van Petit Lulu en Anavy die passen bij kindjes van ongeveer 4 tot 16 kg. Zowel TotsBots als Little Lamb hebben ook een maat 1 luier die past van ongeveer 3 tot 8 à 9 kg en een maat 3 luier die past vanaf 16 kg. Om de periode vanaf de geboorte tot de meegroeiluiers mooi passen te overbruggen, hebben onder andere Petit Lulu en Anavy ook newbornluiers op de markt gebracht die meegaan van ongeveer 2 tot 6 kg en dus min of meer vergelijkbaar zijn met de maat 1 luiers van veel merken die werken met luiers in maten. Enkele andere merken die vooral meegroeiluiers verkopen, zoals ook Bamboolik, hebben naast een newbornversie ook een XL-variant uitgebracht die kindjes zwaarder dan 15 kg passen. Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen luiers op maat en meegroeiluiers, maar tegenwoordig heeft zowat ieder merk beide soorten in zijn aanbod (al is het soms onder een andere naamgeving).

 

All-in-one (AIO)

Dit type luiers gelijkt het meest op wegwerpluiers. De absorberende stof is reeds vastgenaaid in het waterafstotende overbroekje, waardoor je deze luier steeds in zijn geheel verschoont. Deze luiers zijn zeer gemakkelijk om aan en uit te doen, waardoor ze vaak gekozen worden om te gebruiken in de opvang of wanneer oma of opa babysit. Zeker de luiers die met klittenband sluiten trekken erg op wegwerpluiers, alleen hebben ze veel mooiere printjes en zijn ze beter voor het milieu en je baby’s huidje 😉.

 

Een nadeel van deze luiers t.o.v. andere wasbare luiers is dat ze vaak als iets lekgevoeliger ervaren worden. Dit komt doordat ze minder makkelijk bij te boosten zijn en omdat de absorberende stof en de waterafstotende stof dicht tegen elkaar aansluiten (hierdoor wordt urine, bij verzadiging van de absorberende stof, gemakkelijker naar de buitenzijde van de luier gezogen).

 

AIO; nauw contact tussen binnen en buitenlaag

 

Andere nadelen zijn dat ze, zeker als de luiers wat dikker zijn, er vaak wat langer over doen om te drogen en de waterafstotende laag sneller zou slijten omdat deze telkens mee gewassen wordt. Deze luiers doe je beter niet in de droogkast, omdat dit de levensduur van de waterafstotende laag nog meer kan verkorten (alhoewel kwaliteitsvolle PUL hier wel tegen zou moeten kunnen) en de elastieken hier sneller door slijten.

 

De droogtijd kan verkort worden door materiaalkeuze (sneller drogende synthetische vezels of katoen in de absorptielagen verwerken), minder absorberende lagen in de luier te verwerken (waardoor je wel sneller moet verschonen) of door een deel van de absorberende lagen niet volledig in de luier vast te maken. Door enkele absorberende lagen bijvoorbeeld enkel vooraan of achteraan de luier vast te naaien, kan je deze lagen uitvouwen, waardoor ze makkelijker drogen. Ook is bij sommige AIO-luiers een deel van de absorberende lagen als aparte inlegger vast te klikken.

 

AIO met half vastgenaaide inlegger

 

Hoewel mijn voorkeur oorspronkelijk naar het tweedelig systeem uitging, o.w.v. de nadelen van dit type luiers waarover ik veel gelezen had, vind ik ze toch enorm fijn in gebruik. De dikkere AIO’s die wij hebben gaan mee naar de opvang en de dunnere gebruik ik eerder thuis. Wij ervaren eigenlijk zelden lekken met onze AIO-luiers, omdat we goed weten wanneer we ongeveer moeten verschonen.

 

AIO met uitklikbare inlegger

 

Pocketluiers

Bij dit type luier is de waterafstotende laag vastgenaaid aan een vochtdoorlatende binnenlaag, maar zijn achteraan en/of vooraan beide lagen los van elkaar gelaten zodat een opening ontstaat waarin je absorberende lagen kan schuiven. Het voordeel hiervan is dat de luier perfect bij te boosten is naargelang het plasgedrag van je kindje.

 

Pocketluier; pocketopening met booster

 

De vochtdoorlatende binnenlaag bestaat meestal uit een synthetische stof zoals (polyester)fleece of een stay-dry polyesterlaag. Synthetische fleece heb ik persoonlijk niet zo graag omdat de microplastics die er af komen slecht zijn voor het milieu, maar het zorgt er wel voor dat je kindje langer een droog gevoel heeft (sommige kindjes hebben hier baat bij, terwijl andere net negatief reageren op fleece).

 

Toch zijn er ook pocketluiers op de markt met een natuurlijke binnenlaag, zoals bepaalde pocketluiers van Bamboolik met bamboe binnenlaag en die van Windelzauberland met katoenen binnenlaag.

 

Je kan gemakkelijk het absorptievermogen van deze luiers vergroten door een extra booster, prefold of hydrofiel in de pocketopening te steken, maar let op dat je deze niet te vol propt. Als je een te dik pak in de luier steekt, sluiten de beenopeningen soms niet meer zo mooi aan, waardoor je lekjes kan krijgen. Ook zal je kindje met een veel dikker pak tussen de benen zitten, wat oncomfortabel kan zijn als je overdrijft en bovendien zullen sommige kleertjes hier niet goed meer over passen. Sowieso moet je niet proberen om de luier zo lang mogelijk aan te kunnen houden, eens je kindje erin geplast heeft is het hygiënischer en fijner voor je kleintje om niet te lang te wachten met verschonen.

 

Hoewel er veel voorstanders zijn van pocketluiers, heb je ook heel veel tegenstanders.

 

Pocketluiers worden vaak als net iets minder lekgevoelig beschouwd dan AIO’s (hoewel de meningen hierover sterk kunnen verschillen), maar toch zijn ze wat lekgevoeliger dan het tweedelig systeem.

 

Persoonlijk vind ik het een tof systeem en hebben wij enkele pocketluiers waarvan ik zeer tevreden ben, maar we hebben evengoed een aantal pocketluiers die dik tegenvallen. De kwaliteit hangt dus enorm af van welk merk je gebruikt en de pasvorm kan zeer verschillen naargelang de luier en de bouw van je kindje. Ook verschuift de inlegger bij een pocketluier heel af en toe, waardoor je lekjes kan krijgen, terwijl de absorberende stof van een AIO-luier mooi op zijn plek blijft zitten.

 

Dubbele rij drukknoopjes heupknoopje

 

Ik ben meest fan van pocketluiers (en andere luiers eigenlijk ook) die sluiten met een dubbele rij drukknoopjes (en eventueel een extra heupknoopje), omdat deze net iets beter blijven zitten bij ons meisje. Ook heb ik voor pocketluiers liefst dubbele lekgootjes. Bij overbroekjes zijn dubbele lekgootjes een extra boordje rond de beenopening die deels voorkomen dat kleertjes onmiddellijk nat worden indien urine toch via de overgang absorberende-waterafstotende stof zou doorlekken naar de buitenzijde van de luier. Bij pocketluiers zitten deze gootjes meestal in de luier zelf (in de vochtdoorlatende binnenlaag) en vormen zo een extra barrière t.h.v. de liezen om vloeibare stoelgang beter in de luier te houden.

 

Dubbele lekgootjes inwendig thv liezen

 

 

Dubbele lekgootjes thv beenopening

 

Voorgevormde luiers (tweedelig systeem)

Deze luiers bestaan, net zoals vouwluiers, volledig uit absorberende stof en hier dien je nog een apart overbroekje over aan te doen om je baby’s kleertjes droog te houden. In tegenstelling tot vouwluiers, hebben deze luiers echt al de vorm van een typische luier (vandaar de term ‘voorgevormd’).

 

Tweedelig systeem minder contact tussen voorgevormde luier en overbroekje

Het voordeel hiervan is dat je de luier onmiddellijk om je kindje kan doen zonder eerst speciale vouwmethodes te moeten leren zoals je bij tetradoeken wel moet doen. Ook sluiten ze gemakkelijker (met klittenband of drukknoopjes) en hoef je dus niet te sukkelen met lintjes of klemmetjes zoals bij strikluiers of tetradoeken. Bovendien zijn ze vaak dikker én omsluiten ze je kindje perfect, waardoor je minder kans hebt op lekjes, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij prefolds.

 

Ook kan je bij een luierwissel vaak je overbroekje opnieuw gebruiken, zolang het nog proper genoeg is, en hoef je dus niet evenveel overbroekjes als luiers in huis te halen. Veel ouders wisselen af tussen 2 overbroekjes gedurende de dag, als je om de 3 dagen wast en rekent op 1 dag droogtijd, heb je dus maar 8 overbroekjes nodig voor overdag.

 

Dit systeem wordt als meest lekvrij beschouwd, omdat zowel luier als overbroekjes je kindje mooi omsluiten en omdat er minder contact is tussen absorberende stof en waterafstotende stof t.h.v. de beentjes. Bij overbroekjes met een fleece randje kan je dit contact best voor de zekerheid doorbreken, door met je vinger even tussen luier en overbroekje te gaan rondom de beentjes, anders heb je iets makkelijker contactlekkage.

 

 

Het gebruik van voorgevormde luiers is duurder dan vouwluiers, maar je hebt best degelijke en betaalbare merken en het gebruiksgemak vind ik zeer handig. Ook gaan deze, als je ze correct onderhoud en niet voor de allergoedkoopste luiers kiest, gemakkelijk 3 of zelfs meer kindjes mee. Dus op termijn een enorme besparing. Achteraf kan je ze vaak nog tweedehands doorverkopen of koop ze om te beginnen zelf tweedehands over, zo ben je veel goedkoper af en heb je het milieu extra gespaard.

Tweedeling systeem voorgevormde luier overbroekje

 

Snap-in-one (SIO; tweedelig systeem)

Dit systeem is eigenlijk een soort hybride tussen AIO-luiers en het tweedelig systeem.

 

 

Hierbij heb je een waterafstotende (meestal PUL) overbroekje, al dan niet met een dunne absorberende of vochtdoorlatende binnenlaag tegen verwerkt, en absorberende inleggers (bij het ene merk al wat eenvoudiger van vorm dan bij het andere) die je kan vastklikken in het overbroekje. Zo kan je de luier gemakkelijk in zijn geheel aandoen en uitdoen, maar op het wasrek bijna volledig uit elkaar halen om snel te laten drogen. Wanneer er een absorberende of vochtdoorlatende stof tegen de waterafstotende stof vastgenaaid is, dien je de luier in zijn geheel te verschonen. Als de absorberende stoffen echter volledig los te maken zijn van de waterafstotende (PUL) stof, kan je de buitenkant hergebruiken en telkens gewoon de inlegger verschonen. Dan volg je een beetje het principe van overbroekjes met een prefold, alleen kan de inlegger dankzij de drukknoopjes niet verschuiven in het overbroekje.

 

 

De meeste SIO-luiersystemen kan je zowel in hun geheel als afzonderlijk aankopen, je kan in het laatste geval bijvoorbeeld kiezen om enkel de cover te kopen en deze als overbroekje over eender welke andere luier gebruiken of je kan enkel inleggers kopen als reserve voor in de overbroekjes die je al in huis hebt. Als je een beetje handig bent, zou je zelfs met wat oude handdoeken of echte luierstoffen zelf inleggers kunnen maken voor jouw overbroekjes.

 

Tweedelig systeem SIO met waterdoorlatende binnenlaag

 

Tweedelig systeem SIO zonder extra binnenlaag

 

Onze luierstash

Zelf gebruik ik zowat alle luiertypes die ik tot nu toe in mijn blogs besproken heb.

 

Zoals ik in mijn derde blog ook al kort had aangehaald, gebruikten wij vouwluiers vooral de eerste maanden nadat ons kindje geboren was, omdat de meeste voorgevormde luiers die we toen hadden nog te groot waren voor haar. ’s Nachts en vanaf dat ze zo’n 4 à 5 maand oud was, stapten we over op onze voorgevormde luiers. Die hebben we meer dan een half jaar uitsluitend gebruikt, waarna we ook AIO’s en pocketluiers in huis hebben gehaald als onderdeel van mijn consulentenpakket en om in de opvang te gebruiken. Nu dienen de vouwluiers eerder als reserve en om te boosten, tot een toekomstige baby n°2 ze kan gebruiken, en gebruik ik thuis vooral voorgevormde luiers. In de opvang, bij oma en opa of op stap (zeker tijdens langere wandelingen) gebruik ik eerder AIO’s en pocketluiers.

 

Ons volgende kindje zal, in tegenstelling tot de eerste, wel wat newborn AIO en voorgevormde luiers kunnen dragen. Deels omdat ik deze nog niet ontdekt had toen wij met wasbaar begonnen (zijn er de laatste jaren veel meer herbruikbare luiers op de markt of vallen ze me nu gewoon meer op?), maar vooral omdat ik weleens een ieniemienie luierverslaving zou kunnen hebben 😉.

Begin februari was ik jarig! Mijn verjaardag blijf ik iets heel leuks vinden. Als kind telde ik de dagen echt af en op de dag zelf voelde ik mij op en top jarig. Nu tel ik niet meer af, maar genieten van mijn verjaardag doe ik nog zeker. Dit was mijn eerste verjaardag, waar ik ook rekening wilde houden met duurzaamheid. Maar zou dat niet ten koste gaan van de feestpret? Ik heb het ervaren en nee, met wat kleine aanpassingen kun je je verjaardag leuk en groen houden.

Versiering

Ik weet niet beter dan dat voor mijn verjaardag het huis versierd werd. Ook al wist ik als kind altijd dat het ging gebeuren, toch bleef het iedere keer een grote verassing. En nog steeds kan ik daar van genieten, mijn vriend weet dit en had dan ook het hele huis versierd! Wat ik super leuk vond, was dat hij rekening had gehouden met wat voor versiering hij had opgehangen. Hierbij wat tips!

 

-Hergebruik
Kijk wat je nog in huis hebt, kun je die vlaggenlijn niet nog een jaar gebruiken? Wij hebben een la met verschillende slingers. Nadat we ze gebruikt hebben vouwen we ze weer netjes op, zodat we er vaker plezier van kunnen hebben.

 

-DIY
Als je tijd en zin hebt, kun je ook zelf versiering maken. Denk aan een vlaggenlijn van stof of confetti gemaakt van bladeren.

 

-Kies bewust
Je kunt al verschil maken, door te kijken van wat voor materiaal de slingers zijn die je wilt kopen. Zo waren de slingers en versiering die mijn vriend dit jaar had gekocht van karton. Dat is een stuk fijner dan plastic. En als die slingers kapot gaan, kun je ze gemakkelijk bij het oud papier doen.

Cadeaus

In onze cultuur is het gebruikelijk om iemand die jarig is een cadeautje te geven. Stiekem vind ik cadeautjes krijgen ook echt heel leuk, vooral als het iets is wat ik graag wil hebben maar niet zo snel voor mijzelf koop. Echt duurzaam is om geen cadeautjes te vragen en dat kan natuurlijk ook. Mocht je nou net als ik er heel blij van worden, dan heb ik wat tips, waar de aarde ook gelukkig van wordt!

 

-Maak een verlanglijstje
Gedurende het jaar kun je een lijstje (in je telefoon bijvoorbeeld) bijhouden en dingen die je graag wilt opschrijven. Wanneer je verjaardag er bijna aan komt, kijk je op het lijstje en ga je na of je alles nog steeds zo graag wilt hebben. Misschien kun je sommige dingen schrappen en wat nieuwe dingen toevoegen. Deel dit lijstje met de mensen die op je verjaardag komen, zo krijg je precies wat je wilt!

 

-Vraag een ervaring
Cadeautjes hoeven niet perse spullen te zijn, je kunt ook een ervaring vragen. Zo ‘geven’ mijn vriend en ik elkaar al jaren een weekendje weg. Dit jaar heb ik van mijn zusjes een vegan lunch gekregen! We gaan het nog doen, maar ik kijk er enorm naar uit!

 

-Verpakking
Meestal pakken mensen cadeautjes in. Een aantal jaar geleden vond ik het ook echt heel leuk als een cadeautje in van dat doorzichtige plastic folie zat. Maar nu word ik daar niet meer zo blij van. Je kunt cadeautjes een stuk duurzamer inpakken. Bijvoorbeeld met oude kranten, tijdschriften, papier dat je zelf versiert of gewoon niet. De verpakking zorgt 1 minuut langer voor de verassing, zonder dat is de verassing net zo groot toch? Je kunt deze wens qua verpakking ook aangeven bij je verlanglijstje.

 

 

Feest

Iedereen viert zijn verjaardag anders. Sommige mensen geven een groot feest, anderen houden het wat kleiner. Persoonlijk vind ik het fijn om het klein te houden en alleen met wat familie te vieren. Scheelt een hoop stress. 😊Hoe dan ook, je kunt op allerlei manieren tijdens het vieren van je verjaardag zorgen voor dat beetje groen!

 

-Servies
Gebruik wat je hebt. Wegwerp is echt zonde van je geld en van het afval. Heb je niet genoeg? Vraag mensen om je heen of je wat mag lenen of huur servies! Dit is best goedkoop en ze hebben vaak zelfs een afwasservice!

 

 

-Vega(n) hapjes
Vlees is best wel belastend voor het milieu (en best prijzig). Maak/koop ook wat vega(n) hapjes. Online kun je super veel leuke borrel/diner/taart receptjes vinden hiervoor.

 

-Kook zelf
Maak zelf de hapjes of taart! Super leuk om te doen en het scheelt vaak behoorlijk wat verpakkingsmateriaal. Je kunt natuurlijk ook altijd vragen of je gasten iets mee willen nemen. Misschien heb jij wel een familielid of vriend die gek is op bakken?

 

Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk dat je geniet van je verjaardag! Gaat er iets niet zoals je zou willen? Krijg je een cadeau in plastic? Volgende keer beter! Jij bent jarig en ook al voelt het misschien soms niet zo; alle beetjes helpen! 😊

Toen ik ging studeren verhuisde ik van mijn ouders huis naar een studentenkamer. Ik had best wel moeite om alle spullen die ik nodig had in deze kamer te passen en dan nog ruimte over te houden om aan mijn bureau huiswerk te maken, te eten, en gewoon te leven. Een studentenkamer is een soort van alles in één kamer. Er word geslapen, gegeten, gewerkt, huiswerk gemaakt, het is de huiskamer, en de plek waar je je was op hangt. Er komt dus best wel wat ruimte technisch inzicht bij kijken hoe je nou alles het beste kunt indelen.

 

 

Toen ik begon met zero waste leven gaf dit een extra uitdaging. Opeens begon ik glazen potten te bewaren voor etenswaren, die een plek moesten krijgen, zakjes en extra tasjes voor het boodschappen doen, een keukenmachine om meer eten zelf thuis te kunnen maken, waterflessen en bewaardozen, en veel meer droge producten als bonen en pasta in mijn voorraad kast. Al deze spullen moesten een plek krijgen waar ze opgeborgen waren maar toch ook voor de hand lagen als ik ze nodig had. In het begin was dit best wel wennen, maar inmiddels heb ik voor alles een plek gevonden die logisch, makkelijk bereikbaar, maar toch uit het zicht is. voor iedereen die op kamers woont en graag een duurzamer leven wil gaan leven maar niet weet waar hij of zij alle benodigdheden hiervoor zou kunnen bewaren deel ik graag mijn tips:

 

  • Tasjes: al mijn tasjes om boodschappen in te doen, bewaar ik in een grotere tas achter mijn kamerdeur aan een haak. Alle kleine bulk tasjes bewaar ik in een losse tas hierbij in de buurt. Zo kan ik als ik boodschappen ga doen makkelijk een tas pakken en de hoeveelheid bulk tasjes die ik nodig denk te hebben.

 

  • Broodzakken: deze bewaar ik op een andere plek, namelijk de brood doos. Ik heb een tweedehands brooddoos gekocht in de kringloop waar ik mijn crackers en brood in bewaar, en daarnaast leg ik mijn broodzakken. Ik koop niet heel vaak brood maar zo kan ik ze altijd terug vinden en raken ze niet onderop in mijn tas met andere zakjes.

 

  • Glazen potten: kleinere glazen potten van bijvoorbeeld olijven, jam, bonen, enz. bewaar ik in een grote bak onder mijn bed. Ik heb een hoog bed waardoor ik daaronder ruimte heb om bewaarbakken te zetten.

 

  • Weckpotten en bewaardozen: deze bewaar ik in een oude dekenkist die naast mijn bed staat en waar de bovenkant voornamelijk van word gebruikt om vuile vaat te verzamelen. Dit zijn dingen die ik niet dagelijks nodig heb waardoor dit een logische plek voor mij is.

 

  • Waterflessen: ik heb een stuk of drie waterflessen, twee thermos flessen, en een keepcup. De dingen die ik niet in gebruik heb zet ik bij mijn servies in mijn voorraadkast, ik zorg dat ik als ik thuis ben altijd een fles of naast mijn bed, of op mijn bureau heb staan, aangezien dit de plekken zijn waar ik dan het vaakst ben, en stop deze in mijn tas zodra ik het huis uitga zodat ik altijd drinken bij me heb.

 

 

  • Keukenmachine: mijn keukenmachine bewaar ik momenteel onder een stoel. Dat klinkt misschien raar, maar mijn stekkerdoos ligt naast deze stoel, die hoog op zijn poten staat, en zo kan ik s’ochtends voor ik naar mijn werk ga deze snel tevoorschijn halen, mijn smoothie snel blenden inschenken en de machine zelf weer onder de stoel schuiven. Ik denk dat iedereen die op kamers woont wel iets heeft wat voor hem of haar heel handig werkt en dus een logische plek is terwijl het wat raar kan overkomen zoals ik met mijn keukenmachine heb.

 

Inmiddels ben ik recentelijk afgestudeerd, maar ik woon nog wel op kamers, en blijf dit ook nog wel even doen. Toch moet ik zeggen dat ondanks dat er veel spullen bij zijn gekomen door het zero waste leven het ook veel voordelen heeft opgeleverd in mijn kamer. Zo heb ik veel minder afval, waardoor ik geen drie vuilnisbakken meer in mijn kamer hoef te bewaren, maar er een voor restafval heb, en het plastic wat ik heb in een zak daarnaast verzamel. Ik koop alleen nog wat ik nodig heb waardoor ik een minder uitpuilende kledingkast heb, en geen onnodige prullaria in mijn kamer heb, het eten in mijn voorraadkast staat overzichtelijk in glazen potten naast elkaar waardoor ik precies kan zien wat ik in huis heb in plaats van dozen die niet meteen laten zien wat ik in huis heb, en ik heb geen oneindige voorraden verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen meer in kasten en op plankjes staan. Ik denk dan ook dat niet alleen voor het milieu, maar ook voor mij persoonlijk mijn kamer een stuk overzichtelijker is geworden door het zero waste leven dan dat het eerst was.

De kringloopwinkel is mijn nieuwe beste vriend. Ontspullen, consuminderen en minimalisme mijn nieuwe lifestyle. En dat is een behoorlijke uitdaging in mijn huishouden. Een huishouden dat ondertussen bestaat uit 4 volwassenen met hun aanhang, een kat en een setje kippen. Mijn kroelkippen eigenlijk, waarvan ik als vegan de eieren toch maar gewoon laat staan. En dat wordt gewaardeerd, want dan blijven er meer low CO2 geproduceerde eitjes over voor mijn huisgenoten. 

We zijn best duurzaam en groen

Mijn huisgenoten blijven me complimenteren met mijn tweedehands aankopen, maar houden het zelf liever bij fair fashionZe verslinden mijn vegan browniesook als ik vertel dat ze van pompoen zijn gemaakt. Maar vinden stiekem de niet vegan in plastic verpakte variant van de super wel lekkerder. Huisgenoten die braaf mee doen aan afval scheiden, ook al is het soms zuchtend. Huisgenoten die elke ochtend onze woning keurig verlaten met een keepcup en weten dat plastic vloeken in de kerk is. Huisgenoten die veel accepteren, maar die mijn aansluiting bij de Tiny House Movement toch echt te ver vinden gaan. Of ik niet voorlopig in mijn eentje kan verhuizen naar een omgebouwde schuur naast de kippen als ik zo nodig Tiny wil. Time to move?

 

Foto door Gerbrand Oosterloo van der Weg

 

Scrollend dromen we weg bij Funda

Heel wat swipe-uren heb ik doorgebracht op Funda, scrollend weg dromen naar een nieuwe woonplek. Zwanger scrolden we via de studentenflat in de stad naar een keurig jaren 80 huis in een dorp aan zee. Er moest ruimte komen voor baby´s, katten en spullen. En een dikke oprit voor leaseauto´s, een boot en een trampolineDe garage propten we vol met fietsen, skelters, kinderwagens en een pingpongtafel. Tot dat zelfs te krap werd. En we nog meer ruimte nodig meenden te hebben voor voetballende jongens met hun vrienden, nog meer spullen en grotere auto’s. We snakten naar bewegingsvrijheid, buitenlucht en meer vrijheid. De schutting met de buren kon de rondvliegende voetballen niet meer aan. Onze WA-verzekering dekte de glasschades niet langer meer. De buurt was klaar met onze ballen en met de kinderfeestjes met 20 gelijksoortige herrieschoppers tussen de schuttingen. Klaar met rommel, herrie en onze poepende katten in hun tuin. Time to move.

 

We hielden van het buitenleven, van spullen en het strand

Met veel dozen en herrie scrolden we via Funda naar een grote mensen huis met nog meer ruimte voor spullen. Nog dichter bij het strand en met een hele grote tuin. We plaatsten voetbalgoaltjes, een basketbalpaal en vulden elke zomer het te grote plastic opblaaszwembad. De rare beestjes na een paar warme dagen namen we voor lief. Net als de stinkende, rottende ondergrond als het bad weer opgeruimd werd. We genoten van onze kippen, ook al zat er per ongeluk een kukelende haan tussen. Adopteerden nog een kat en nameeen grotere BBQ. We hielden van het buitenleven, van vrienden, familie, spullen en van het strand. Het was altijd druk, gezellig en vol. Tot voetballen in de tuin plaats maakte voor bier drinken. De pingpongtafel werd gebruikt als eettafel en de trampoline werd ingeruild voor de sportschool. Het werd stiller in huis. Het werd leger in huis. Time to move?

Time to move Tiny?

Scrollend switchte ik als vegan vintage shopper met vliegschaamte van Funda naar de ‘kleine hutjes’ website Tiny Findy. Met twee is een zelfvoorzienend leven in maximaal 50 m2 te overzien. Althans, dat besloot ik. Ik begon aan een nieuwe droom. De kippen en de kat mogen mee. Mee naar mijn zelfvoorzienende luxe tiny huis op wielen. Wat een vrijheid, wat een ontdekking en wat een mooie duurzame stap. Grip hebben op je eigen woonomgeving met slim gebruik van je eigen watervoorzien in je eigen energie en het minimaliseren van eigen afval. De bouwtekeningen liggen op tafel. Mijn parttime huisgenoten tonen interesse uit beleefdheid, lachen en nemen nog een hap van een vegan brownie. Dit keer gemaakt van zoete aardappel. Ze vragen wat we eten vanavond en stoppen nog een was in de machine. Time to move. Al is het voorlopig naar een bouwproject in de achtertuin.

Binnenkort ben ik jarig. Ik word dan 30 jaar. Normaal gesproken vier ik mijn verjaardag niet uitgebreid (op een etentje met familie na), maar deze mijlpaal wilde ik toch graag vieren. Daarom heb ik vrienden en familie uitgenodigd uit voor een borrel in een café in Amsterdam. Bij een verjaardagsfeest horen cadeaus. Tenminste, dat heeft iemand ooit zo bepaald. Mensen (ik ook) vinden het lastig om op een viering van het een of ander met lege handen aan te komen. Het is ook een soort bedankje voor de uitnodiging, toch?

 

Al die cadeaus stapelen zich op de spullen die we al hebben. Helaas heeft die berg spullen grote impact op onze aarde. Dat komt door alle fases waar onze spullen doorheen gaan. Landbouw, mijnbouw, watergebruik, productie, verpakken, transport, gebruik en afdanken. Dat laatste doen we veel. We danken wat af met z’n allen. Door al dat afdanken ontstaat er een gigantische afvalberg van spullen die we niet meer willen gebruiken omdat ze bijvoorbeeld uit de mode zijn.

 

 

Ons consumptiegedrag heeft dus grote – misschien wel de grootste – impact op ons milieu. Volgens mij is consuminderen daarom een van de oplossingen voor het terugdringen van klimaatverandering. Maar ja, hoe consuminder je als je jarig bent? Als iedereen je een cadeau wilt geven? Ik heb het als volgt aangepakt:

 

Mijn verjaardagwensen

Ik luisterde laatste de podcast van Growthinkers en Happinez, ‘Het Groene Hart van’. Jelle Derckx interviewde Dennis Storm. Dennis houdt zich net als Jelle bezig met minimalisme. Hij verteld in het interview dat hij al jaren niets voor zijn verjaardag vraagt. Dat de aanwezigheid van de genodigde voldoende is als cadeau. Zijn ervaring is dat mensen dan vaak alsnog een cadeau meenemen. Hij zegt daarover dat deze mensen eigenlijk uit egoïsme handelen. Deze mensen geven dat cadeau enkel voor zichzelf. Hij heeft namelijk expliciet gevraagd om géén cadeaus. Ik vond dit heel treffend. Het is belangrijk om te luisteren naar de wensen van de jarige. Maar, iedereen weet ook hoe leuk het is om cadeaus te geven.

 

 

Omdat mensen graag een cadeau geven waar de ontvanger oprecht blij mee is, geef ik altijd een verlanglijst op. Ook dit jaar heb ik dat gedaan. Al was dit verlanglijstje iets anders. Ik heb namelijk enkel dingen gevraagd met een zo klein mogelijke impact op onze aarde.
Aan mijn vriend en ouders heb ik een specifiek cadeau gevraagd. Aan mijn vriend vroeg ik een tweedehands keukenmachine. En van mijn ouders mag ik een klein bankje wat ik al jaren heb, opnieuw laten stofferen.

 

In de uitnodiging naar de andere genodigde heb ik een verlanglijstje meegegeven. Daarin staat:

 

Om de aarde te besparen maak je mij heel erg blij met:

  • Lekker eten en drinken (zoals wijn, chocolade of thee)
  • Een ervaring om samen te beleven
  • Een cadeaubon voor natuurwinkels Lavendula of Erica
  • Een bijdragen voor ‘nieuwe’ meubels in ons toekomstige huis

 

Ik heb niet specifiek aangegeven dat ik géén andere spullen wil, maar ik hoop dat het zo duidelijk is.

 

Tot nu toe heb ik alleen maar positieve reacties gekregen op mijn verlanglijstje. Niemand vindt het gek of raar. Ik ben heel benieuwd of iedereen zich aan het lijstje houdt. En als ze dat niet doen, is het ook niet het einde van de wereld.