Pepers kun je echt prima zelf thuis kweken. Het is helemaal niet zo moeilijk en het staat ook nog eens gezellig van die rode vruchten op je vensterbank. In 8 simpele stappen leg ik je uit hoe jij jouw eigen pepers kweekt. Februari is de ideale maand om te beginnen. Dus ga lekker aan de slag!

 

Ik ben geen enorme peper-eter (mijn vriend gelukkig wel), maar omdat je peper prima kunt drogen of invriezen, heb ik toch elk jaar weer een paar peperplanten op de vensterbank in mijn slaapkamer staan. Daar is het licht en in de zomer warm genoeg. Daar houden peperplanten van.

 

Zo kweek jij jouw eigen peper:

 

1. Zaden kopen

Je kunt 2 dingen doen: peperzaden kopen in het tuincentrum of online bij een kweker, of je haalt gewoon zaadjes uit een peper van de supermarkt of groenteboer. Elk jaar in februari, vlak voordat ik ga zaaien (je kunt zaaien van februari tot en met ongeveer april), koop ik bij mijn groenteboer 1 peper om de zaadjes uit te winnen. Kost niets!

 

Ik ben dol op de peper van mijn Iraanse groenteboer. Lekker groot en niet al te heet.

 

2. Licht en warm plekje zoeken

Pepers houden van veel licht en warmte. Zaai je ze in een te donkere kamer, dan worden het iele, slappe zaailingen die het waarschijnlijk niet lang volhouden. Is het te koud, dan komen de zaden überhaupt niet uit. Pepers hebben een kiemtemperatuur van rond de 22-24 graden.

 

Zo heb ik een onverwarmde slaapkamer met veel licht en een donkere woonkamer die uiteraard wel warm is. Ik heb er dus voor gekozen om ze in de slaapkamer op te kweken in een warme kweekbak. Ik had er ook voor kunnen kiezen om ze in de woonkamer te zetten met een groeilamp. Kijk dus even wat voor jou handig is. Het fijnst is een lichte én verwarmde kamer. Dan kun je volstaan met potjes met daaroverheen bijvoorbeeld plastic huishoudfolie of een glasplaat voor extra warmte. Een onverwarmd kweekbakje met deksel is ook prima.

 

3. De grond in

Ik gebruik zelf altijd zaai- en stekgrond voor mijn pepers. Je hoeft de zaden niet diep in de aarde te stoppen. Een halve centimeter is prima. Je kunt meerdere zaadjes per potje van 9cm doen of kleine potjes kopen en daar elk 1 zaadje in doen. Maakt allemaal niet zoveel uit. Besproei de zaadjes regelmatig met water, zorg dat de grond niet uitdroogt. Geef het potje af en toe wat frisse lucht door de ‘deksel’ van plastic of glas eraf te halen.

Het kan wel 3 tot weken duren voordat de pepers opkomen.

 

Tot pepers zijn opgekomen, maakt de hoeveelheid licht niet uit, maar zodra ze opkomen, moet je ze meteen op een lichte plek zetten.

4. Verspenen en verpotten

Als de plantjes naast de eerste 2 kiemblaadjes twee gewone blaadjes hebben, kun je ze verspenen: ieder apart in een groter potje zetten. Bijvoorbeeld een potje van 9cm. Ik gebruik daar meestal ook nog de zaai- en stekgrond voor. Als ze nog groter zijn en meerdere blaadjes hebben, verhuizen ze naar een grotere pot met daarin speciale moestuinmix of gewone potgrond. Elk plantje krijgt dan een eigen pot van minimaal 15 centimeter doorsnee of je kunt 2 of 3 planten bij elkaar zetten in een grotere pot. Ik vind dat laatste zelf altijd wel leuk staan. Dan ziet het er mooi vol uit.

 

 

5. Mest geven

In de meeste potgrond zit voeding voor zo’n 6 weken. Moestuinmix geeft vaak langer voeding af en is beter afgestemd op het kweken van groenten. Kijk van tevoren goed op de verpakking voor hoe lang er voeding in zit. Omdat pepers redelijke snoepkonten zijn, hebben ze zodra de voeding op is wat mest nodig. Zelf kies ik vaak voor koemestkorrels. Nadeel: je kamer ruikt tijdelijk naar een koeienstal;-) Heb je daar geen zin in, dan kun je ook kiezen voor vloeibare voeding. Ik vind het zelf vooral belangrijk dat het organische en geen kunstmest is. Maar dat is uiteraard aan jou.

 

 

6. Bloemen

Afhankelijk van wanneer je hebt gezaaid, gaan de pepers ergens rond april of later bloeien en krijgen ze kleine witte bloemetjes. Als ze uitgebloeid zijn, ontstaat er vanuit de uitgebloeide bloem een minipepertje. Ik vind dat zelf altijd het allerleukste moment. Na een paar weken is de peper volwassen. En groen…

 

Pepers rijpen ook na als je ze eraf haalt als ze nog groen zijn.

 

7. Heel veel geduld hebben

Je kunt groene pepers op zich ook eten, maar ze zijn dan officieel nog niet rijp. Ik wacht dus altijd tot ze mooi rood worden. Dat kan behoorlijk lang duren, dus geduld heb je wel nodig. Een prachtig gezicht als het eerste deel van de peper langzaam rood begint te kleuren. Zodra de peper felrood is, kun je hem oogsten.

 

 

8. Oogsten maar

Oogsten doe ik zelf altijd door de peper met een klein stukje steel eraan voorzichtig af te knippen. Je kunt ze dan best een tijdje op een koele, droge plek bewaren. Het is ook leuk om ze te drogen aan een touwtje dat je bijvoorbeeld in de keuken hangt. Invriezen kan ook prima, al zijn ze bij het ontdooien dan wel slapper. Maar voor de meeste gerechten maakt dat weinig uit. Heb je een overschot aan pepers en wil je ze niet invriezen of laten drogen? Dan kun je er ook sambal van maken.

 

Een perfecte peper. Mjum.

 

Veel plezier met jouw eigen pepers!

Hey allemaal, fijn dat jullie weer meelezen.

 

Afgelopen maand heb ik het veel te druk gehad om een blog te schrijven, daarom is deze wat uitgebreider om het goed te maken 😉.

 

In mijn drie laatste blogs heb ik het al gehad over overbroekjes, nachtluiers en newborn luiers (waaronder ook vouwluiers zoals hydrofielen, prefolds en strikluiers). Deze blog zal onder andere gaan over voorgevormde luiers, pocketluiers en alles-in-één luiers.

 

Een algemeen overzicht

Laten we beginnen bij de basics: wanneer je voor wasbare luiers kiest, zal je al snel merken dat er heel veel verschillende types zijn. Zo heb je luiers die qua gebruik erg lijken op wegwerpluiers, namelijk de alles-in-één (‘all-in-one’; AIO) en in zeker mate ook de pocketluiers. Daarnaast heb je wat men veelal het tweedelig systeem noemt, zijnde een absorberende luier met daarover een waterafstotend overbroekje. De luier zelf kan een tetradoek, prefold of strikluier zijn, zoals ik al kort besproken heb in mijn derde blog, of een voorgevormde luier. Daarnaast heb je ook nog het snap-in-one systeem waarbij je de absorberende stof vastklikt in het overbroekje, dit valt een beetje tussen het all-in-one en tweedelig systeem in.

 

Bij al deze types luiers heb je zowel luiers die sluiten met klittenband als luiers die sluiten met drukknoopjes. De voor- en nadelen van beide sluitingssystemen zijn exact hetzelfde als ik eerder besproken heb in mijn vorige blog ‘Over overbroekjes’. Namelijk de goede aanpasbaarheid van klittenband, maar vaak wel snellere slijtage. En het onderhoudsgemak van drukknoopjes, die je kindje bovendien meestal niet zelf kan opendoen.

 

Daarnaast bestaan al deze luiertypes, net zoals overbroekjes, zowel in een meegroei-versie (‘one size’) als in aparte maten.

 

Meegroeiluiers

 

Meegroeiluiers kun je meestal kort na de geboorte tot aan de zindelijkheid van je kindje gebruiken, simpelweg door de grootte aan te passen d.m.v. drukknoopjes en/of elastieken. De meerderheid van deze luiers bezit vooraan meerdere rijen drukknoopjes, waarmee de hoogte van de luier aan de buik aangepast kan worden, de beenomtrek past hierdoor ook aan. Een aantal herbruikbare luiers, zoals onder andere de Omni en Echo van SoftBums en de wolbroekjes ‘Wonderfluff’ van Stoffwindelei, zijn in maat aanpasbaar d.m.v. elastieken in de luier die bij aanspannen de beenopening verkleinen. Het grote voordeel van meegroeiluiers, is dat je een kleinere investering moet doen om heel de luierperiode door te komen. Bij vrij kleine pasgeborenen en prematuurtjes, zijn deze ‘one size fits all’ luiers vaak nog iets te ruim. En bij erg grote of stevige kindjes of kindjes die later dan de gemiddelde peuter zindelijk zijn, zijn deze luiers voor het einde van de luierperiode soms al te klein.

 

Luiers op maat

 

Luiers in aparte maten daarentegen gaan dus niet heel de luierperiode mee, maar passen je kindje slechts tot het een bepaald gewicht heeft bereikt (zeer vergelijkbaar met hoe wegwerpluiers per maat te koop zijn). Het grote voordeel hiervan is dat je luiers voor echt hele kleine baby’s of prematuurtjes kan kopen en ook voor de grotere en zwaardere peuters (er bestaan zelfs herbruikbare luiers voor kinderen en volwassenen die al eens een ongelukje hebben). Ook kan het gemakkelijk zijn als je meerdere kindjes van verschillende leeftijd in de luiers hebt, dat ze elk hun eigen maat luiers dragen en je de luier dus niet steeds van maat hoeft aan te passen naargelang welk kindje je aan het verschonen bent. Sommige luiers die per maat te koop zijn, zouden ook net iets mooier passen dan hun meegroei-variant. Zo heb ik bijvoorbeeld al vaker gelezen dat de pocketluiers van Little Lamb die op maat zijn, net iets beter passen en meer lekvrij zijn dan hun one size pocketluier.

 

Tegenwoordig hebben bijna alle luiermerken zowel meegroeiluiers als luiers per maat. Zo passen maat 2 luiers van TotsBots en van Little Lamb van 4 tot 16 kg resp. 9 tot 17 kg, wat eigenlijk bijna gelijk is aan de meegroeiluiers van Petit Lulu en Anavy die passen bij kindjes van ongeveer 4 tot 16 kg. Zowel TotsBots als Little Lamb hebben ook een maat 1 luier die past van ongeveer 3 tot 8 à 9 kg en een maat 3 luier die past vanaf 16 kg. Om de periode vanaf de geboorte tot de meegroeiluiers mooi passen te overbruggen, hebben onder andere Petit Lulu en Anavy ook newbornluiers op de markt gebracht die meegaan van ongeveer 2 tot 6 kg en dus min of meer vergelijkbaar zijn met de maat 1 luiers van veel merken die werken met luiers in maten. Enkele andere merken die vooral meegroeiluiers verkopen, zoals ook Bamboolik, hebben naast een newbornversie ook een XL-variant uitgebracht die kindjes zwaarder dan 15 kg passen. Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen luiers op maat en meegroeiluiers, maar tegenwoordig heeft zowat ieder merk beide soorten in zijn aanbod (al is het soms onder een andere naamgeving).

 

All-in-one (AIO)

Dit type luiers gelijkt het meest op wegwerpluiers. De absorberende stof is reeds vastgenaaid in het waterafstotende overbroekje, waardoor je deze luier steeds in zijn geheel verschoont. Deze luiers zijn zeer gemakkelijk om aan en uit te doen, waardoor ze vaak gekozen worden om te gebruiken in de opvang of wanneer oma of opa babysit. Zeker de luiers die met klittenband sluiten trekken erg op wegwerpluiers, alleen hebben ze veel mooiere printjes en zijn ze beter voor het milieu en je baby’s huidje 😉.

 

Een nadeel van deze luiers t.o.v. andere wasbare luiers is dat ze vaak als iets lekgevoeliger ervaren worden. Dit komt doordat ze minder makkelijk bij te boosten zijn en omdat de absorberende stof en de waterafstotende stof dicht tegen elkaar aansluiten (hierdoor wordt urine, bij verzadiging van de absorberende stof, gemakkelijker naar de buitenzijde van de luier gezogen).

 

AIO; nauw contact tussen binnen en buitenlaag

 

Andere nadelen zijn dat ze, zeker als de luiers wat dikker zijn, er vaak wat langer over doen om te drogen en de waterafstotende laag sneller zou slijten omdat deze telkens mee gewassen wordt. Deze luiers doe je beter niet in de droogkast, omdat dit de levensduur van de waterafstotende laag nog meer kan verkorten (alhoewel kwaliteitsvolle PUL hier wel tegen zou moeten kunnen) en de elastieken hier sneller door slijten.

 

De droogtijd kan verkort worden door materiaalkeuze (sneller drogende synthetische vezels of katoen in de absorptielagen verwerken), minder absorberende lagen in de luier te verwerken (waardoor je wel sneller moet verschonen) of door een deel van de absorberende lagen niet volledig in de luier vast te maken. Door enkele absorberende lagen bijvoorbeeld enkel vooraan of achteraan de luier vast te naaien, kan je deze lagen uitvouwen, waardoor ze makkelijker drogen. Ook is bij sommige AIO-luiers een deel van de absorberende lagen als aparte inlegger vast te klikken.

 

AIO met half vastgenaaide inlegger

 

Hoewel mijn voorkeur oorspronkelijk naar het tweedelig systeem uitging, o.w.v. de nadelen van dit type luiers waarover ik veel gelezen had, vind ik ze toch enorm fijn in gebruik. De dikkere AIO’s die wij hebben gaan mee naar de opvang en de dunnere gebruik ik eerder thuis. Wij ervaren eigenlijk zelden lekken met onze AIO-luiers, omdat we goed weten wanneer we ongeveer moeten verschonen.

 

AIO met uitklikbare inlegger

 

Pocketluiers

Bij dit type luier is de waterafstotende laag vastgenaaid aan een vochtdoorlatende binnenlaag, maar zijn achteraan en/of vooraan beide lagen los van elkaar gelaten zodat een opening ontstaat waarin je absorberende lagen kan schuiven. Het voordeel hiervan is dat de luier perfect bij te boosten is naargelang het plasgedrag van je kindje.

 

Pocketluier; pocketopening met booster

 

De vochtdoorlatende binnenlaag bestaat meestal uit een synthetische stof zoals (polyester)fleece of een stay-dry polyesterlaag. Synthetische fleece heb ik persoonlijk niet zo graag omdat de microplastics die er af komen slecht zijn voor het milieu, maar het zorgt er wel voor dat je kindje langer een droog gevoel heeft (sommige kindjes hebben hier baat bij, terwijl andere net negatief reageren op fleece).

 

Toch zijn er ook pocketluiers op de markt met een natuurlijke binnenlaag, zoals bepaalde pocketluiers van Bamboolik met bamboe binnenlaag en die van Windelzauberland met katoenen binnenlaag.

 

Je kan gemakkelijk het absorptievermogen van deze luiers vergroten door een extra booster, prefold of hydrofiel in de pocketopening te steken, maar let op dat je deze niet te vol propt. Als je een te dik pak in de luier steekt, sluiten de beenopeningen soms niet meer zo mooi aan, waardoor je lekjes kan krijgen. Ook zal je kindje met een veel dikker pak tussen de benen zitten, wat oncomfortabel kan zijn als je overdrijft en bovendien zullen sommige kleertjes hier niet goed meer over passen. Sowieso moet je niet proberen om de luier zo lang mogelijk aan te kunnen houden, eens je kindje erin geplast heeft is het hygiënischer en fijner voor je kleintje om niet te lang te wachten met verschonen.

 

Hoewel er veel voorstanders zijn van pocketluiers, heb je ook heel veel tegenstanders.

 

Pocketluiers worden vaak als net iets minder lekgevoelig beschouwd dan AIO’s (hoewel de meningen hierover sterk kunnen verschillen), maar toch zijn ze wat lekgevoeliger dan het tweedelig systeem.

 

Persoonlijk vind ik het een tof systeem en hebben wij enkele pocketluiers waarvan ik zeer tevreden ben, maar we hebben evengoed een aantal pocketluiers die dik tegenvallen. De kwaliteit hangt dus enorm af van welk merk je gebruikt en de pasvorm kan zeer verschillen naargelang de luier en de bouw van je kindje. Ook verschuift de inlegger bij een pocketluier heel af en toe, waardoor je lekjes kan krijgen, terwijl de absorberende stof van een AIO-luier mooi op zijn plek blijft zitten.

 

Dubbele rij drukknoopjes heupknoopje

 

Ik ben meest fan van pocketluiers (en andere luiers eigenlijk ook) die sluiten met een dubbele rij drukknoopjes (en eventueel een extra heupknoopje), omdat deze net iets beter blijven zitten bij ons meisje. Ook heb ik voor pocketluiers liefst dubbele lekgootjes. Bij overbroekjes zijn dubbele lekgootjes een extra boordje rond de beenopening die deels voorkomen dat kleertjes onmiddellijk nat worden indien urine toch via de overgang absorberende-waterafstotende stof zou doorlekken naar de buitenzijde van de luier. Bij pocketluiers zitten deze gootjes meestal in de luier zelf (in de vochtdoorlatende binnenlaag) en vormen zo een extra barrière t.h.v. de liezen om vloeibare stoelgang beter in de luier te houden.

 

Dubbele lekgootjes inwendig thv liezen

 

 

Dubbele lekgootjes thv beenopening

 

Voorgevormde luiers (tweedelig systeem)

Deze luiers bestaan, net zoals vouwluiers, volledig uit absorberende stof en hier dien je nog een apart overbroekje over aan te doen om je baby’s kleertjes droog te houden. In tegenstelling tot vouwluiers, hebben deze luiers echt al de vorm van een typische luier (vandaar de term ‘voorgevormd’).

 

Het voordeel hiervan is dat je de luier onmiddellijk om je kindje kan doen zonder eerst speciale vouwmethodes te moeten leren zoals je bij tetradoeken wel moet doen. Ook sluiten ze gemakkelijker (met klittenband of drukknoopjes) en hoef je dus niet te sukkelen met lintjes of klemmetjes zoals bij strikluiers of tetradoeken. Bovendien zijn ze vaak dikker én omsluiten ze je kindje perfect, waardoor je minder kans hebt op lekjes, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij prefolds.

 

Ook kan je bij een luierwissel vaak je overbroekje opnieuw gebruiken, zolang het nog proper genoeg is, en hoef je dus niet evenveel overbroekjes als luiers in huis te halen. Veel ouders wisselen af tussen 2 overbroekjes gedurende de dag, als je om de 3 dagen wast en rekent op 1 dag droogtijd, heb je dus maar 8 overbroekjes nodig voor overdag.

 

Dit systeem wordt als meest lekvrij beschouwd, omdat zowel luier als overbroekjes je kindje mooi omsluiten en omdat er minder contact is tussen absorberende stof en waterafstotende stof t.h.v. de beentjes. Bij overbroekjes met een fleece randje kan je dit contact best voor de zekerheid doorbreken, door met je vinger even tussen luier en overbroekje te gaan rondom de beentjes, anders heb je iets makkelijker contactlekkage.

 

 

Het gebruik van voorgevormde luiers is duurder dan vouwluiers, maar je hebt best degelijke en betaalbare merken en het gebruiksgemak vind ik zeer handig. Ook gaan deze, als je ze correct onderhoud en niet voor de allergoedkoopste luiers kiest, gemakkelijk 3 of zelfs meer kindjes mee. Dus op termijn een enorme besparing. Achteraf kan je ze vaak nog tweedehands doorverkopen of koop ze om te beginnen zelf tweedehands over, zo ben je veel goedkoper af en heb je het milieu extra gespaard.

 

Snap-in-one (SIO; tweedelig systeem)

Dit systeem is eigenlijk een soort hybride tussen AIO-luiers en het tweedelig systeem.

 

Tweedeling systeem voorgevormde luier overbroekje

 

Hierbij heb je een waterafstotende (meestal PUL) overbroekje, al dan niet met een dunne absorberende of vochtdoorlatende binnenlaag tegen verwerkt, en absorberende inleggers (bij het ene merk al wat eenvoudiger van vorm dan bij het andere) die je kan vastklikken in het overbroekje. Zo kan je de luier gemakkelijk in zijn geheel aandoen en uitdoen, maar op het wasrek bijna volledig uit elkaar halen om snel te laten drogen. Wanneer er een absorberende of vochtdoorlatende stof tegen de waterafstotende stof vastgenaaid is, dien je de luier in zijn geheel te verschonen. Als de absorberende stoffen echter volledig los te maken zijn van de waterafstotende (PUL) stof, kan je de buitenkant hergebruiken en telkens gewoon de inlegger verschonen. Dan volg je een beetje het principe van overbroekjes met een prefold, alleen kan de inlegger dankzij de drukknoopjes niet verschuiven in het overbroekje.

 

Tweedelig systeem minder contact tussen voorgevormde luier en overbroekje

 

De meeste SIO-luiersystemen kan je zowel in hun geheel als afzonderlijk aankopen, je kan in het laatste geval bijvoorbeeld kiezen om enkel de cover te kopen en deze als overbroekje over eender welke andere luier gebruiken of je kan enkel inleggers kopen als reserve voor in de overbroekjes die je al in huis hebt. Als je een beetje handig bent, zou je zelfs met wat oude handdoeken of echte luierstoffen zelf inleggers kunnen maken voor jouw overbroekjes.

 

Tweedelig systeem SIO met waterdoorlatende binnenlaag

 

Tweedelig systeem SIO zonder extra binnenlaag

 

Onze luierstash

Zelf gebruik ik zowat alle luiertypes die ik tot nu toe in mijn blogs besproken heb.

 

Zoals ik in mijn derde blog ook al kort had aangehaald, gebruikten wij vouwluiers vooral de eerste maanden nadat ons kindje geboren was, omdat de meeste voorgevormde luiers die we toen hadden nog te groot waren voor haar. ’s Nachts en vanaf dat ze zo’n 4 à 5 maand oud was, stapten we over op onze voorgevormde luiers. Die hebben we meer dan een half jaar uitsluitend gebruikt, waarna we ook AIO’s en pocketluiers in huis hebben gehaald als onderdeel van mijn consulentenpakket en om in de opvang te gebruiken. Nu dienen de vouwluiers eerder als reserve en om te boosten, tot een toekomstige baby n°2 ze kan gebruiken, en gebruik ik thuis vooral voorgevormde luiers. In de opvang, bij oma en opa of op stap (zeker tijdens langere wandelingen) gebruik ik eerder AIO’s en pocketluiers.

 

Ons volgende kindje zal, in tegenstelling tot de eerste, wel wat newborn AIO en voorgevormde luiers kunnen dragen. Deels omdat ik deze nog niet ontdekt had toen wij met wasbaar begonnen (zijn er de laatste jaren veel meer herbruikbare luiers op de markt of vallen ze me nu gewoon meer op?), maar vooral omdat ik weleens een ieniemienie luierverslaving zou kunnen hebben 😉.

Begin februari was ik jarig! Mijn verjaardag blijf ik iets heel leuks vinden. Als kind telde ik de dagen echt af en op de dag zelf voelde ik mij op en top jarig. Nu tel ik niet meer af, maar genieten van mijn verjaardag doe ik nog zeker. Dit was mijn eerste verjaardag, waar ik ook rekening wilde houden met duurzaamheid. Maar zou dat niet ten koste gaan van de feestpret? Ik heb het ervaren en nee, met wat kleine aanpassingen kun je je verjaardag leuk en groen houden.

Versiering

Ik weet niet beter dan dat voor mijn verjaardag het huis versierd werd. Ook al wist ik als kind altijd dat het ging gebeuren, toch bleef het iedere keer een grote verassing. En nog steeds kan ik daar van genieten, mijn vriend weet dit en had dan ook het hele huis versierd! Wat ik super leuk vond, was dat hij rekening had gehouden met wat voor versiering hij had opgehangen. Hierbij wat tips!

 

-Hergebruik
Kijk wat je nog in huis hebt, kun je die vlaggenlijn niet nog een jaar gebruiken? Wij hebben een la met verschillende slingers. Nadat we ze gebruikt hebben vouwen we ze weer netjes op, zodat we er vaker plezier van kunnen hebben.

 

-DIY
Als je tijd en zin hebt, kun je ook zelf versiering maken. Denk aan een vlaggenlijn van stof of confetti gemaakt van bladeren.

 

-Kies bewust
Je kunt al verschil maken, door te kijken van wat voor materiaal de slingers zijn die je wilt kopen. Zo waren de slingers en versiering die mijn vriend dit jaar had gekocht van karton. Dat is een stuk fijner dan plastic. En als die slingers kapot gaan, kun je ze gemakkelijk bij het oud papier doen.

Cadeaus

In onze cultuur is het gebruikelijk om iemand die jarig is een cadeautje te geven. Stiekem vind ik cadeautjes krijgen ook echt heel leuk, vooral als het iets is wat ik graag wil hebben maar niet zo snel voor mijzelf koop. Echt duurzaam is om geen cadeautjes te vragen en dat kan natuurlijk ook. Mocht je nou net als ik er heel blij van worden, dan heb ik wat tips, waar de aarde ook gelukkig van wordt!

 

-Maak een verlanglijstje
Gedurende het jaar kun je een lijstje (in je telefoon bijvoorbeeld) bijhouden en dingen die je graag wilt opschrijven. Wanneer je verjaardag er bijna aan komt, kijk je op het lijstje en ga je na of je alles nog steeds zo graag wilt hebben. Misschien kun je sommige dingen schrappen en wat nieuwe dingen toevoegen. Deel dit lijstje met de mensen die op je verjaardag komen, zo krijg je precies wat je wilt!

 

-Vraag een ervaring
Cadeautjes hoeven niet perse spullen te zijn, je kunt ook een ervaring vragen. Zo ‘geven’ mijn vriend en ik elkaar al jaren een weekendje weg. Dit jaar heb ik van mijn zusjes een vegan lunch gekregen! We gaan het nog doen, maar ik kijk er enorm naar uit!

 

-Verpakking
Meestal pakken mensen cadeautjes in. Een aantal jaar geleden vond ik het ook echt heel leuk als een cadeautje in van dat doorzichtige plastic folie zat. Maar nu word ik daar niet meer zo blij van. Je kunt cadeautjes een stuk duurzamer inpakken. Bijvoorbeeld met oude kranten, tijdschriften, papier dat je zelf versiert of gewoon niet. De verpakking zorgt 1 minuut langer voor de verassing, zonder dat is de verassing net zo groot toch? Je kunt deze wens qua verpakking ook aangeven bij je verlanglijstje.

 

 

Feest

Iedereen viert zijn verjaardag anders. Sommige mensen geven een groot feest, anderen houden het wat kleiner. Persoonlijk vind ik het fijn om het klein te houden en alleen met wat familie te vieren. Scheelt een hoop stress. 😊Hoe dan ook, je kunt op allerlei manieren tijdens het vieren van je verjaardag zorgen voor dat beetje groen!

 

-Servies
Gebruik wat je hebt. Wegwerp is echt zonde van je geld en van het afval. Heb je niet genoeg? Vraag mensen om je heen of je wat mag lenen of huur servies! Dit is best goedkoop en ze hebben vaak zelfs een afwasservice!

 

 

-Vega(n) hapjes
Vlees is best wel belastend voor het milieu (en best prijzig). Maak/koop ook wat vega(n) hapjes. Online kun je super veel leuke borrel/diner/taart receptjes vinden hiervoor.

 

-Kook zelf
Maak zelf de hapjes of taart! Super leuk om te doen en het scheelt vaak behoorlijk wat verpakkingsmateriaal. Je kunt natuurlijk ook altijd vragen of je gasten iets mee willen nemen. Misschien heb jij wel een familielid of vriend die gek is op bakken?

 

Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk dat je geniet van je verjaardag! Gaat er iets niet zoals je zou willen? Krijg je een cadeau in plastic? Volgende keer beter! Jij bent jarig en ook al voelt het misschien soms niet zo; alle beetjes helpen! 😊

Toen ik ging studeren verhuisde ik van mijn ouders huis naar een studentenkamer. Ik had best wel moeite om alle spullen die ik nodig had in deze kamer te passen en dan nog ruimte over te houden om aan mijn bureau huiswerk te maken, te eten, en gewoon te leven. Een studentenkamer is een soort van alles in één kamer. Er word geslapen, gegeten, gewerkt, huiswerk gemaakt, het is de huiskamer, en de plek waar je je was op hangt. Er komt dus best wel wat ruimte technisch inzicht bij kijken hoe je nou alles het beste kunt indelen.

 

 

Toen ik begon met zero waste leven gaf dit een extra uitdaging. Opeens begon ik glazen potten te bewaren voor etenswaren, die een plek moesten krijgen, zakjes en extra tasjes voor het boodschappen doen, een keukenmachine om meer eten zelf thuis te kunnen maken, waterflessen en bewaardozen, en veel meer droge producten als bonen en pasta in mijn voorraad kast. Al deze spullen moesten een plek krijgen waar ze opgeborgen waren maar toch ook voor de hand lagen als ik ze nodig had. In het begin was dit best wel wennen, maar inmiddels heb ik voor alles een plek gevonden die logisch, makkelijk bereikbaar, maar toch uit het zicht is. voor iedereen die op kamers woont en graag een duurzamer leven wil gaan leven maar niet weet waar hij of zij alle benodigdheden hiervoor zou kunnen bewaren deel ik graag mijn tips:

 

  • Tasjes: al mijn tasjes om boodschappen in te doen, bewaar ik in een grotere tas achter mijn kamerdeur aan een haak. Alle kleine bulk tasjes bewaar ik in een losse tas hierbij in de buurt. Zo kan ik als ik boodschappen ga doen makkelijk een tas pakken en de hoeveelheid bulk tasjes die ik nodig denk te hebben.

 

  • Broodzakken: deze bewaar ik op een andere plek, namelijk de brood doos. Ik heb een tweedehands brooddoos gekocht in de kringloop waar ik mijn crackers en brood in bewaar, en daarnaast leg ik mijn broodzakken. Ik koop niet heel vaak brood maar zo kan ik ze altijd terug vinden en raken ze niet onderop in mijn tas met andere zakjes.

 

  • Glazen potten: kleinere glazen potten van bijvoorbeeld olijven, jam, bonen, enz. bewaar ik in een grote bak onder mijn bed. Ik heb een hoog bed waardoor ik daaronder ruimte heb om bewaarbakken te zetten.

 

  • Weckpotten en bewaardozen: deze bewaar ik in een oude dekenkist die naast mijn bed staat en waar de bovenkant voornamelijk van word gebruikt om vuile vaat te verzamelen. Dit zijn dingen die ik niet dagelijks nodig heb waardoor dit een logische plek voor mij is.

 

  • Waterflessen: ik heb een stuk of drie waterflessen, twee thermos flessen, en een keepcup. De dingen die ik niet in gebruik heb zet ik bij mijn servies in mijn voorraadkast, ik zorg dat ik als ik thuis ben altijd een fles of naast mijn bed, of op mijn bureau heb staan, aangezien dit de plekken zijn waar ik dan het vaakst ben, en stop deze in mijn tas zodra ik het huis uitga zodat ik altijd drinken bij me heb.

 

 

  • Keukenmachine: mijn keukenmachine bewaar ik momenteel onder een stoel. Dat klinkt misschien raar, maar mijn stekkerdoos ligt naast deze stoel, die hoog op zijn poten staat, en zo kan ik s’ochtends voor ik naar mijn werk ga deze snel tevoorschijn halen, mijn smoothie snel blenden inschenken en de machine zelf weer onder de stoel schuiven. Ik denk dat iedereen die op kamers woont wel iets heeft wat voor hem of haar heel handig werkt en dus een logische plek is terwijl het wat raar kan overkomen zoals ik met mijn keukenmachine heb.

 

Inmiddels ben ik recentelijk afgestudeerd, maar ik woon nog wel op kamers, en blijf dit ook nog wel even doen. Toch moet ik zeggen dat ondanks dat er veel spullen bij zijn gekomen door het zero waste leven het ook veel voordelen heeft opgeleverd in mijn kamer. Zo heb ik veel minder afval, waardoor ik geen drie vuilnisbakken meer in mijn kamer hoef te bewaren, maar er een voor restafval heb, en het plastic wat ik heb in een zak daarnaast verzamel. Ik koop alleen nog wat ik nodig heb waardoor ik een minder uitpuilende kledingkast heb, en geen onnodige prullaria in mijn kamer heb, het eten in mijn voorraadkast staat overzichtelijk in glazen potten naast elkaar waardoor ik precies kan zien wat ik in huis heb in plaats van dozen die niet meteen laten zien wat ik in huis heb, en ik heb geen oneindige voorraden verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen meer in kasten en op plankjes staan. Ik denk dan ook dat niet alleen voor het milieu, maar ook voor mij persoonlijk mijn kamer een stuk overzichtelijker is geworden door het zero waste leven dan dat het eerst was.

De kringloopwinkel is mijn nieuwe beste vriend. Ontspullen, consuminderen en minimalisme mijn nieuwe lifestyle. En dat is een behoorlijke uitdaging in mijn huishouden. Een huishouden dat ondertussen bestaat uit 4 volwassenen met hun aanhang, een kat en een setje kippen. Mijn kroelkippen eigenlijk, waarvan ik als vegan de eieren toch maar gewoon laat staan. En dat wordt gewaardeerd, want dan blijven er meer low CO2 geproduceerde eitjes over voor mijn huisgenoten. 

We zijn best duurzaam en groen

Mijn huisgenoten blijven me complimenteren met mijn tweedehands aankopen, maar houden het zelf liever bij fair fashionZe verslinden mijn vegan browniesook als ik vertel dat ze van pompoen zijn gemaakt. Maar vinden stiekem de niet vegan in plastic verpakte variant van de super wel lekkerder. Huisgenoten die braaf mee doen aan afval scheiden, ook al is het soms zuchtend. Huisgenoten die elke ochtend onze woning keurig verlaten met een keepcup en weten dat plastic vloeken in de kerk is. Huisgenoten die veel accepteren, maar die mijn aansluiting bij de Tiny House Movement toch echt te ver vinden gaan. Of ik niet voorlopig in mijn eentje kan verhuizen naar een omgebouwde schuur naast de kippen als ik zo nodig Tiny wil. Time to move?

 

Foto door Gerbrand Oosterloo van der Weg

 

Scrollend dromen we weg bij Funda

Heel wat swipe-uren heb ik doorgebracht op Funda, scrollend weg dromen naar een nieuwe woonplek. Zwanger scrolden we via de studentenflat in de stad naar een keurig jaren 80 huis in een dorp aan zee. Er moest ruimte komen voor baby´s, katten en spullen. En een dikke oprit voor leaseauto´s, een boot en een trampolineDe garage propten we vol met fietsen, skelters, kinderwagens en een pingpongtafel. Tot dat zelfs te krap werd. En we nog meer ruimte nodig meenden te hebben voor voetballende jongens met hun vrienden, nog meer spullen en grotere auto’s. We snakten naar bewegingsvrijheid, buitenlucht en meer vrijheid. De schutting met de buren kon de rondvliegende voetballen niet meer aan. Onze WA-verzekering dekte de glasschades niet langer meer. De buurt was klaar met onze ballen en met de kinderfeestjes met 20 gelijksoortige herrieschoppers tussen de schuttingen. Klaar met rommel, herrie en onze poepende katten in hun tuin. Time to move.

 

We hielden van het buitenleven, van spullen en het strand

Met veel dozen en herrie scrolden we via Funda naar een grote mensen huis met nog meer ruimte voor spullen. Nog dichter bij het strand en met een hele grote tuin. We plaatsten voetbalgoaltjes, een basketbalpaal en vulden elke zomer het te grote plastic opblaaszwembad. De rare beestjes na een paar warme dagen namen we voor lief. Net als de stinkende, rottende ondergrond als het bad weer opgeruimd werd. We genoten van onze kippen, ook al zat er per ongeluk een kukelende haan tussen. Adopteerden nog een kat en nameeen grotere BBQ. We hielden van het buitenleven, van vrienden, familie, spullen en van het strand. Het was altijd druk, gezellig en vol. Tot voetballen in de tuin plaats maakte voor bier drinken. De pingpongtafel werd gebruikt als eettafel en de trampoline werd ingeruild voor de sportschool. Het werd stiller in huis. Het werd leger in huis. Time to move?

Time to move Tiny?

Scrollend switchte ik als vegan vintage shopper met vliegschaamte van Funda naar de ‘kleine hutjes’ website Tiny Findy. Met twee is een zelfvoorzienend leven in maximaal 50 m2 te overzien. Althans, dat besloot ik. Ik begon aan een nieuwe droom. De kippen en de kat mogen mee. Mee naar mijn zelfvoorzienende luxe tiny huis op wielen. Wat een vrijheid, wat een ontdekking en wat een mooie duurzame stap. Grip hebben op je eigen woonomgeving met slim gebruik van je eigen watervoorzien in je eigen energie en het minimaliseren van eigen afval. De bouwtekeningen liggen op tafel. Mijn parttime huisgenoten tonen interesse uit beleefdheid, lachen en nemen nog een hap van een vegan brownie. Dit keer gemaakt van zoete aardappel. Ze vragen wat we eten vanavond en stoppen nog een was in de machine. Time to move. Al is het voorlopig naar een bouwproject in de achtertuin.

Binnenkort ben ik jarig. Ik word dan 30 jaar. Normaal gesproken vier ik mijn verjaardag niet uitgebreid (op een etentje met familie na), maar deze mijlpaal wilde ik toch graag vieren. Daarom heb ik vrienden en familie uitgenodigd uit voor een borrel in een café in Amsterdam. Bij een verjaardagsfeest horen cadeaus. Tenminste, dat heeft iemand ooit zo bepaald. Mensen (ik ook) vinden het lastig om op een viering van het een of ander met lege handen aan te komen. Het is ook een soort bedankje voor de uitnodiging, toch?

 

Al die cadeaus stapelen zich op de spullen die we al hebben. Helaas heeft die berg spullen grote impact op onze aarde. Dat komt door alle fases waar onze spullen doorheen gaan. Landbouw, mijnbouw, watergebruik, productie, verpakken, transport, gebruik en afdanken. Dat laatste doen we veel. We danken wat af met z’n allen. Door al dat afdanken ontstaat er een gigantische afvalberg van spullen die we niet meer willen gebruiken omdat ze bijvoorbeeld uit de mode zijn.

 

 

Ons consumptiegedrag heeft dus grote – misschien wel de grootste – impact op ons milieu. Volgens mij is consuminderen daarom een van de oplossingen voor het terugdringen van klimaatverandering. Maar ja, hoe consuminder je als je jarig bent? Als iedereen je een cadeau wilt geven? Ik heb het als volgt aangepakt:

 

Mijn verjaardagwensen

Ik luisterde laatste de podcast van Growthinkers en Happinez, ‘Het Groene Hart van’. Jelle Derckx interviewde Dennis Storm. Dennis houdt zich net als Jelle bezig met minimalisme. Hij verteld in het interview dat hij al jaren niets voor zijn verjaardag vraagt. Dat de aanwezigheid van de genodigde voldoende is als cadeau. Zijn ervaring is dat mensen dan vaak alsnog een cadeau meenemen. Hij zegt daarover dat deze mensen eigenlijk uit egoïsme handelen. Deze mensen geven dat cadeau enkel voor zichzelf. Hij heeft namelijk expliciet gevraagd om géén cadeaus. Ik vond dit heel treffend. Het is belangrijk om te luisteren naar de wensen van de jarige. Maar, iedereen weet ook hoe leuk het is om cadeaus te geven.

 

 

Omdat mensen graag een cadeau geven waar de ontvanger oprecht blij mee is, geef ik altijd een verlanglijst op. Ook dit jaar heb ik dat gedaan. Al was dit verlanglijstje iets anders. Ik heb namelijk enkel dingen gevraagd met een zo klein mogelijke impact op onze aarde.
Aan mijn vriend en ouders heb ik een specifiek cadeau gevraagd. Aan mijn vriend vroeg ik een tweedehands keukenmachine. En van mijn ouders mag ik een klein bankje wat ik al jaren heb, opnieuw laten stofferen.

 

In de uitnodiging naar de andere genodigde heb ik een verlanglijstje meegegeven. Daarin staat:

 

Om de aarde te besparen maak je mij heel erg blij met:

  • Lekker eten en drinken (zoals wijn, chocolade of thee)
  • Een ervaring om samen te beleven
  • Een cadeaubon voor natuurwinkels Lavendula of Erica
  • Een bijdragen voor ‘nieuwe’ meubels in ons toekomstige huis

 

Ik heb niet specifiek aangegeven dat ik géén andere spullen wil, maar ik hoop dat het zo duidelijk is.

 

Tot nu toe heb ik alleen maar positieve reacties gekregen op mijn verlanglijstje. Niemand vindt het gek of raar. Ik ben heel benieuwd of iedereen zich aan het lijstje houdt. En als ze dat niet doen, is het ook niet het einde van de wereld.

Ben jij je toevallig ook aan het verdiepen in het aanleggen van een moestuin? Of kriebelen jouw handen ook om nu alweer aan de slag te gaan in je moestuin? Je moet helaas nog heel even wachten, want het is nog volop winter. Je ziet het vast ook buiten, het heeft gevroren en zelfs sneeuw is er de laatste weken gevallen. Op een gegeven moment kun je al wel voorbereidingen treffen om zo goed het nieuwe moestuinseizoen in te gaan. Daar hoort onder andere bij dat je goede zaden moet aanschaffen die bij jouw moestuin passen.

 

 

Er zijn zo veel soorten zaden op de markt waardoor het kiezen alleen maar moeilijker wordt. Je kunt ze in winkels kopen, maar ook online bestellen. Doe voordat je zaden aanschaft altijd eerst goed onderzoek. Zomaar allerlei zaden kopen, omdat je denkt dat je ze vast wel kunt gebruiken, is eigenlijk heel erg zonde. Achteraf blijf je dan met heel veel zaden zitten. Bovendien zal de houdbaarheid ook achteruit gaan. Je vindt deze datum trouwens altijd op de verpakking. Deze datum zegt eigenlijk iets over de kiemkracht van de zaden. Hoe ouder de zaden worden, hoe minder kiemkrachtig ze zijn.

 

Als je zaden uit gaat zoeken, houd dan rekening met de volgende dingen:

  1. Grondtype
  2. Sta
  3. Smaken

Standplaats

De standplaats van jouw stukje grond is ook heel belangrijk voor de soorten gewassen en rassen. Tomaten kun je beter niet in de schaduw zetten, want dan zul je aan het eind van het seizoen niet kunnen oogsten en sla kun je beter niet in de volle zon laten groeien, want dan schiet het in bloei en zal dat ten koste gaan van de smaak van de sla. Doe dus onderzoek welke gewassen er passen bij het aantal uren zon dat jij in de moestuin hebt.

  

 

Smaak

Smaak is ongeveer een van de belangrijkste dingen in deze rij, want je kunt veel kweken wat je niet lekker vindt, maar voor wie doe je dat dan? Bedenk vooraf wat je graag en vaak eet en zaai/plant dit in de moestuin, want dan is het alleen maar leuker om dit straks uit je eigen tuin te eten. Je kweekt deze groenten voor jezelf, om er later lekker van te kunnen eten. De smaak is dus enorm belangrijk!

 

Goed, in mijn vorige blog omschreef ik hoe ik de dreumes verschoon die de alligator deathroll tot in de puntjes beheerst; met de souplesse en snelheid die zij heeft is dat iets waar ik best trots op ben.

 

Na het verschonen

Het kind heeft schone billen, haar broek weer aan en is behoorlijk geïrriteerd omdat ik haar steeds weer op haar rug legde. De irritatie is wederzijds. Ha! Ik laat haar snel weer op de grond scharrelen en pak eventuele meegegrisde tubes of rompers weer af. Een plasluier had ik al gedumpt in de luieremmer door het overbroekje aan een punt vast te houden; de prefold en het inlegvel kieperden in de luieremmer. Het overbroekje leg ik over een randje om te luchten tot de volgende gebruiksronde.

 

Een poepluier is een ander verhaal. Bij borstvoedingspoep kan het hele zaakje zo in de wasmachine, maar bij vaste poep moet je even opletten: brokjes worden niet door de machine weggespoeld. Ik gebruik dus inlegvelletjes; deze vangen de ontlasting op en kun je apart weggooien (restafval). Ik heb een klein prullenbakje staan die ik 1 á 2 keer per week leeg. Deze sluit geurtjes echt goed af.

 

Het gebruik van prefolds of inleggers heeft wel het nadeel dat de ontlasting weleens in het overbroekje komt (en daar wel goed in blijft, wees gerust). De luiers waarbij er wat ontlasting naast het velletje kwam spoel ik dus in het toilet, maar dan vlak voor ik ga wassen.

 

Dus bij poep verwijder ik het velletje, check of er wat naast is gekomen. Zo niet dan kan de luier in de emmer en het overbroekje gelucht. En bij brokken gaat het pakketje naar de badkamer. Manlief laat de luier lekker voor mij liggen. Dat kan ook. Ik heb mijzelf namelijk als baas van de wasmachine aangesteld, om de was zo lang mogelijk mooi te houden leek mij dat nodig zegmaar. Het vouwen doen we wel samen.

 

Tweedelig

De luiers die ik gebruik vallen onder het tweedelige systeem. Dus een los onderdeel voor de absorbtie en een overbroekje om het vocht niet bij de kleren te laten komen. Tweedelig dus, maar niet voorgevormd. Het voordeel vind ik dat prefolds snel droog zijn, maar ook wel wat kunnen hebben. Dus af en toe op 95 graden of over de verwarming drogen. En ze zijn in aanschaf niet gek duur. Helemaal niet als je ze tweede hands aanschaft.

 

 

Maar nu was het plan een andere luier te testen en mijn ervaringen in deze blog met jullie te delen. Ik had een tas vol met geleende voorgevormde luiertjes klaar staan. Ik dacht voor Joah.. maar ze bleken hem al te klein te zijn. Met Maeve heb ik mij er een paar keer aan gewaagd, maar slap klittenband en dan zo’n draaiende wurm; je hebt het beeld. Ik ben daar niet al te lang mee door gegaan. Al legde ik de voorgevormde luier vast in het overbroekje; ze kreeg het klittenband tegen haar huid en rode plekken. Dat ik ze nu af en toe gebruik door ze wel onder de flapjes van de overbroekjes te klemmen en de neiging heb om het klittenband af te knippen – Daar kan ik bij jullie niet mee aankomen, toch?  Het absorbeerde wel meer dan een prefold én de ontlasting kwam niet in de overbroekjes, dat is fijn. Conclusie: ieder zijn of haar favoriete systeem en het beste probeer je eerst uit wat werkt voordat je een heel pakket aanschaft.

 

Wassen

Goed, op de foto staan de emmers klaar om in de was te gaan. Het wasnet kan zo in de machine of even een beetje losschudden. Ik draai eerst een kort koud mini wasje zodat de meeste urine uitgespoeld is. Dan gooi ik er nog wat klein spul bij zoals washandjes, ondergoed en hydrofielen en wast de machine op 60 graden de luiers en toebehoren weer schoon en klaar om opnieuw te gebruiken.