Start een moestuin altijd met een moestuinplan en doe dit in de wintermaanden: bedenk altijd eerst wat je lekker vindt en wat je veel eet. Een moestuin is leuk om te hebben, maar het is nog leuker om er groenten, fruit en kruiden uit te kunnen eten waar je blij van wordt. Maak een lijstje met wat je in de tuin wilt hebben groeien dat jaar. Start je voor het eerst met moestuinieren, kies dan vooral niet te moeilijke gewassen, maar begin met de basis.

 

 

Basisgroenten:

  • Radijs
  • Sla
  • Boontjes
  • Wortels
  • Kruiden
  • Aardbeien
  • Courgette

 

Wel of geen kas

Ook is het heel belangrijk om rekening te houden met de groenten die eigenlijk in een kas groeien, waar het lekker warm is. Helaas is het in Nederland niet warm genoeg om bepaalde groente en fruit buiten te verbouwen. Een kas is dan ideaal. Denk hierbij bijvoorbeeld aan aubergine, komkommers en meloen. Er zijn inmiddels ook rassen op de markt die beter tegen ons klimaat kunnen, dus heb je geen kas laat je dan vooral adviseren welk ras je dan het beste kunt nemen.

 

 

Combinatieteelt

Als je een lijstje hebt gemaakt met wat je allemaal in de tuin wilt verbouwen, is het goed om te kijken welke gewassen in de tuin vriendjes van elkaar zijn. Ik weet dat de meningen verdeeld zijn over combinatieteelt. Test het vooral zelf ook eens uit. Ik merk dat bij sommige combinaties het zeker wel helpt, zowel ondergronds als boven de grond. Door de bepaalde stoffen en geuren die sommige planten afgeven, blijven bepaalde beestjes weg (aaltjes bijvoorbeeld) of versterkt de stof die uit de wortels komt de plant van de buren (zoals aardbeien en knoflook). Ik zet afrikaantjes altijd tussen de tomaten, dit omdat de geur van afrikaantjes zo heftig is dat het aaltjes tegengaat in de grond. De wortels van tomaten zijn erg gevoelig voor aaltjes dus probeer ik ze op deze manier uit de buurt te houden.

 

 

Wisselteelt

Denk ook aan het toepassen van wisselteelt in de moestuin. Wisselteelt is eigenlijk heel makkelijk en goed voor je moestuingrond. Het is de afwisseling van de groentefamilies die geteeld worden op hetzelfde stuk grond in opeenvolgende moestuinjaren. Alle groenten worden verdeeld in 6 groepen/families en zo duurt het dus weer 6 jaar voordat dezelfde soort groente op dezelfde plek in de tuin of bak groeit. Dit doe je vooral om de bodem niet helemaal uit te putten en om ziektes te voorkomen. Naast deze 2 factoren is het is goed om te weten dat door het wisselen van de gewassen de structuur van de bodem sterker wordt. Door de groei van diepe en ondiepe wortels wordt de grond vanzelf luchtiger gemaakt en is spitten niet nodig, hier verstuur je de bodem alleen maar mee.

 

Door de groentefamilies duidelijk en op een gelijkmatige manier onder te brengen in zones in de tuin, is het maar 1 keer nodig om een moestuinplan te maken. Het volgende jaar is het dan een kwestie van doorschuiven.

 

Hoeveel wuppies heb je nog in huis? Draag je écht die zonnebril met dat bedrijfslogo erop? Met hoeveel pennen van de laatste cursus schrijf je nog?

 

 

Sparen voor gratis

Tegenwoordig kunnen we zo ongeveer sparen voor alles. Bakvormpjes, voetbalplaatjes, glazen van nepkristal, dierenplaatjes, handdoeken en pannensets bijvoorbeeld. Daarnaast is het ook redelijk gewoon dat we sommige dingen gratis krijgen, zoals de pen en een notitieblok tijdens een cursusdag, een paar samples van andere beautyproducten bij aankoop van een dagcrème of een T-shirt als je meedoet met een actie voor een goed doel.

 

En dan zijn er nog de “gratis” boodschappen waarmee je je voorraadkast vol kunt zetten. En natuurlijk alle try-outs: gratis e-boeken, gratis online cursussen en trainingen, probeerverpakkingen, de krant die je op straat krijgt, DIY-recepten, printables, noem maar op. Allemaal hartstikke gratis, ja, inderdaad.

 

Waarde vs. prijs

Maar wat is nu de waarde van deze producten voor jou? De kans dat je iets ook écht gaat gebruiken of dat het product of de dienst je daadwerkelijk waarde brengt, is klein. Een gratis online cursus wordt meestal niet gezien als iets exclusiefs, iets “wat je móet hebben”. De kans dat je dat e-book wat je ooit gedownload hebt gaat uitlezen, is ook miniem. Doordat het gratis was, is het in je ogen al niet zo boeiend meer.

 

Hoeveel is iets waard als jij er € 0,0 voor hebt betaald?

 

En dus liggen die pen en dat notitieblok waarschijnlijk op een stapel op je bureau. En die beauty-samples zijn beland tussen de sleutels, de ongeopende post en de krant. De probeerverpakking gooi je na een jaar weg, want: over de datum. En die leuke knutsel-frutsel printables… die moeten inderdaad ook nog ergens liggen, ja…

 

 

Het is één van de dingen die waar ik me bewust van werd in mijn eerste maanden als minimalist: we zijn zo gewend aan deze gratis dingen! We staan er zelden bij stil hoeveel er in ons huis komen. Hoe gewoon het is. Zo bestelde ik onlangs één printercartridge en kreeg ik er twee pennen, een ballon, een boekje met ‘handige bijpassende producten’ en een kaartspel van het bedrijf bij. In plaats van één cartridge, waarbij ik het één-in-één-uit principe wilde toepassen door de oude meteen te recyclen, zat ik ineens met een totaal van 6 items in huis.

 

Milieukarma

Zowel vanuit minimalistisch als milieu-oogpunt vond ik dit stom. Het is ook één van de redenen dat ik sinds kort bijhoud wat ik allemaal koop en weg doe. Een heleboel van die dingen die ik weg doe, zijn namelijk helemaal geen dingen die ik heb gekocht. Het zijn die extra items, zoals het kaartspel of samples die ik als blogger ongevraagd opgestuurd krijg. Zit je dan met je goeie gedrag!

 

Het is eigenlijk driedubbel zonde: het bedrijf stuurt het en maakt daardoor extra kosten, ik moet actie ondernemen om het weg te doen of het blijft ergens in huis ronddobberen. En we hebben resources gebruikt die eigenlijk niet gebruikt hoefden te worden. Gratis producten zijn slecht voor je milieukarma en doen je minimalistische hart bloeden.

 

Het lijkt me daarom goed om af te rekenen (haha, pun) met al die spaaracties, gratis producten en samples. Als je het écht nodig hebt, wil je vast ook een goed product, toch? Of dat nu gaat over appelstroop, een cursus of moisturizer. Of zitten jullie wel te wachten op zoveel mogelijk gratis prullaria en pennen? In dat geval heb ik er nog wel een paar 😉

 

xAnja

Duurzaamheid is hot. Ik ben zelf ook helemaal van de duurzaamheid. Dat komt door mijn studie Milieurecht. Daar maakte ik kennis met de definitie van duurzame ontwikkeling van de VN-commissie Brundtland uit 1968:

 

“Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.”

 

Duurzaamheid is dus niet zomaar een geinige gadget, maar een mechanisme om de toekomst van de mensheid veilig te stellen.

 

Wat ik helaas zie gebeuren is dat mensen duurzaamheid verwarren met allerlei geromantiseerde visies of irrationele angsten. Hiervan zet ik er een paar op een rijtje – voor wie echt duurzame keuzes wil maken.

 

 

Mythe 1: biologisch en lokaal vlees is beter

Vaak hoor ik mensen zeggen “Vlees is op zich niet erg, het is meer de wijze waarop”. Dit is echter een onjuiste uitspraak. Op wat voor wijze je een dier ook grootbrengt: een dier moet altijd eten. Zo eet een koe maar liefst zestig kilo gras per dag. Dit eten wordt deels omgezet in vlees, maar ook in warmte, energie en poep. Hoe langer een dier leeft en hoe meer ruimte het dier heeft, hoe groter de druk op het milieu. Er is namelijk meer voedsel nodig voor het dier en het dier stoot meer mest en broeikasgassen uit. Je kan dus veilig stellen dat een dier per definitie geen efficiënte voedselbron is, of het nou op biologische of reguliere wijze wordt grootgebracht.

 

Ook blijkt uit recent onderzoek van de Universiteit van Helsinki dat geïmporteerd plantaardig voedsel veel minder broeikasgasuitstoot veroorzaakt dan lokaal vlees, zuivel en eieren (zie onderstaande figuur). Je kan dus beter een avocado eten uit Chili dan een ei van de (al dan niet biodynamische) boer bij jou in de buurt.

 

 

De duurzaamste keuze: het beste is gewoon om zo weinig mogelijk vlees en dierlijke producten te eten. Deze kan je vervangen door vleesvervangers (tegenwoordig ook wel ‘vleesopvolgers’ genoemd) of ander plantaardig voedsel zoals peulvruchten en noten.

 

Mythe 2: GMO is de duivel

Ik was vrijwilliger voor Greenpeace en heb daarmee ook actie gevoerd tegen GMO (genetic modified organisms). Het belangrijkste argument tegen GMO is het voorzorgsbeginsel: we weten niet zeker wat een GMO-gewas zal doen in de natuur en we kunnen verspreiding ervan niet voorkomen.

 

De argumenten vóór GMO vind ik inmiddels echter overtuigender. Zo zou GMO zo ingezet kunnen worden dat er minder pesticiden en kunstmest nodig zijn om voedselgewassen goed te laten groeien. Hierdoor kan de druk op het milieu afnemen. Ook kan plantaardig voedsel middels GMO worden verrijkt met voedingsstoffen. Zo is er een rijst (‘gouden rijst’) ontwikkeld met vitamine A waardoor blindheid en sterfte bij ondervoede kinderen voorkomen kan worden. Volgens de WHO (World Health Organization van de VN) hebben zo’n 250 miljoen kinderen een vitamine A-tekort. Als je dit bedenkt is het eigenlijk onethisch om GMO-oplossingen zoals rijst met vitamine A tegen te werken.

 

 

Ook met klimaatverandering en de extreme weersomstandigheden die het veroorzaakt is het belangrijk om snel te kunnen schakelen met bepaalde eigenschappen van voedselgewassen: voedsel dat bijvoorbeeld beter bestand is tegen hitte, droogte en extreme regenval.

 

Het is wel zo dat Monsanto een slim verdienmodel heeft bedacht met GMO: ze ontwikkelden soja die bestand is tegen hun eigen pesticide: RoundUp. Als gevolg daarvan wordt er in Zuid-Amerika veel Monsanto-soja verbouwd waarbij veel RoundUp wordt gespoten, waardoor insecten en andere gewassen doodgaan en deze plantages dus een soort levenloze ‘sojawoestijnen’ worden Deze soja is echter voornamelijk bestemd voor veevoer. Als je deze giftige sojavelden wilt tegengaan, kan je dus het beste stoppen met het eten van dierlijke producten.  

 

De duurzaamste keuze: dierlijke producten van je menu schrappen is een effectieve manier om de schadelijke gevolgen van GMO tegen te gaan. Daarnaast is een open houding tegenover GMO aan te raden, omdat dit de voedselproductie potentieel voedzamer en minder milieubelastend kan maken.

 

Mythe 3: palmolie staat gelijk aan ontbossing

Ik geef gelijk toe: ik vermijd palmolie. Maar dat is omdat ik zelf sowieso vrij weinig bewerkte producten eet, uit gezondheidsoverwegingen en gewoonweg omdat plantaardige olie niet nodig is (in tegenstelling tot vet uit noten en zaden).

 

Los daarvan is palmolie efficiënter dan bijvoorbeeld zonnebloem-, olijf,- of koolzaadolie. Voor palmolie is minder landbouwgrond nodig dan voor deze andere oliën. MilieuCentraal zegt hierover: “De olie van de palmvrucht is een belangrijk ingrediënt en brengt per hectare 4 tot 10 keer meer op dan andere plantaardige oliën.” Hier is wel een nuance: in tropische gebieden is er bij ontbossing meer verlies van biodiversiteit dan bijvoorbeeld in Europa. Maar voor alle plantaardige oliën geldt natuurlijk dat het verbouwd kan worden zonder dat er nog meer ontbost wordt. En dan is palmolie een efficiëntere keuze.

 

De duurzaamste keuze: koop zo min mogelijk bewerkte producten waar palmolie of ander soort olie in zit, zoals koekjes en chips. Als je producten koopt waar palmolie in zit (denk aan plantaardige boter), kijk dan of die het RSPO-keurmerk voor duurzamere palmolie heeft. Dit keurmerk gaat ontbossing tegen. Je kan hier opzoeken hoe Nederlandse bedrijven op dit vlak scoren. Bij onduidelijkheid kan je het ook bij de producenten navragen. Het is sowieso altijd goed om aan producenten te laten weten dat jij duurzaamheid belangrijk vindt.

 

Volgende maand meer over duurzaamheidsmythes met aandacht voor E-nummers, voedselverspilling en een grote persoonlijke ergernis van mij: houtkachels.

 

De komende maanden ga ik mij bezighouden met het minimaliseren van mijn kledingkast. De situatie nu is… dat het eigenlijk een enorme puinzooi is van heel veel kleding die ik al heel lang heb, waarvan ik 80% niet meer draag (de foto’s zal ik bewaren/je besparen voor een volgende blog). Ik ben dus zo iemand die een kledingkast bomvol kleding heeft maar niks heeft om aan te trekken. Vast herkenbaar voor anderen 🙂 De afgelopen maanden heb ik vrijwel geen nieuwe kleding of accessoires gekocht, mede omdat ik momenteel hoogzwanger ben, en dat lijkt me niet het beste uitgangspunt om nieuwe kleding te kopen die je nog voor lange tijd wilt dragen.

 

Kledingkast voornemens

Ik wil toewerken naar een kledingkast die meer rust geeft, doordat ik minder keuze heb, maar wel keuzes uit alleen maar setjes die ik leuk vind en die ik fijn vind om te dragen. Ook wil ik in de toekomst alleen nog maar nieuwe kledingstukken kopen die duurzaam zijn, goed aansluiten bij mijn stijl, die ik zeker weten draag en die passen bij de kledingstukken die ik al heb. Ik wil in de toekomst dus vooral kritischer kopen. De kledingindustrie is namelijk 1 van de meest vervuilende industrieën voor het milieu, en ik wil hier dan ook bewuster mee bezig zijn. Daarnaast vind ik kleding ook gewoon heel leuk, en word ik er erg enthousiast van om hiermee aan de slag te gaan 🙂

 

The Curated Closet

Voordat ik oude kleding ga weggooien of doneren en nieuwe items ga kopen, wil ik eerst weten: Wat vind ik nou eigenlijk echt leuk? En wat ga ik daadwerkelijk dragen? Ik weet dat ik momenteel kledingstukken in mijn kast heb hangen die ik mooi vind, maar die ik in de praktijk nooit draag omdat ze gewoon net niet helemaal comfortabel zitten. Dat is dus alvast punt 1: het moet comfortabel zitten. En wat is nu precies mijn stijl? Om dit voor mezelf duidelijk te hebben, heb ik het boek The Curated Closet van Anuschka Rees erbij gehaald. Echt een aanrader!

 

Anuschka legt in 5 stappen uit hoe je je eigen stijl vind:

 

Stap 1: Ga op zoek naar kledinginspiratie

Mensen met een goed ontwikkelde stijl hebben die niet zomaar uit het niets bedacht, je moet er tijd insteken. Reserveer eens een ochtend, middag of avond om verschillende modeblogs te bekijken, fashion magazines door te bladeren en vergeet natuurlijk vooral Pinterest niet. Verzamel alle outfits die jou aanspreken.

Stap 2: Verzamel alle beelden op 1 plek

Maak een online of offline moodboard waar je alle beelden bij elkaar verzameld, zodat je een totaaloverzicht hebt van wat je aanspreekt, en je deze kunt ordenen en sorteren.

 

Stap 3: Bewaar voornamelijk de outfits die je in het dagelijks leven zou dragen

In plaats van te kijken naar high fashion outfits, kijk goed naar outfits die in je huidige levensstijl passen. Ben je fulltime moeder en veel thuis? Zoek je vooral comfortabele outfits? Of heb je een fulltime baan waar je je regelmatig professioneel voor moet kleden?

 

Stap 4: Let op details van de outfits

Kijk naar welke items an sich je aanspreken, de kleuren, de materialen, en ook de styling van de outfits. Hoe heeft die ene blogger dat simpele shirt afgestijlt? Losjes over de jeans, of erin? Welke accessoires heeft ze erbij gekozen?

 

Stap 5: Welke patronen kun je herkennen?

Volgens Anuschka is dit ‘where the magic happens’. Kijk naar je hele selectie outfit afbeeldingen en kijk welke thema’s en elementen regelmatig terugkomen. Focus op deze dominante, terugkerende elementen en maak hier een overzicht van. Dit kan er als volgt uitzien:

 

 

Wat is mijn stijl?

Kort gezegd ben ik erachter gekomen dat ik hou van comfortabele outfits die stoer en speels mogen zijn. Ik hou bijvoorbeeld van de oversized truien en knee high boots van Ariana Grande.

 

Bron: Pinterest

 

Ook hou ik in het dagelijks leven erg van een lekker zittende jeans, stoere chunky laarzen en een lekker zittende trui, die wel een speelse twist mag hebben om het wat specialer te maken:

 

Foto: Lizzy van der Ligt, bron: Amayzine International

 

Hiernaast heb ik nog een paar andere elementen voor mezelf opgeslagen om een completer plaatje te krijgen.

 

Hoe nu verder?

Nu ik een beter idee heb van wat ik leuk vind, ga ik maar eens heel rigoureus mijn huidige kledingkast uitruimen, om alleen nog kleding over te houden die past bij mijn persoonlijke ‘styleguide’. Daarna kan ik beter zien wat ik nog nodig heb om mijn huidige collectie aan te vullen. To be continued!

 

Naast mijn passie voor groen in de tuin en duurzaam bezig te zijn met het milieu, houd ik er ook van om het groen in huis te halen. Dit doe ik met behulp van een aantal kamerplanten. Inmiddels is mijn collectie uitgegroeid tot meer dan 15 kamerplanten en er blijven maar planten bij komen! Maar hoe doe je dit nou op een duurzame manier? In deze blog schrijf ik over waarom iedereen het groen in huis zou moeten halen en noem ik twee gemakkelijk te stekken kamerplanten die voor iedereen geschikt zijn in huis.

 

Waarom kamerplanten?

De hoofdreden om meer groen in huis te halen, is dat kamerplanten heel goed zijn voor de luchtkwaliteit in huis. Planten zuiveren de lucht, zorgen voor meer zuurstof en nemen fijnstof op die ze vervolgens niet meer uitstoten.

 

Zelf word ik heel gelukkig wanneer ik omringd ben door groen. Planten werken stress verlagend en geven je productiviteit een goede boost! Oftewel (regen)water + zon + een beetje liefde = een gezuiverde lucht, meer zuurstof en minder fijnstoffen, minder stress en meer productiviteit. Redenen genoeg dus om aan de slag te gaan met kamerplanten.

 

De tuincentra staan vol met heel veel mooie kamerplanten, maar wil je liever op een duurzame manier een urban jungle creëren? Dat kan! Heb je wel eens nagedacht om stekjes met andere mensen te ruilen of eens gekeken in diverse Facebookgroepen waar men stekje aanbied of ruilt? Deze ‘markt’ is heel actief en gezellig.

 

 

Zelf kun je ook aan de slag gaan met het vermeerderen van je eigen kamerplanten. Veel kamerplanten zijn heel gemakkelijk te stekken en produceren ook veel nakomelingen. Met deze stekjes kun je je eigen urban jungle uitbreiden of ze ruilt ze tegen andere stekjes op Facebook.

 

Ik kan iedereen aanraden om eens te beginnen met 1 of 2 gemakkelijk te stekken kamerplanten en dan zul je van zelf zien dat het aanstekelijk werkt.

 

Twee gemakkelijk te stekken kamerplanten

1. Pannenkoekenplant of Pilea Peperomioides

Wie kent dit leuke plantje niet? Al een lange tijd een hele populaire plant die je overal voorbij ziet komen: de pannenkoekenplant. Naar mijn mening onmisbaar in ieder interieur! De pannenkoekenplant is erg gul en maakt veel nakomelingen.

 

Wil je nou weten hoe je een pannenkoekenplant moet stekken? Lees dan mijn DIY: Je eigen pannenkoekenplant stekken voor meer plantjes waarin ik stap voor stap uitleg hoe je dit moet doen!

 

    

 

2. Chinees lantaarnplantje of Ceropegia Woodii

Een leuk en hip plantje die het op vrijwel iedere plek in huis goed doet. Deze plant is ook heel erg gemakkelijk om te stekken. Lees binnenkort op mijn eigen blog een uitgebreide DIY over hoe je deze plant kunt stekken.

 

    

 

Vind jij het ook leuk om met kamerplanten bezig te zijn en om op een duurzame manier jouw eigen urban jungle te maken? Of ben je actief bezig met ruilen? Laat het ons weten!

 

Penny de Vree is trotse eigenaresse van kapperszaak ‘Puur Geknipt’. Bij de kapperszaak in Dordrecht zijn niet alleen de gebruikte materialen en producten voor de inrichting duurzaam, ook de verzorgingsproducten zijn 100% natuurlijk.

 

Het Team van “Puur Geknipt”

 

Hoe het allemaal begon

Vanuit het principe van terug gaan naar de basis en duurzaamheid is kapsalon Puur Geknipt bijna 3 jaar geleden ontstaan. Voor Penny de Vree begon het terug gaan naar de basis ruim 11 jaar geleden.

 

“De keuze voor biologisch heeft zijn oorsprong in de tijd dat ik net bevallen was van mijn oudste kind. Na de borstvoeding vroeg ik mezelf af wat ik mijn kind qua eten zou geven. Dat wilde ik zo puur mogelijk. Veel biologische groenten en fruit zonder toegevoegde middelen zoals in vele potjes. Om mijn bewegingsvrijheid te behouden ging ik zelf potjes vullen. Wanneer ik op pad ging met mijn kind, kon ik de potjes opwarmen, in water niet in de magnetron natuurlijk”, legt Penny uit.

 

Op meerdere vlakken in haar leven heeft Penny sindsdien gekozen voor back to basic. “Met mijn geloof baseer ik me op de basis. Qua voeding kies ik voor puur, maar ook wat verzorging betreft. Voor de huid kies ik voor natuurlijke producten. Want anders heeft het biologische eten weinig zin. Chemische stoffen zoals deze in de meeste verzorgingsproducten voorkomen, dringen via je huid je lichaam binnen en bezorgen je lever veel overuren om alles af te breken”.

 

“Sommige producenten zeggen dat ze hun producten geheel biologisch maken, maar helaas is dat in veel gevallen niet waar. Openheid over de achtergrond en prijzen van de producten, daar geloof ik in”, aldus Penny. Ook alle ingrediënten voor het kopje koffie of thee, zelfs de melk en suiker, zijn biologische en Fairtrade. Puur en eerlijk, dat is de filosofie achter Puur Geknipt.

 

 

Duurzame Ontmoetingsplek

Penny ervaart dat veel mensen nog steeds een geitenwollensokken-idee hebben bij het concept puur en duurzaam. Voor die mensen wil ze de drempel verlagen. Naast haarverzorging heeft ze plannen om ook een ontmoetingsplek te maken van Puur Geknipt. Waar mensen in alle rust een natuurlijk kopje koffie of thee kunnen drinken aan de bar achterin de salon.

 

“Ik wil dat iedere klant zichzelf kan zijn bij Puur Geknipt en zich prettig voelt. Een plaats waar iedereen respect heeft voor elkaar, zonder oordelen”.

 

Meer weten over kapsalon Puur Geknipt? Neem een kijkje op de website of ga een keer langs in Dordrecht!

In de oktober modemaand ging dan eindelijk de kogel door de kerk: ik ging aan de slag met een capsule wardrobe. Ondanks de argumenten waarmee ik mezelf had overtuigd om aan de slag te gaan, duurde het toch nog even voor ik van mijn voornemen een actie maakte. Waarom? Omdat ik dacht dat het behoorlijk veel tijd zou kosten om de kledingstukken te selecteren én ik het een lastig idee vond om kledingstukken weg te doen die ik nog in goede staat zijn. In wat minder mooie woorden: ik had last van uitstelgedrag en bleef hangen in redenen om het niet te doen. Daarom besloot ik het samenstellen van de capsule in stappen te doen en mezelf een tijdslimiet op te leggen. Het stappenplan dat ik hiervoor heb gebruikt én hoeveel tijd het me uiteindelijk heeft gekost lees je hier.

 

STAP 1: Bepaal je doel en je tijdslimiet (10 minuten)

In mijn vorige blog bepaalde ik al m’n richtlijn om aan de slag te gaan met m’n najaarscollectie: vijf paar schoenen, zes broeken, twee rokken, zeven shirts of tops, drie blouses, vier jurken, twee jassen en vier colberts/vesten. Om te voorkomen dat ik in een soort eeuwige twijfelmodus blijf hangen stel ik mezelf een tijdslimiet: ik ga maximaal twee uur besteden aan het bereiken van m’n doel en in deze tijd wil ik de 33 items selecteren. Dat betekent dus dat ik nog niet in die tijd besloten hoef te hebben wat ik met de overgebleven items ga doen, dat haalt wat druk van de ketel.

 

STAP 2: Haal alle kleding uit je kast (10 minuten)

Ja je leest het goed, ik heb ALLE kleding uit m’n kast gehaald en vervolgens per categorie gesorteerd. Dus shirts, vesten, jasjes en blouses bij bovenstukken, broeken en rokken bij onderstukken en nog een overige categorie voor jurken en pakken. Het is uitermate verrassend om te zien hoeveel kleding je hebt als je dit doet. In het verleden heb ik al aardig geminimaliseerd, maar nu ik het op m’n bed zie liggen wordt pas echt duidelijk hoeveel het écht is. Ook hangt normaliter een deel van m’n kleding en ligt de rest op stapels, het samenvoegen geeft voldoende overzicht om met de volgende stap aan de slag te gaan.

 

 

STAP 3: Haal de seizoensitems van andere seizoenen eruit (10 minuten)

Want: najaarscollectie. Een korte broek is wellicht een essential in de zomer, maar met een temperatuur onder de twintig graden wat minder interessant. Deze stap deed me denken aan vroeger toen ik eigenlijk maar twee seizoenen kende: zomer en winter. Elk half jaar paste ik dan m’n kleren aan onder toeziend oog van m’n moeder en bepaalden we welke nog goed waren, welke we gingen doneren en welke nieuwe items nodig waren om de garderobe compleet te krijgen. Vroeger vond ik dat best wel suf, maar achteraf gezien: it makes total sense, thanks mum!

 

STAP 4: Kies per categorie je favoriete items en vul vervolgens aan (45 min)

Door m’n favorieten te kiezen had ik al de ‘maximale hoeveelheid’ van sommige categorieën: vier jurken, zes broeken, vier colberts/vesten en twee rokken. De kledingstukken die overbleven gingen dus op de dit-seizoen-ff-niet stapel. Vervolgens kon ik de blouses, tops en shirts zo kiezen dat deze veelzijdige setjes konden vormen met de al eerder gekozen kleding. Tot slot koos ik vijf paar schoenen en twee jassen en m’n herfstgarderobe was compleet!

 

 

En na minder dan twee uur (!) was dit het resultaat: 33 items in mijn kast die m’n nieuwe herfstgarderobe sturen. In plaats van een overvolle plank (de onderste legplank is van mij, vriendlief heeft wat meer kastruimte nodig) heb ik nu twee overzichtelijke stapeltjes en ook in het hang-gedeelte heb ik meer overzicht. Het opvallende was dat ik meteen over allerlei kledingcombinaties na begon te denken die ik normaliter niet maak. Minder kleding zorgt dus blijkbaar voor instant creativiteit.

 

Het enige wat resteert is een stapel met kleding die de capsule niet heeft gehaald. Een deel daarvan wil ik best afscheid van nemen, maar een ander deel heb ik geëlimineerd omdat ze niet bij het komende seizoen passen. Ondanks dat ik vóór het loslaten van spullen ben die je niet gebruikt, vind ik het ook zonde om goede en mooie kleding weg te doen die ik in een volgend seizoen weer wil dragen. Sinds ik namelijk weet hoe slecht kledingproductie eigenlijk is voor mens en milieu, heb ik het voornemen om de kleding die ik koop helemaal af te dragen.  De seizoensitems besluit ik daarom in een bewaarbak te doen tot over drie maanden weer aan de slag ga met m’n volgende capsule wardrobe. De rest ga ik doneren of verkopen.

 

Nu ik achteraf het proces beschouw, was het eigenlijk geen rocket science. Toch bleef ik er een beetje tegenaan hikken om het dan eindelijk écht te gaan doen. Dit stappenplan heeft me structuur geboden om toch door te zetten. Ik ben namelijk serieus nieuwsgierig welke voor- en nadelen zo’n capsule wardrobe met zich mee gaat brengen. Ik commiteer me aan deze wardrobe voor de komende drie maanden (dus tot februari), daarna ga ik het evalueren en besluiten of dit voor mij werkt. I’ll keep you guys posted!

 

‘Oh, jee’, hoor ik drukbezette personen al denken: ‘moeten we daar ook nog aan denken tijdens die hysterisch drukke maand?’ Ach, niks moet, maar duurzame acties zijn vaak veel simpeler dan je denkt. En met deze zeven kant-en-klare tips voor groene feestdagen hoef je het zelf niet meer uit te vogelen. Fijne decembermaand!

 

1. De boom

Een echte boom kopen of een nepperd? Wat is het beste? Op het eerste oog lijkt het kopen van een echte spar de meest duurzame keuze (want geen plastic). Ware het niet dat de meeste Nordmannetjes na weken stralen in volle glorie weer kaal op straat staan bij het huisvuil. Niet echt duurzaam dus. Koop je echter een boom met kluit en plant je deze daarna in de tuin, dan spreken we van een groene actie. Uiteraard geen optie als je slechts een frans balkon hebt, maar in dat geval kun je er voor kiezen om een boom te huren of adopteren. Dit betekent dat je hem na gebruik weer inlevert, zodat hij daarna vrolijk verder kan groeien.

 

Een ander goed alternatief is een tweedehands kunstboom kopen bij de kringloop of op Marktplaats. Ben je überhaupt helemaal klaar met het ontwarren van kerstverlichting en katten of baby’s uit de buurt van kerstballen houden? Leen dan een beamer en projecteer de mega boom van het Rockefeller Centre in New York op je muur. Goedkoop, geen gedoe en openvallende monden gegarandeerd!

2. De kerstversiering

Neem je toch een boom en ben je klaar met die suffe ballen en slingers die momenteel op zolder staan? Of is het familiediner dit jaar bij jou en wil je koste wat kost de over the top kerststyling van je schoonzus van vorig jaar overtreffen? Duik niet meteen de Action of het tuincentrum in voor nieuwe sfeerverhogende tierlantijnen, maar kijk eerst on- of offline voor tweedehands spul. Koop je feestverlichting ga dan in elk geval voor ledlampjes (vooral als deze buiten dag-en nacht hangen te branden, scheelt dat een hoop energie).

 

Ook leuk is het om een kerst-ruilavond te organiseren met vrienden of familie. Versiering, kerstkaarten, cadeaupapier, chique uitgaanskleding: alles waar je op uitgekeken bent, neem je mee. Op het ruiladres, gooien jullie alles op een grote tafel en uitzoeken maar! Hartstikke gezellig én het scheelt misschien weer een hoop geld. 

3. De cadeau’s

Je kan natuurlijk wel het hele jaar heel verantwoord bezig zijn door nauwelijks nieuwe spullen aan te schaffen, maar hoe doe je dat met sint- en kerstcadeau’s? Heb je jonge kinderen dan zijn er in elk geval twee leuke initiatieven genaamd Recycle Sint en Recycle Santa. Onder deze twee noemers worden overal in het land middagen georganiseerd waarbij je met andere ouders onderling speelgoed kunt ruilen. Op deze manier kun je afgedankte Barbies, games en brandweerauto’s weer mooi inpakken en cadeau geven aan je kind (die hier ongetwijfeld net zo blij mee is als met een pakje uit de winkel). Uiteraard kan je ook volwassen cadeautjes tweedehands kopen (al moet je er dan nog beter op letten dat het er nog een beetje puik uitziet).

 

Andere opties zijn kaartjes voor een concert, theatervoorstelling, voetmassage, workshop of welke CO2-arme ervaring dan ook. Geef je wel liever iets fysieks, kies dan bijvoorbeeld lekkere bonbons, een plant, het boek De Verborgen Impact, sokken van bio-katoen of koop een duurzaam product bij bijvoorbeeld Dille en Kamille of EcoGoodies. Wat je zelf krijgt, moet je natuurlijk altijd maar afwachten, maar werken jullie in de familie of vriendenkring met verlanglijstjes, dan zijn dit uiteraard ook ideetjes om zelf te noteren. 

4. Het eten

Net zoals kerst voor een groot deel gaat over cadeautjes (tsja, zo is het wel), is een andere hoofdzaak: het eten! Ga je met de familie naar De Librije of gewoon lekker wokken? Een duurzame keuze is snel gemaakt door een vegetarisch gerecht te nemen (iets wat tegenwoordig een stuk eenvoudiger is dan tien jaar geleden). Eet je bij je schoonouders thuis dan wordt het al iets lastiger. Sta je binnen de familie al lang bekend als iemand die geen vlees eet, dan zullen ze daar waarschijnlijk al rekening mee houden. Ben je sinds kort gestopt of wil je gewoon even een tijdje geen vlees eten kan je het altijd van tevoren even aangeven.

 

Geef je zelf een etentje en wil je eigenlijk liever geen vlees serveren omwille van het milieu, maar zijn je gasten echte carnivoren? Een idee is om in de weken vooraf vlees in te kopen dat vanwege de korte houdbaarheidsdatum voorzien is van een afprijssticker. Ingevroren blijft dit namelijk nog drie maanden goed. Zo kom je tegemoet aan je gasten én houd je toch rekening met het milieu. Heb je na het diner nog veel eten over: geef het mee aan de gasten, de buren, vries het in of maak er de dagen erna nog wat lekkers van. Alles beter dan weggooien! 

 

5. De kleding

De tijd dat ik speciaal voor Kerst of oud en nieuw nieuwe kleding kocht, ligt al een tijdje achter me. Ik trek iets uit de kast (praktisch alles is zwart, dus maakt toch niet veel uit), doe een grote flonker-oorbel in en klaar. Voel jij er niks voor om weer in die paillettenjurk van vorig jaar aan de kerstdis of tussen de oliebollen te zitten en hangt er werkelijk níets geschikts meer aan je kledingrek? Kijk eens bij je zus of een vriendin! Is het bij hen ook armoe troef, vlieg dan de (ja, daar is ‘ie weer) kringloop of vintagewinkel in. Is er ook daar niks van je gading, dan biedt de kledingbibliotheek misschien uitkomst. Hier kun je naast vintage en duurzame merken soms ook kleding lenen van jonge ontwerpers. Zo heb je altijd iets aparts. Er is er een ‘bieb’ in Amsterdam, Arnhem en Den Haag.

 

Koop je toch liever een gloednieuw kledingstuk, dan kan je natuurlijk ook je hart ophalen bij een van de duurzame merken die bijvoorbeeld te vinden zijn bij vele fysieke winkels en online shops als De Groene Knoop en EcoGoodies. En wil je het milieu écht een dienst bewijzen? Laat alle synthetische kleding links liggen, zowel nieuw als vintage.  Elke keer dat ze gewassen worden, laten ze namelijk duizenden microvezels los. De plastic soep is al gevuld genoeg!

6. Het vuurwerk

Persoonlijk ben ik geen fan van vuurwerk. Vooral niet als ik op oudjaarsavond slalommend  langs de rotjes en voetzoekers naar mijn feestadres moet fietsen. Maar goed: veel mensen vinden vuurwerk nu eenmaal een fantastisch ritueel om het nieuwe jaar in te luiden. Jammer alleen dat het voor een hoop milieuvervuiling zorgt. Twee uur na de jaarwisseling is de concentratie fijnstof in de lucht veertig keer zo hoog als normaal. De zware metalen in -voornamelijk siervuurwerk- zorgen er ook voor dat de bodem en het water flink vervuild wordt.

 

Als je wel van plan bent om wat gillende keukenmeiden of ander spul de lucht in te schieten, is het dus fijn als je omlaag gedwarrelde zooi snel opruimt. En als je het afsteken samen doet met wat buren (of nog beter: een hele straat) dan hoeft er minder gekocht te worden, deel je de kosten en geniet je met z’n allen, wat ook nog eens veel gezelliger is!

7. De goede voornemens

 

Nu half Nederland verslaafd is aan de  runners highs en rokers door de algehele ontmoediging vanzelf geen trek meer hebben in hun saffie, vormen meer sporten en stoppen met roken steeds minder sterke voornemens. Vind jij het prettig om gemotiveerd het kraakverse jaar in te gaan met een bepaald doel of flinke uitdaging? De duurzame levensstijl heeft er talloze! Zo kan je er bijvoorbeeld voor kiezen om minder boodschappen in plastic verpakkingen te kopen, minder te vliegen, minder vlees te eten, minder water te verspillen, geen nieuwe spullen meer te kopen of vrijwilligerswerk te gaan doen.

 

En het is net zoals bij afvallen en stoppen met roken: op een gegeven moment is het geen uitdaging meer, maar simpelweg een manier van leven. Wat je voornemen ook wordt, ook al heb je er geen: ik wens je een mooi 2019! Dat er veel goeds op je pad mag komen. (En wie weet ook iets groens).  

 

Een eigen moestuin is niet voor iedereen weggelegd. Misschien heb je geen plek of te weinig tijd. Vind je het toch leuk om een beetje aan moestuinieren te doen, maar dan lekker laagdrempelig? Probeer eens wat groenten uit de supermarkt te laten hergroeien.

 

Groenten hergroeien is een simpele manier om met moestuinieren bezig te zijn, zonder dat het veel moeite kost. Het enige wat je soms wel nodig hebt, is geduld. Maar dat geldt zeker niet voor alle groenten.

 

Deze 5 groenten kun je laten hergroeien:

1. Lente-ui

Met stip op nummer 1 staat voor mij het lente- of bosuitje. Dit kan eigenlijk niet mislukken. Koop een bosje in de supermarkt en bewaar de onderste 5-10 centimeter met de wortels eraan. De rest eet je uiteraard gewoon op;-). Zet de lente-uitjes in een glaasje of bakje met een klein laagje water. Al heel snel lopen de stengels opnieuw uit. Als de wortels sterk genoeg zijn, zet ik ze zelf altijd in een pot met wat potgrond. Zo heb ik er maanden plezier van. Ze kunnen tot en met december buitenstaan. Van januari tot eind maart kun je ze beter op een licht plekje in huis zetten. Dit werkt trouwens ook goed met prei.

 

Ververs het water om de paar dagen.

 

2. Paksoi

Nog een groente waar je niet veel geduld voor nodig hebt, is paksoi. Maak je een gerecht met paksoi, bewaar dan het ‘kontje’ en ongeveer 10 centimeter aan stengels. Ook deze kun je net zoals de lente-ui in een glaasje of bakje met een laagje water zetten. Zorg dat het water niet te hoog staat, anders gaan de stengels rotten. Al vrij snel groeit er nieuw blad aan. Zie je ook wortels ontstaan? Dan kun je de paksoi in een potje met aarde zetten. Dat kan zowel binnen als buiten (van mei tot en met half november). Na een paar weken kun je opnieuw paksoi eten. Chinese kool is hier ook geschikt voor.

 

 

Hoera! Er verschijnt al nieuw blad.

 

 

3. Basilicum

Vind jij het ook altijd zo zonde dat jouw basilicumplantje zo snel op is en je weer een nieuwe moet kopen? Snij dan voordat je plantje op is 2 of 3 stengels met blad af. Zet ze in een glaasje water en wacht totdat er wortels ontstaan. Zijn er flink wat wortels verschenen? Dan kun je jouw stekjes in een potje met aarde zetten. Zo heb je straks weer een nieuw plantje om van te oogsten. Je kunt het basilicumplantje het beste van onder water laten opzuigen in plaats vanaf de bovenkant water geven. Zet bijvoorbeeld een schoteltje met water onder het potje of koop speciale kruidenpotjes met zo’n opzuigsysteem.

 

Hier heb ik maar 1 stekje in het potje staan. Dan duurt het natuurlijk wat langer voordat je kunt oogsten.

 

4. Gember

Ben jij net zoals ik gek op gember? Probeer dan eens om gember uit de supermarkt te laten hergroeien. Waarschuwing: niet geschikt voor heel ongeduldige mensen. Maar wel een heel leuk experiment! Soms zie je al een soort uitloper als je de gember wat langer laat liggen, maar meestal is de gember voor die tijd al op (bij mij dan). Wat je dan kunt doen is de gember (eventueel in kleinere stukken gesneden) in een schaaltje met een laagje water leggen. Zodra er uitlopers ontstaan, kun je de gember verhuizen naar een potje met wat potgrond. Floor legt in haar blog ‘Gember kweken’ uitgebreid uit hoe je dit precies aanpakt. Het duurt wel flink wat tijd voordat je echt je eigen gember kunt eten, maar het is meer dan de moeite waard.

 

Zo ziet een uitloper van Gember eruit.

 

5. Knoflook

Als je opschiet, kan het nog nét: knoflook poten. Knoflook zaai je niet, maar je pakt teentjes van een bol die je in de grond stopt.

Zorg dat je de grootste tenen selecteert en stop die met het puntje naar boven ongeveer 5-10 cm onder de grond. Je hebt een wat grotere pot of emmer nodig, zodat de teentjes genoeg ruimte hebben om uit te groeien tot een flinke bol. En dan is het wachten tot juni/juli. Zet de pot wel buiten, want knoflook heeft juist wat koude maanden nodig om mooie bollen te maken. In mijn vorige blog vertelde ik je alles over het zelf telen van knoflook. Zo weet je precies hoe je te werk moet gaan.

 

Let er bij supermarktknoflook op dat je biologische koopt. Gewone knoflook kan behandeld zijn met een anti-uitloopmiddel. En dat uitlopen is nou juist heel belangrijk.

 

Heb jij nog tips?

Heb jij ook wel eens groenten laten hergroeien? Welke deden het bij jou goed? Laat het weten. Zo help je andere lezers om nog meer groenten te proberen.