Het is al een tijdje geleden dat ik heb geschreven over het ‘kledingkast project’ waar ik mee bezig ben: van een kledingkast vol met kleding die ik al jaren niet meer draag, naar een duurzamere en minimalistische kledingstijl. Een aantal items die op verschillende manieren te combineren zijn, en waarvan ik zeker weet dat ik mij er fijn in voel, dat ik het dus draag en dat het me staat. Inmiddels heb ik aan de hand van het boek ‘The Curated Closet’ in kaart gebracht wat mijn eigen, duurzame kledingstijl is.

 

Mijn duurzame kledingstijl

Ik ben erachter gekomen dat vooral comfortabele outfits, die stoer en speels zijn mij passen. Ik hou bijvoorbeeld van de oversized truien en knee high boots combinatie die Ariana Grande vaak draagt. Ook is de combinatie van een lekker zittende jeans, stoere chunky laarzen en een comfortabele  trui favoriet, waarbij een item wel een speelse twist mag hebben om het wat specialer te maken.

 

Huidige kledingkast uitruimen

Eerst was het tijd om mijn huidige kledingkast uit te ruimen. Dozen vol kleding die ik al minimaal een jaar niet meer heb gedragen heb ik apart gezet en afgeleverd bij de kringloop, verkocht via Facebookgroepen en ik heb afgelopen weekend zelfs op Koningsdag allerlei items verkocht.

 

 

Nieuwe basis

Wat overbleef was een schone lei. Heerlijk verfrissend! Een paar items waarvan ik zeker weet dat ik ze draag. 1 blauwe spijkerbroek en 1 zwarte, een goede legging, spijkerjasje, 2 goede truien, en zo nog wel wat items. Het is nu wel nodig mijn kledingkast langzaamaan de komende jaren aan te vullen met een aantal duurzame kledingstukken, want ik mis nu wel wat essentiële items. Zaak is dit keer om goed na te denken over wat ik echt nodig heb, en wat past in mijn nieuwe duurzame kledingstijl die ik aan de hand van The Curated Closet heb ontwikkeld.

 

Waar koop ik duurzame kleding

Het is altijd het duurzaamst om gewoon niks nieuws te kopen. Ik het afgelopen jaar ook zo goed als niets nieuws gekocht. Dit kwam vooral omdat ik zwanger was en nog zwangerschapskleding had van mijn vorige zwangerschap. Ik vond het zonde om voor die korte periode weer nieuwe kleding te kopen. Als tweede optie kun je kijken naar tweedehands kleding. Als je echt een helemaal nieuw item wilt kopen, is het het duurzaamst om te letten op duurzaam geproduceerde kleding. Het aanbod hierin groeit en groeit, dus wordt het steeds makkelijker om daadwerkelijk leuke kleding te vinden die duurzaam is geproduceerd. Zo kwam ik laatst in aanraking met de webshop watMooi!

 

watMooi

watMooi verkoopt via hun webshop merken die echte mode maken. Dus: jonge vooruitstrevende ontwerpers met frisse nieuwe ideeën, maar ook gevestigde merken met jaren ervaring. watMooi is in 2006 opgezet door Joke Blom. Zij wilde graag een platform opzetten waar je veilig de laatste verantwoorde mode kan shoppen zonder er saai uit te zien.

 

Favorieten merken van mij die ze verkopen zijn onder andere Armed Angels, Loop a Life en de tassen van MYOMY do goods!

 

Armed Angels

 

Loop a Life

 

MYOMY do goods

Kortingscode watMooi

Duurzaam geproduceerde kleding is nou eenmaal wat duurder dan niet duurzaam geproduceerde kleding, tenminste, voor jezelf. De prijs voor niet duurzaam geproduceerde kleding wordt betaald door de aarde, de toekomstige generatie en mensen uit de landen waar het geproduceerd wordt.

 

Daarom is het heel fijn dat watMooi de lezers van GRN United.nl de komende 2 weken een korting aanbiedt van 20% op de nieuwe collectie! De De kortingscode is GRN19 is geldig t/m 13 mei. 

 

Zelf ben ik nog op zoek naar een paar mooie high knee laarzen en oversized t-shirts voor de zomer. Werk jij ook aan een duurzame, minimalistische kledingkast? En naar welk item ben jij nog naar op zoek? Laat het weten in een reactie!

 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met watMooi

Benodigdheden: Oude pallets en een creatieve bui. Met pallets kun je heel veel leuke dingen, ze zijn perfect voor het maken van een moestuinrek voor bijvoorbeeld kruiden of aardbeien. Zelf had ik het idee gekregen om van twee oude pallets een aardbeienrek te maken, maar hoe doe je dat nou?

 

 

Kies de mooiste pallet uit, deze ga je gebruiken als basis voor het rek. Van de andere pallet gebruik je alleen het hout. De bedoeling is om een zestal bakken te creëren waar je plantjes in kunt zetten. Zelf heb ik ervoor gekozen om de pallet doormidden te zagen, zodat ik twee kleine aardbeienrekken heb. Het is natuurlijk ook mogelijk om één groot aardbeienrek te maken. Zaag de houten planken die van de ene pallet afhaalt op maat, zodat deze aan de onderkant van het aardbeienrek gemonteerd kunnen worden. De montage kan simpelweg met spijkers. Nu heb je 6 bakken. Voordat je hier aardbeienplantjes in kunt zetten, is het handig om de bakken te bekleden met worteldoek. Maak het worteldoek op maat en maak het vast met een nietpistool of spijkers. Op deze manier wordt het bakje een geheel en kan overtollig water eruit stromen.

 

 

Vul de bakken met moestuingrond en zet de aardbeienplantjes op z’n plek. Zelf heb ik twee plantjes per bakje aangehouden. Het enige wat de aardbeienplantjes nu nog nodig hebben is: water, zon en liefde. Veel succes!

 

De credits voor dit DIY project gaan naar mijn lieftallige vriend die het rek voor mij in elkaar heeft gezet!

 

Sinds ik een moestuin heb composteer ik mijn keuken- en tuinafval. Het verrijkt het bodemleven en heeft zo een positieve invloed op de tuin. Het geeft me bovendien een goed gevoel dat ik bijdraag aan een beter milieu door zelf compost te maken in plaats van het in de kliko te gooien. Win win win! Heb jij nog geen composthoop in de tuin? Ik ga je uitleggen hoe je “het zwarte goud” zelf kan maken.

 

 

Voordelen van zelf compost maken.

Door zelf compost te maken weet je ook wat er in zit. Handig als je duurzaam en biologisch wilt tuinieren. Je afval hoeft niet vervoerd en verwerkt te worden en daarmee lever je een bijdrage aan een schoner milieu. Goede compost is duur dus het is ook beter voor je portemonnee.

 

Open of gesloten compostbak.

Compostbakken kan je zelf maken met houten planken of oude pallets. Dit zijn de zogenaamde open compostbakken. Plaats ze op een beschutte plaats waar wind en regen minder invloed hebben. Veel wind droogt de hoop snel uit en veel regen maakt de hoop te nat wat het composteringsproces nadelig beïnvloedt.

 

Je kan ook een kant en klaar compostvat kopen, eventueel tweedehands. Sommige gemeenten bieden ze gratis aan of voor een klein bedrag. Deze vaten zet je bij voorkeur op een zonnige plek maar half schaduw kan ook.

 

 

Hoe start je een composthoop?

Zet de hoop op een geschikte plaats waar je ruimte hebt om te werken en die goed bereikbaar is met een kruiwagen. Plaats de klep zo dat je later je eigengemaakte compost er makkelijk uit kan halen. Je kan in elk jaargetijde een composthoop beginnen.

 

 

Leg onderin een laag van twintig centimeter dun snoeiafval. Voeg een emmer halfverteerde compost toe. Heb je die niet, vraag dan een tuinbuurman of hij wat voor je heeft. Daarna bouw je de hoop op in laagjes van 10 centimeter:

  • droge bestanddelen (snoeimateriaal, zaagsel of bladeren)
  • natte bestanddelen (gras, groente en fruit)
  • mest

 

Zie het als één grote lasagna. Hou de volgorde droog – nat- mest aan voor het beste resultaat.

Om de 6 weken keer je de compost om zuurstof toe te voegen en de hoop te verluchten. Dit versnelt het proces.

 

Beestjes.

In de composthoop zit een enorme diversiteit aan beestjes. Pissebedden, mestwormen, slakken, bacteriën en schimmels zijn allemaal voor jou aan het werk om mooie compost te maken die straks weer op je moestuinbedden ligt.

 

 

Wat kan er op de composthoop?

  • Bladeren
  • Onkruid zonder zaden
  • Oogstresten
  • Stro/hooi
  • Grasmaaisel. Wel de hoeveelheid doseren.
  • Snoeiafval
  • Groente en fruitresten
  • Mest van konijnen of kippen
  • Zaagsel
  • Resten tuinaarde (beperkt).

 

Wat kan je beter niet gebruiken voor compost?

  • Citrusvruchten
  • Gekookte etensresten
  • Grote hoeveelheden gras
  • Ontlasting van honden en katten
  • Haren of stof
  • Onkruidzaden
  • Zieke planten

 

Wanneer is de compost klaar voor gebruik?

De compost is klaar als hij ruikt naar bosgrond. Er zitten geen natte bestanddelen of beestjes meer in. Meestal is dit na ongeveer acht maanden tot een jaar.

Op de lommerrijke Bosboom Toussaintstraat in Amsterdam-West zit sinds eind februari Little Plant Pantry, de eerste natuurvoedingswinkel in de hoofdstad waar je verpakkingsvrij boodschappen kan doen. Twee dagen na de officiële opening, ga ik langs voor een bakkie. 

 

 

Als een kind in een biologische snoepwinkel

Ik zit aan de bar achter in de winkel. Terwijl mede-eigenaar Winter een kop biologische koffie met zelfgemaakte amandelmelk voor me maakt, kijk ik mijn ogen uit. Wat een mooie, strakke zaak! Houten dispensers met gedroogde producten vullen bijna de gehele wand. Verder liggen noten, kruiden en verzorgingsproducten zo smaakvol gepresenteerd dat ik óveral wel iets van mee zou willen nemen. In mijn eigen zakje, bakje of potje welteverstaan, want bij Little Plant Pantry gaat het niet alleen over plantaardige natuurvoeding, maar ook over zo min mogelijk afval produceren. Of ik mij nu in een gortdroge en saaie bedoening bevind? Geenszins!

 

Hart voor de -goede- zaak

Om te beginnen heeft Winter mijn koffie vandaag niet geserveerd met een of ander suf speltkoekje, maar met een bord vol smeuïge vegan tiramisu-hapjes. Daarnaast vormen hij en zijn wederhelft Maria geen bleek reform-stel, maar een vrolijk en sociaal koppel dat met vuur praat over de zaak. Die van hun en de zogenaamde ‘goede’. Een ding is namelijk al snel duidelijk: het uit Ierland afkomstige paar surft niet simpelweg mee op de duurzame golf om er een biologisch graantje van mee te pikken. Verre van zelfs. ‘Het meest vervelende van deze zaak is dat we geld moeten vragen voor onze producten.’Aldus Winter.

 

Tsja,…geld vragen hoort er nu eenmaal bij

Dat hij bovenstaande opmerking niet ironisch bedoelt, legt hij uit als volgt: ‘De mensen die hier kopen, zijn mensen die goed willen doen. Ze willen biologische  spullen zonder verpakkingsmateriaal omdat dat beter is voor de planeet. Als we mensen geholpen en een leuk gesprek gehad hebben, voelt het eigenlijk niet goed om geld te vragen. Het is dan of het leuke moment een beetje aangetast wordt. We begrijpen dat we het móeten vragen omdat we anders de huur niet kunnen betalen, maar als het aan ons lag, stapten we uit het kapitalistische model. Probleem is dat we nog niet echt een goed alternatief hebben gevonden. Zoiets als  ‘de winkel van de buurt’, gerund door de buurtbewoner klinkt ons bijvoorbeeld wel goed in de oren.

 

Verpakkingsvrij

Hoe idealistisch het stel ook klinkt: ze zijn ook erg realistisch. Hoewel consumenten zich steeds meer bewust worden van het feit dat plastic en ander verpakkingsmateriaal een zware belasting vormt voor het milieu, beseffen Winter en Maria zich dat mensen nog moeten wennen aan verpakkingsvrij boodschappen doen. Natuurlijk trekt de winkel in eerste instantie juist mensen die er met hun eigen zakjes en bakjes op uit gaan, maar ook de grote groep die dit nog niet doet, willen zij niet afschrikken. Om deze reden zijn er in de winkel ook diverse herbruikbare zakjes van biologisch katoen en glazen flessen en potten te koop, zodat ze niet persé naar huis hoeven om deze te halen. Wel vertellen ze de klanten dat ze welkom zijn om de volgende keer bijvoorbeeld hun eigen Tupperware-bakjes mee te nemen. Willen ze helemaal geen zakjes of potjes kopen, dan is er ook geen man overboord. Voor die mensen liggen er zakjes van gerecycled papier.

 

 

Zelf afwegen

Wat fijn is bij Little Plant Pantry is dat je zelf kan bepalen hoe veel je koopt van een bepaald product. Afwegen mag je zelf doen. Ben je klaar met wegen dan komt er een sticker uit de weegschaal en deze plak je op je pot of zak. Daarna kan je aan de kassa afrekenen. Volgens Maria hadden een paar zero waste shoppers wat moeite met de stickers omdat dat in hun optiek ook afval is, maar voor de winkel zijn deze nu even de beste oplossing. Ook met het oog op het aanspreken van het grote publiek. ‘Je kan wel alles gaan opschrijven, maar dat werkt ook een beetje rommelig en dan vinden mensen het ook weer een beetje te vaag misschien. Wie weet krijgen we ooit nog wel een systeem waarbij de weegschaal direct aan de kassa gekoppeld is. Dan heb je geen stickers meer nodig.’

 

Ook verse maaltijden

Behalve de bovengenoemde natuurvoedingsproducten, verkoopt Little Plant Pantry ook vegan maaltijden, toetjes en taartjes. Deze worden afgenomen van kleine, ambachtelijke makers in Amsterdam en Haarlem (de stad waar het stel momenteel ook woont). Later in april komt er in samenwerking met The Well Traveled Kitchen een seizoensmenu met gerechten die gemaakt zullen worden met producten uit de winkel. In principe zijn de maaltijden bedoeld om mee te nemen, maar als je wil, kan je het ook in de winkel opeten aan de bar. ‘Binnenkort zetten we ook twee tafels neer in de zaak, waar je dan lekker aan kunt zitten.’ Ook gaan ze zich straks richten op het maken van ontbijtjes, waarbij je dan kunt denken aan zelfgemaakte granola en pap. Huisgemaakte amandel- en hennepzaadmelk voor je ontbijt kun je nu al dagelijks vers kopen en over een tijdje komt daar nog melk met bijvoorbeeld aardbeiensmaak bij.

 

DIY

Wat er verder nog in de pijplijn zit, is een workshop huidverzorgingsproducten maken. De dame die hun eigen lijn Winter Romanov maakt, zal dan in de winkel komen uitleggen hoe je bijvoorbeeld je eigen gezichtscrème maakt. Ook op DIY-gebied zullen er video’s komen waarin uitgelegd wordt hoe de verse maaltijden uit de winkel bereid moeten worden. ‘Bang dat de mensen onze maaltijden dan niet meer kopen, zijn we niet. Het is toch een gemaksproduct. Iedereen kan bijvoorbeeld kombucha leren maken, maar niet iedereen heeft zin of tijd om dat te doen. Zo is dat gewoon. Wat wij willen is dat iedereen toegang krijgt tot de heerlijk recepten en dat iedereen het kan leren maken met producten uit onze winkel.’

 

Hoewel mensen hier in Nederland steeds meer interesse hebben in lokaal en biologisch eten, zijn we volgens Maria nog niet zover als in Ierland. ‘Daar leek toen in één keer de knop om te gaan. Ik denk dat dat hier ook gaat gebeuren.’ We gaan het zien. In elk geval weten we waar we nu compleet verantwoord onze boodschappen kunnen inslaan.

 

Little Plant Pantry

Bosboom Toussaintstraat 45-h

Amsterdam

www.littleplantpantry.com

Het is april en ik heb de eerste glibberige vrienden alweer gesignaleerd in mijn tuin en moestuin. Helemaal weg krijg je slakken niet, maar er zijn wel een paar manieren om de vraat aan jouw planten en groenten een beetje in toom te houden. Ik zet ze voor je op een rij.

 

Eigenlijk horen slakken gewoon bij de natuur en dus ook in jouw (moes)tuin. Allemaal leuk en aardig natuurlijk, maar ik houd ook graag wat planten en groenten voor mezelf over. Ik laat slakken dus niet helemaal hun gang gaan. Dan kan ik net zo goed stoppen met moestuinieren. In de loop van de jaren heb ik verschillende methodes geprobeerd om slakken weg te houden van mijn groenten. De een succesvoller dan de andere. Hier komen ze:

 

Lokgroenten

Slakken hebben zo hun voorkeuren qua planten. Zo zijn ze extreem dol op Chinese kool en jonge slaplantjes. Zaai op een plek deze groenten speciaal voor de slakken. Zo heb je meer kans dat ze de rest van je groenten met rust laten.

 

Scherpe materialen

Strooi scherpe materialen om je planten heen. Denk aan kapotte eierschalen, grof zand, of cacaodoppen. Slakken vinden het niet fijn om hier overheen te lopen.

 

De pasgezaaide groenten veilig aan de binnenkant van de ring.

Knoflook

Slakken zijn niet zo dol op knoflook (begrijp ik dan weer niets van). Steek wat ontvelde knoflooktenen in de grond rondom je planten. Of maak knoflookgier door wat gekneusde tenen knoflook in heet water 24 uur te laten trekken. Spuit je planten daarmee in.

 

Biervallen

Diervriendelijk is dit natuurlijk niet, dus daar moet je even goed over nadenken. Maar je kunt een glazen potje (bijvoorbeeld van potgroenten, pindakaas of chocoladepasta) tot 1/3 met bier vullen. De slakken komen op de geur van het gist af. Eenmaal in het potje beland, komen ze er niet meer uit.

 

Grote vangst

Egels

Egels zijn echt dol op slakken. Zorg dus dat jouw (moes)tuin egelvriendelijk is. Hoe doe je dat? Zorg dat er beschutte, droge plekjes zijn waar ze zich kunnen verstoppen en een nest kunnen bouwen. Van afgestorven struiken/heggen kun je bijvoorbeeld een houtwal maken. Je kunt ook een echt egelhuis bouwen.

 

Voorzaaien

Een paar happen van een net opgekomen groente en hij is weg. Sommige groenten kun je prima voorzaaien. Je plant ze uit als ze groter zijn en aan slakkenaanval makkelijker overleven. Slakken zijn bovendien het meest dol op jonge zaailingen. Wat oudere laten ze eerder staan.

 

Palmkool is een groente die ik altijd voorzaai, net zoals andere kolen, courgette en boontjes.

 

Aaltjes

In onze moestuin gebruiken we 2x per jaar aaltjes om slakken weg te houden. Deze kleine beestjes kruipen de slak binnen, scheiden bacteriën uit en de slak sterft na verloop van tijd. De aaltjes vermenigvuldigen zich razendsnel en gaan dan weer op zoek naar nieuwe slakken. Ik merkte echt een groot verschil. 

 

Halve sinaasappel

Deze tip kreeg ik tijdens een moestuincursus. Snij sinaasappels doormidden, lepel of pers ze uit en leg ze omgekeerd in je moestuin. De slakken gaan erin zitten. Verzamel ze vervolgens en breng ze naar een andere plek of geef ze aan je kippen als je die hebt.

 

Gebruik niet te veel water

Slakken houden van vochtige omstandigheden. Na een regenbui komen ze massaal tevoorschijn. En dus ook na het watergeven van je moestuin. Doe dit dus alleen als het echt nodig is. Als je jouw grond gezond houdt met lekker veel compost en mulch, dan hoef je minder vaak water te geven.

 

Mulchen kan met allerlei materialen, bijvoorbeeld met herfstbladeren.

 

Koperdraad

Deze tip heb ik zelf nog niet geprobeerd, maar hoorde van een paar mensen dat ze er succes mee hebben: het spannen van een koperstrip om je moestuin heen. Wel een dikke strip van minimaal 1,5 cm breed nemen.

 

Succes!

 

Hopelijk heb je wat aan deze tips. En denk maar zo: iedereen verdient een plekje op deze aarde, ook de slak;-)

 

 

Japan! Een bestemming die al jaren op ons lijstje stond, maar waar we telkens niet aan toekwamen. Nu waren we in de buurt (in Indonesië) en dachten we: “Het is nu of nooit!”, mede met in ons achterhoofd we ons vliegtuiggebruik in de nabije toekomst sterk willen gaan reduceren. We zijn in ieder geval goed gewaarschuwd: iedereen die ooit in Japan geweest is heeft ons verteld dat het als vegan daar een hele uitdaging gaat worden. Na de culinaire verwennerijen in de tot nu toe bezochte landen denken wij dat dat wel mee zal vallen. Zullen we daarin gelijk krijgen, of is Japan inderdaad not-so-vegan-friendly?

 

Dashi, de vloek van ons vegan bestaan

Japan is omringd door water waardoor er in de keuken veelvuldig gebruik gemaakt wordt van zeewier, vis en ander seafood. Een stukje tonijn op je nigiri sushi is gauw herkend, dus wijk je als vegan uit naar de komkommer nigiri die toch zeker wel vegan moet zijn? Nope! Niet altijd dus. Japanners gebruiken namelijk ‘dashi’ in de basis van vele gerechten. Dashi is boullion getrokken uit vis, en ze gebruiken het daar waar je het totaal niet verwacht, zoals in zeewiersalade of pickled veggies. Witte rijst – als bijgerecht of gebruikt voor de nigiri sushi – kan er zelfs in zijn klaargestoomd. Daarom is komkommer nigiri ook helaas een twijfelgevalletje.

 

 

Gelukkig zijn de Japanse horecamedewerkers over het algemeen erg vriendelijk, nieuwsgierig en bereid te helpen, dus schroom niet om dit na te vragen. Het begrip ‘vegan’ is totaal nieuw voor ze. Vertel ze liever dat je ‘shojin gyori’ eet, wat vrij vertaald mag worden naar ‘temple food’. Temple food is eten dat geschikt is voor boeddhistische monniken, en dus vlees, vis-, ei- en zuivelvrij. Wij leggen het altijd voor de zekerheid uit, want soms weten ze niet exact wat shojin gyori inhoudt, terwijl ze zeggen van wel.

 

Het is handig om te weten dat er 2 soorten dashi zijn: konbu dashi (op basis van zeewier) en katsuo dashi (op basis van vis). Vraag altijd áls ze dashi gebruiken welke het is, misschien heb je geluk! In de meeste gevallen is dit een hele ongewone vraag en zullen ze naar de keuken moeten wandelen om het voor je uit te zoeken. Lang niet iedereen speekt Engels dus zorg ervoor dat je alvorens dat je aan tafel schuift gereed zit met je vegan paspoort of Google Translate, maar daarover meer onder het volgende kopje.

 

Google Translate is onze held

Dashi is niet de enige sneaky little basterd waar je rekening mee moet houden wanneer je dénkt iets vegans gescoord te hebben. Mede door Chinese invloeden worden er vaak dierlijke smaakmakers gebruikt. Denk hierbij aan varkenskruiden, visvlokken en kippenextract. Dacht je dat je in de Jumbo of de Dirk veel tijd kwijt was aan het checken van etiketten, wacht maar tot je in Japan in de super staat.

 

Nu zijn wij niet de twee meest tech-savvy reizigers – en wellicht benoemen we hier iets dat íedereen al jaren weet – maar voor de late bloeiers dan toch deze tip: Wij hebben ontdekt dat je met Google Translate een foto kan maken van een etiket en deze naar je eigen taal kan laten vertalen. Whut! Tevens kun je hele gesprekken voeren. Jij zegt iets in het Engels (of welke taal dan ook), Google vertaalt dat naar Japans, die persoon kan in het Japans reageren, en jij krijgt het weer in het Engels te lezen. Dit werkt echter alleen wanneer je online bent; Japans downloaden en offline in Google Translate gebruiken is helaas niet voldoende. Daarom raden wij aan om zsm een Japans simskaart aan te schaffen, en dat kan al op het vliegveld. Voor 25-30 euro krijg je 3GB, en dat is voor ons genoeg om 14 dagen rond te komen.

 

Vegan snacks voor onderweg

Zoals in de meeste Aziatische landen heb je ook in Japan veel ‘convenience stores’, oftewel ‘gemakswinkeltjes’. De drie grote spelers op deze markt zijn de 7 eleven, Family mart en Lawson. Deze zijn meestal 24 uur per dag open en hebben altijd wel íets dat je eten mag. Je bent de eerste keer waarschijnlijk minimaal een half uur etiketten aan het scannen om te kijken wat je wel en niet mag, maar dan heb je ook wat. Wij nemen altijd een paar Onigiri’s mee, driehoekvormige sushisnacks van rijst, gevuld met pickled plum of zeewier. Goed te doen! Bij de kassa kun je een mini soyasausje pakken om je onigiri mee op smaak te brengen of om over je edamame boontjes te gieten die ook verkrijgbaar zijn bij de convenience store.

 

 

Soms lukt het gewoon niet om iets substantieels te vinden. Zo hebben we een keer een banaan als lunch gehad of aten we een dag lang rijstcrackers met pindakaas. De keuze is helaas vaak beperkt. Als je vegan bent en wat wilt afvallen… Japan is je plek!

 

Wij realiseren ons weer hoeveel dierlijke producten gebruikt worden in alledaags voedsel en hoe gewend men is dit voedsel te nuttigen. Hierdoor groeit bij ons een gevoel van dankbaarheid, vooral wanneer we iets vegans vinden op onverwachte plekken, of wanneer een heerlijke, dampende vegan maaltijd voor ons op tafel wordt gezet. We pakken altijd even een ‘bewust momentje’ alvorens aan te vallen, want hoe mooi is het dat we kúnnen eten, mógen eten, en kunnen genieten van een voedende maaltijd zónder dierenleed!

 

Onze reisroute en de culinaire highlights

Wij maken een rondje door zuidwest Japan, beginnend en eindigend in Osaka, via Kyoto, Nara, Hiroshima, en het eiland Shikoku. Tokio slaan we over, omdat het a) voor ons niet te betalen is tijdens Sakura season (de kersenbloesemperiode) en b) omdat ons door een Tokiose verteld is dat het eigenlijk gewoon een hele grote, drukke stad is waar weliswaar talloze toffe dingen te doen zijn, maar waar je als vegan genoegen moet nemen met de helft of minder. Dan maar geen Tokyo! Hieronder een lijstje van onze tips per stad.

 

Osaka
Osaka staat bekend als ‘de keuken van Japan’ én om zijn vriendelijke inwoners. Dat laatste is zeker waar, maar als vegans valt de keuken een beetje tegen. We hebben wel één pareltje gevonden: Iduco, nabij Shin-Imamiya station. Hier maak je je eigen vegan Takoyaki, een typisch Osakaans gerecht dat doet denken aan hartige poffertjes. Takoyaki maken bij Iduco is een geweldige ervaring, voor zowel vegans als non-vegans.

 

Nara
In Nara vinden we China Dining Hiten, waar we een goddelijke stir-fry soybean meat & cashew vinden. Ze hebben hier zelfs een aparte menu voor vegans met genoeg keuze en voor ieder wat wils.

 

 

Kyoto
Elke vegan in Kyoto móet naar Cafe Vegans, een geheel plant-based resto waar we de lekkerste bereiding van tofu ooit hebben gevonden. De kok was – voordat hij vegan werd – een ‘Grill Master’, en hij heeft zijn skills vertaald naar zijn vegan creaties. De charcoal-grilled tofu bowl is echt een meesterwerk.

 

 

Hiroshima
Nagataya is een restaurant dat bekend staat om zijn Okonomiyaki, een traditioneel gerecht uit Hiroshima en Osaka. Het is een soort sobanoedelpannenkoek, gevuld met groenten zoals taugé en kool, bedolven onder een laag Japanse bbq-saus. Heel lekker en heel machtig! Gebruik vooral een hoop Limonesco erbij. Dat is een soort Tobasco op citroenbasis, en een streekproduct uit Hiroshima.

 

 

Shikoku
Op Shikoku verblijven we in de steden Matsuyama, Kotohiro en Takamatsu: qua vegan food met afstand de meest uitdagende plekken. We hebben vooral veel 7 elevens bezocht, dus dat zegt genoeg. Takamatsu staat bekend om zijn udon noedels, maar als vegan blijf je zitten met een kom kale noedels en een flesje soya saus. Met een beetje geluk krijg je er wat gesneden lenteui of sesamzaadjes bij. Niets om over naar huis te schrijven.

 

 

Extra tip: Coco Ichibanya vind je in de meeste grote steden. Het is een Japanse curry keten waar je goedkoop en veel kunt eten. Zeker een aanrader, gezien ze wel 8 vegan opties hebben, en deze allemaal 8 euro of minder kosten.

 

Note: Wederom hebben wij tijdens onze reis door Japan veelvuldig gebruik gemaakt van de Happy cow app. Als je nu pas begint met het lezen van onze blogs; wij hebben in onze eerdere blogs verteld over de Happy cow app en hoe deze je beste vriend kan zijn in het buitenland.

 

Geen geld, niet geteld

Mocht je naar Japan gaan, houd er rekening mee dat je flink wat centen kwijt bent per dag. Wij redden het met ons budget van 40 euro per dag, inclusief accomodatie en transport, absoluut niet. Wij geven minimaal 90 euro uit per dag. Au! Glukkig hadden we in Indonesië en Sri Lanka een financieel buffertje opgebouwd, dus de schade is niet zo erg als het had kunnen zijn.

 

Reizen met de trein is behoorlijk prijzig. Wij hebben gebruik gemaakt van verschillende kortingspassen, wat ons uiteindelijk dik 100 euro bespaard heeft. Onderzoek dus van tevoren alle mogelijke opties.

 

Al met al is Japan is een prachtig land. Wij zijn blij dat we voor ‘Nu!’ in plaats van ‘Nooit!’ hebben gekozen. Naast de grote steden waar je je ogen uitkijkt heeft Japan ook een prachtige natuur te bieden. Maar… vegan eten is er een echte challenge! Als je goed voorbereid bent en niet al te hoge verwachtingen hebt moet het zeker lukken. Want als wij het kunnen, twee vreetzakken die nogal snel ‘hangry’ (hangry = hungry + angry) worden, dan kan iedereen het!

Sayonara, en tot de volgende keer vanuit Thailand!

 

LEES MEER OVER DE REIS VAN JOEY&SHERILYN:

VEGAN EN OP REIS – EVEN KENNISMAKEN

VEGAN EN OP REIS – 2 INDO’S IN INDO

VEGAN EN OP REIS – DE WERELDKEUKEN VAN KUALA LUMPUR

VEGAN EN OP REIS – KARDEMOM, KNOFLOOK EN CURRY

We houden er van, dragen ze allemaal, bijna iedere dag: jeans! Er zijn talloze merken en winkels die spijkerbroeken in allerlei soorten en maten verkopen en we kunnen niet meer zonder. Maar er moet wel meer besef komen over hoe onze broeken worden gemaakt, wat er allemaal voor nodig is en hoe dit anders kan! Want er gaat veel meer schuil achter de vertrouwde jeans dan je wellicht denkt…

 

 

7.000 liter vervuild water

Een spijkerbroek bestaat voor het grootste gedeelte uit katoen. Om het katoen te verven moet er enorm veel water aan worden toegevoegd, omdat het anders erg moeilijk verfstoffen opneemt. Na de kleuring is het water een ‘afvalproduct’ en zit het vol met chemische en giftige verfmoleculen. Dit water wordt door de fabrieken in beekjes en rivieren geloosd, wat zeer schadelijk is voor het milieu en uiteindelijk in ons drinkwater terecht kan komen. Uit onderzoek van het Unesco-Instituut voor Watereducatie is gebleken dat er voor de productie van één spijkerbroek gemiddeld 7.000 liter water nodig is!

 

Insecticiden en pesticiden

Voor het maken van een spijkerbroek is anderhalve kilo katoen nodig, wat natuurlijk allemaal verbouwd moet worden. In de katoenteelt worden enorme hoeveelheden chemische/synthetische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt die ons drinkwater en voedsel zwaar verontreinigen. Ook de insecten die zo belangrijk zijn voor onze wereldwijde voedselproductie, kunnen niet tegen de insecticiden en pesticiden. Hierdoor nemen de populaties dramatisch af.

 

“Elke dag weer draag je kleding, dit betekent dat jij elke dag de mogelijkheid hebt om een positieve impact te maken!”

 

Het prachtige alternatief

Gelukkig zijn er nu al best veel merken die mooie hippe jeans maken op een verantwoorde, milieubewuste en/of ethische manier! Om een paar voordelen te noemen: Er is er voor het verbouwen van bio katoen veel minder water nodig, er worden er geen schadelijke gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en wordt er gelet op de werkomstandigheden van de fabrieksarbeiders. Hieronder een lijst met mijn favoriete duurzame jeans merken, met een mini beschrijving van wat ze doen. Kijk vooral op hun website voor het hele verhaal, want ze zijn stuk voor stuk heel goed bezig!

 

Nudie jeans – mooie broeken van bio katoen en goede initiatieven zoals ‘free repairs for life’.

Kuychi jeans – was het eerste merk dat 100% bio katoenen jeans produceerden. Verkopen een breed assortiment aan mooie broeken.

MUD jeans – hebben een lease systeem: je kunt een spijkerbroek een jaar leasen voor 7,50 per maand, als je de broek na een jaar wilt houden dan mag dat, en als je toch een andere wilt, lease je weer een andere voor een jaar! Je kunt ze ook gewoon kopen.

Kings of Indigo – volledig transparant over hun productieproces, gebruiken natuurlijke verf en zetten zich in voor goede arbeidsomstandigheden.

Armed Angels – ‘touch nothing toxic’ is het slogan van de gifvrije spijkerbroeken van dit merk. In het hele productieproces worden gifstoffen in de ban gedaan.

HNST denim – op weg naar een 100% circulaire jeans. Tot nu toe bestaan de jeans al uit 76% gerecyclede materialen.

G-Star – heeft verschillende interessante lijnen, zoals een collectie met oceaanplastic, of een collectie met 100% natuurlijke materialen.

Tweedehands – er zijn ook steeds meer tweedehands/vintage winkels die hele mooie jeans van bekende merken als Levi’s verkopen in allerlei soorten en maten.

 

 

Bronnen:
– www.nrc.nl/nieuws/2014/05/10/de-productie-van-een-spijkerbroek-vervuilt-7000-1375557-a763995
– www.milieucentraal.nl/bewust-winkelen/love-your-clothes/de-impact-van-kleding/kledingstoffen-en-milieu/
– www.fashionrevolution.org

Na een dag werken heb ik niet altijd zin om lang in de keuken te staan, toch wil ik graag voedzaam en gezond eten. Dit recept is supergezond, heel lekker en ook nog eens heel gemakkelijk om te maken! Ik maak vaak een dubbele of zelfs drie dubbele portie, zodat ik er meerdere avonden van kan eten. Je kunt dit ook makkelijk invriezen.

 

Het fijne aan dit recept is dat het eigenlijk een basisrecept is. Je kunt iedere keer variëren met de ingrediënten. Bijvoorbeeld met groenten die op dat moment van het seizoen zijn of misschien heb je een keer zin in iets anders!

 


Curry ingrediënten voor 4 personen:


-300 gram rijst (het kan ook met quinoa of een ander soort graan)
-1 blik kokosmelk
-1 pot tomaten passata
-1 pot kikkererwten (het kan ook met linzen of andere peulvruchten)
-1 broccoli (of 1 bloemkool. Uit de diepvries is nog makkelijker!)
-1 zoete aardappel
-Ui en knoflook naar smaak
-HEEL VEEL kruiden! Kruiden maken het gerecht. Je kunt zoveel smaak toevoegen d.m.v. kruiden, zonder dat je zout hoeft te gebruiken. Een favoriete combi van mij is: 2 el garam masala, 1 el kurkuma, 0,5 el komijnpoeder, 0,5 el paprikapoeder, snufje gemberpoeder, snufje chilipoeder.

 

 

Curry bereidingswijze:


-Snij de ui, knoflook en groenten in kleine stukjes.
-Zet een diepe koekenpan op het vuur en doe er wat olie of water in. Bak de uien tot ze er glazig uitzien. Voeg dan de knoflook en groenten toe en roer goed door.
-Was de kikkererwten goed af. Ik doe dit in een zeef, totdat er geen ‘schuim’ meer vanaf komt en voeg ze vervolgens toe aan de pan.
-Voeg dan de kruiden toe en eventueel een klein scheutje water en roer alles goed door. Laat dit voor ongeveer 2 minuten even bakken, zodat de geuren vrijkomen.
-Giet de kokosmelk en tomaten passata in de pan en meng alles tot een geheel en breng het aan de kook.
-Zet het vuur dan wat lager, doe een deksel op de pan en laat het voor ongeveer 20 minuten pruttelen. Roer af en toe even door.
-Kook de rijst volgens de instructies op de verpakking.
-Check na 20 minuten of de zoete aardappel zacht is. Als deze zacht is, is het klaar.

 

Schep de rijst en curry op een bord. Je kunt voor extra smaak en goede vetten nog wat cashewnoten of avocado toevoegen. Eetsmakelijk!

Laatst was ik jarig. En zoals dat gaat met verjaardagen en andere feestelijke gelegenheden krijg je dan wel eens een cadeau van iemand. Super leuk natuurlijk, maar als je Zero Waste leeft kan het zijn dat je misschien wat nerveus word van het idee dat iemand iets voor je verzint wat misschien helemaal niet duurzaam is, of iets uit de euro winkel voor je koopt om maar iets te kunnen geven. Hoe kun je hiermee om gaan? Hier wat tips.

 

 

Maak een lijstje.

Maak een lijstje met dingen die je graag zou willen hebben in verschillende prijs categorieën zodat mensen een aantal dingen hebben om uit te kiezen die ze voor je kunnen halen. Zo heb je geen teleurstelling van cadeaus waar je niet om hebt gevraagd.

 

Vraag om een belevenis.

Denk aan bijvoorbeeld kaartjes voor de film, uit eten gaan met je beste vriendin, samen naar de spa met je partner, misschien heb je altijd al eens willen bungeejumpen. Belevenissen creëren herinneringen waar je nog ontzettend lang plezier van kunt hebben, en zo spendeer je tijd met de mensen waar je om geeft. Omdat je niks fysieks vraagt hoeven er ook geen nieuwe dingen geproduceerd te worden.

 

Vraag verpakkingsvrije cadeaus.

Vraag aan je vrienden en familie of ze de cadeaus die ze voor je hebben niet willen inpakken, of in hergebruikt cadeaupapier, of een sjaal of tas die je nog kunt gebruiken. Zo hoeft er geen nieuw papier gebruikt te worden om je cadeau in te pakken. Als je cadeaus krijgt in cadeaupapier probeer dit dan heel te houden zodat je het kunt hergebruiken als je zelf een cadeautje hebt voor iemand.

 

Vraag een donatie.

Vraag om geld voor een goed doel voor je verjaardag. Via Facebook kun je tegenwoordig een inzamelingsactie doen voor je verjaardag voor een goed doel naar keuze. Zelf koos ik voor surfers against sewage. Een organisatie die zich richt op het schoon maken van de oceanen.

 

Vraag om niks.

Dit is natuurlijk de duurzaamste optie. Vraag of mensen naar je verjaardag willen komen en een plakje cake of stuk taart met je willen eten, en laat hun aanwezigheid het cadeau zijn. De aandacht die iemand aan je geeft als je jarig bent, laat weten dat ze aan je denken en dit graag met je vieren is al een cadeau op zich.

 

 

Mocht je toch een cadeau krijgen waarvan je weet dat je het niet gaat gebruiken, bijvoorbeeld een plastic fles body lotion, gooi het dan niet meteen weg, maar laat het ook geen ruimte innemen tot het niet meer te gebruiken is. Vraag bijvoorbeeld of vrienden het kunnen gebruiken, of doe het zelf cadeau aan iemand die er wel erg blij van word. Zo komt het toch goed terecht.